Nederlandse première voor Vivaldi’s opera ‘Orlando’

Klassiek Vivaldi: Orlando. Venice Baroque Orchestra o.l.v. Andrea Marcon. Gehoord: 3/5 Concertgebouw Amsterdam. Radio 4: 6/4 20 uur.

Vivaldi is hot. Zijn muziek slaat aan bij het jonge publiek en biedt bovendien talloze mogelijkheden op premières. Vooral als operacomponist is Vivaldi grotendeels onontgonnen terrein. Zelf zei hij er negentig gecomponeerde te hebben, waarvan slechts zestig titels bekend zijn en maar twintig partituren bewaard gebleven. Kees Vlaardingenbroek, oud-programmeur van De Doelen, artistiek leider van de ZaterdagMatinee en sinds zijn studiejaren Vivaldi-fanaat, doet er zijn voordeel mee. In 2005 trok hij de aandacht met de wereldpremière van Vivaldi’s opera Motezuma (1733) in Rotterdam, nu produceerde hij in de ZaterdagMatinee in het Amsterdamse Concertgebouw de Nederlandse première van Vivaldi’s opera Orlando (1727).

In de kleurrijke opera’s van Vivaldi wemelt het van de briljant geschreven aria’s vol vocaal gekwinkeleer, aan elkaar gebreid door soms eindeloze recitatieven en meeslepende instrumentale ensembles. Liefde, verraad, jaloezie en wraak vormen de hoofdingrediënten van de opera die Vivaldi en librettist Braccioli’s samenstelden uit Ariosto’s Orlando. Hun verhaal over de paladijn van Karel de Grote speelt zich af op het eiland van tovenares Alcina. Door zijn liefde voor Angelica wordt Orlando tot waanzin gedreven.

Ook al doet de stembezetting van Orlando met een alt, een sopraan, drie mezzo’s en een countertenor muzikale eenzijdigheid vrezen, de verbeeldingskracht van Vivaldi is zo vitaal en zijn theatrale gevoel voor stemmingswisselingen is zo aanstekelijk, dat zijn Orlando ruim tweeënhalf uur lang een feest voor de oren is. Zeker als er zo goed gezongen wordt als met de ontroerend felle en komische Marie-Nicole Lemieux in de titelrol, de frivole mezzo Manuela Custer als geraffineerde Alcina, de dubbelzinnig kwelende Inga Kalna als Angelica, mezzo Robina Basso als een ontwapenende Medoro, de theatrale bas Lorenzo Regasso als Astolfo, Anna Rita Gemmabella als een stugge doch koene Bradamante en countertenor David Lee als een waarlijk hartverscheurend mooi zingende Rugierro.

De revival van Orlando begon in 1979, toen Pier Luigi Pizzi de opera onder de naam Orlando furioso opvoerde in Verona. Tien jaar later produceerde Pizzi het werk voor de San Francisco Opera, met in de titelrol Marilyn Horne, die halverwege de jaren tachtig de opera op de plaat zette. Toen werd nog flink geknipt in de recitatieven, scènes werden anders gegroepeerd, de instrumentatie werd aangepast en er werd zonder probleem een aria uit een Vivaldi-cantate ingevoegd.

Een authentieke opname volgde in 2004 met het Ensemble Matheus en het koor Les Elèmens o.l.v. Spinosi. Vanzelfsprekend volgde dirigent, klavecinist en muziekwetenschapper Andrea Marcon, tevens oprichter van het Venice Baroque Orchestra, deze historisch verantwoorde versie in de ZaterdagMatinee.

Interessant aan Marcons eigentijdse visie op het geheel was de instrumentale samenhang van de stemmen en het orkest, die elkaar op de voet volgden, ondersteunden en inspireerden. Klonken de stemmen in de tijd van Marilyn Horne nog een beetje plechtstatig, onder invloed van de authentieke beweging zingen Lemieux en haar collega’s Orlando nu veel beweeglijker en beter gearticuleerd. Maar in de Matinee werd deze vokale winst deels weer teniet gedaan door de wat neuzelige en eenzijdige ensembleklank en de stereotiepe fraseringen van het Venice Baroque orchestra onder de bedachtzame leiding van Marcon.