Tipje van de kimono

Behalve hun uiterlijk, is er weinig bekend over geisha’s.

Fotograaf Paul van Riel portretteerde Kanasuzu (18), een geisha in opleiding. Zijn foto’s zijn nu te zien in Leiden.

Een spierwit geschminkte huid, kleine felrode lippen, opgestoken gitzwarte haren en schitterende kimono’s typeren de geisha. In het Westen werd dit Japanse culturele fenomeen ongeveer een eeuw geleden bekend. De geisha is verworden tot hét icoon van de Japanse cultuur, maar behalve de uiterlijke kenmerken, weten we er in het Westen weinig van.

De gesloten cultuur houdt het mysterieuze imago van de geisha overeind. Slechts enkele westerlingen slaagden erin om door te dringen tot de leefwereld van deze jonge vrouwen. Het bekendste voorbeeld is Liza Dalby, de Amerikaanse antropologe die participerend onderzoek deed in Kyoto en bekend staat als de enige niet-Japanse geisha ooit.

Ook de Nederlandse fotograaf Paul van Riel (60) mocht een kijkje nemen in de leefwereld van de geiko, zoals de geisha in Kyoto wordt genoemd. In een honderd jaar oude okiya (geishahuis) in Kyoto mocht hij een maiko, een geiko in opleiding, fotograferen. Hij portretteerde de achttienjarige Kanasuzu in haar eigen omgeving. Zelfs bij het opmaken en kleden van de maiko mocht hij aanwezig zijn. Dit resulteerde in de expositie Kyoto Dolls, zoektocht door de leefwereld van de geisha, die tot en met 22 juni te zien is in het Leidse SieboldHuis.

„Ik wilde de wereld laten zien waarin deze jonge vrouwen leven”, zegt Van Riel. Hij fotografeerde daarom zowel binnen de okiya als buiten op straat. De expositie is een mix van kleurige, scherpe foto’s van maiko’s en korrelige zwart-wit foto’s van de omgeving waarin zij leven. Op een deel van de foto’s zie je de pracht en praal van de geishawereld, op andere komt de grauwheid van de stad voorbij. „Esthetiek en lelijkheid gaan hand in hand”, aldus Van Riel.

Een deel van de krap veertig werken die in het Leidse SieboldHuis hangen, bestaat uit fotocollages. „Hiermee kan ik de botsing tussen oud en nieuw het duidelijkst laten zien”, vindt Van Riel. Bijzonder treffend is de collage bestaande uit het portret van de 18-jarige Kanasuzu, omgeven door beelden van een sigarettenautomaat en lege drankkratten.

De huidige maiko’s kiezen er bewust voor om zich in de okiya te laten opleiden, meestal na afronding van de middelbare school. Ze leren er zang, dans en de theeceremonie om gastheren te vergezellen en vermaken bij feestelijke en zakelijke bijeenkomsten. „Het is een goede manier om de etiquettes te leren, iets bij te verdienen en interessante contacten op te doen”, zegt Van Riel. „Misschien zit er zelfs wel een geschikte huwelijkskandidaat tussen.” Het zijn namelijk vooral diplomaten en hooggeplaatste heren die zich het inhuren van een maiko of geiko kunnen veroorloven. Vroeger gingen meisjes niet vrijwillig naar de okiya, maar werden zij door hun ouders verkocht. Die hadden een mond minder te voeden en de meisjes waren verzekerd van onderwijs.

Al tijdens de opleiding gaat de maiko werken, om de kostbare kimono’s terug te verdienen. De maiko van nu mag dan een traditionele opleiding volgen, ze is een moderne jonge stadsvrouw. Mobiele telefoon en laptop ontbreken niet. Wel slaapt ze nog steeds op een houten ‘kussen’, zodat haar kapsel niet wordt verpest. Maar weinig meisjes kiezen ervoor om na hun opleiding als maiko de overstap te maken naar geisha. Het is een zeer serieuze baan met veel verplichtingen. Een eeuw geleden telde Japan zo’n 80.000 geisha’s, tegenwoordig zijn er nog slechts 200 geisha’s met een licentie.

Hoewel het serieuze beroep van geisha niet veel jonge vrouwen trekt, voelen zij zich wel aangetrokken tot de uitzinnige kleding van de maiko’s. „Je struikelt als toerist in Kyoto de laatste jaren over make-over maiko’s”, zegt Van Riel. „Ook voor Japanners is het een toeristische attractie.” Meisjes laten zich opmaken en kleden als maiko en gaan zo op de foto of laten zich filmen terwijl ze door de stad wandelen. De kakofonie van kleuren spat van de foto’s van Van Riel af. Het is verpletterende kitsch. „In Kyoto zijn wel twintig make-over studio’s”, aldus Van Riel. „Nostalgie kun je het niet noemen. Japanners lopen enorm achter trends aan. En dit is nu dus dé trend.”

Kyoto Dolls: t/m 22 juni in SieboldHuis, Rapenburg 19, Leiden (di-zo, 10-17 uur). Entree: 7,50 euro. Zaterdag 31 mei geeft Paul van Riel een rondleiding.