Tories terug op Britse politieke kaart

Met hun winst in de lokale verkiezingen zijn de Britse Conservatieven weer terug in het politieke spel. In Londen moeten ze bewijzen dat ze inderdaad weer klaar zijn voor de macht.

Londen, 5 mei. - Jarenlang namen de Britten nauwelijks notitie van de Conservatieven. De ene Tory-leider na de andere werd versleten zonder dat dit electoraal veel verschil maakte. Maar onder de huidige voorman David Cameron is het tij veranderd.

De verkiezingen voor gemeenteraden en het Londense burgemeesterschap van vorige week leverden de meest indrukwekkende zege voor de Tories op in jaren. Ze kregen 44 procent van de stemmen, bijna twee keer zoveel als Labour, en wonnen bovendien de hoofdprijs Londen. Omgerekend zouden ze een ruime meerderheid hebben gewonnen in het Lagerhuis, als het nationale verkiezingen waren geweest.

„We hebben een decennium meegemaakt waarin niemand ons erg serieus nam”, stelde de Conservatieve campagnemanager Eric Pickles na afloop tevreden vast. „Wat David Cameron heeft gedaan is ons in een positie brengen waarin het publiek weer wil horen wat wij te zeggen hebben.”

Het spectaculairst was de winst van Boris Johnson bij de burgemeestersverkiezingen in Londen. Voor het eerst in elf jaar zal een Conservatief zo’n prominente bestuurlijke functie vervullen. Een prachtkans om de kiezers in het land te laten zien dat de Conservatieven klaar zijn voor de macht.

Johnsons winst legde voor de Tories bovendien een welkome trend bloot. Hij wist veel steun te verkrijgen van de middenklasse in de buitenwijken. Dat waren nu juist de mensen, die zich jarenlang tot het Labour van oud-premier Tony Blair voelden aangetrokken. Deze omvangrijke groep geeft vaak de doorslag bij verkiezingen. Als de Tories dit soort kiezers ook buiten Londen weten aan te spreken, lijken ze bij de volgende Lagerhuisverkiezingen – uiterlijk in 2010 – op rozen te zitten.

Het burgemeesterschap van de grillige Johnson herbergt ook risico’s. Als hij faalt, zullen de Tories in het hele land erop worden aangekeken. Een handicap voor de nieuwe burgemeester is dat hij op veel terreinen afhankelijk is van de Labour-regering. Johnson heeft bij voorbeeld de strijd tegen de kleine criminaliteit tot een van zijn prioriteiten uitgeroepen. Hij is daarbij echter afhankelijk van politiecommissaris Sir Ian Blair, die op goede voet met Labour staat. Niet Johnson, maar minister van Binnenlandse Zaken Jacqui Smith beslist of Blair aanblijft of niet.

Ook Cameron heeft daarop als oppositieleider beperkte invloed. Bemoedigend voor hem is wel dat Johnsons succes bewijst dat een elitaire achtergrond geen beletsel hoeft te zijn om te winnen, ook al gingen sommigen ervan uit dat de kiezers zoiets in de 21e eeuw niet meer zouden accepteren. Net als Johnson heeft Cameron op de beroemde kostschool Eton gezeten en gestudeerd in Oxford.

Cameron beseft dat hij er nog niet is. „Ik wil niet dat wie dan ook denkt dat wij het verdienen verkiezingen te winnen louter dank zij het falen van de regering”, waarschuwde hij vrijdag. „Ik wil dat we mensen echt bewijzen dat we in staat zijn de veranderingen door te voeren die zij graag zien.”

Sinds zijn aantreden eind 2005 heeft Cameron, vroeger werkzaam bij een public relations-firma, er hard aan getrokken het imago van de Conservatieven bij te schaven. Hij wilde niet meer de harde, rechtse partij uit de dagen van Margaret Thatcher zijn maar een mildere, meer op het politieke midden gerichte variant. Hij stelde zich minder agressief op tegen immigratie, toonde meer aandacht voor milieuproblemen en koos nadrukkelijk voor de nationale gezondheidsdienst (NHS) en niet voor particuliere zorg.

Bij de lokale verkiezingen bleek dat de Tories in Zuid-Engeland al domineren. In het noorden, in Schotland en in Wales nog niet. Juist daar moet Cameron oprukken, wil hij zijn intrek in 10 Downing Street als premier nemen.