‘Marokkanen vochten niet om Europa te redden’

Het ministerie van VWS wil allochtonen meer betrekken bij de herdenkingen van 4 en 5 mei. Verwacht daar niet te veel van, zegt het NIOD.

Staatssecretaris Jet Bussemaker (VWS, PvdA) wil meer aandacht voor de rol van allochtonen bij de bevrijding van Nederland en Europa in de Tweede Wereldoorlog. Ze laat het Nederlands Instituut voor Oorlogsdocumentatie (NIOD) onderzoek doen naar de betekenis van de oorlog in de landen van herkomst van allochtone Nederlanders. Daarna wordt lesmateriaal ontwikkeld.

De Partij voor de Vrijheid wil een spoeddebat over de kwestie. Kamerlid Bosma vindt de rol van allochtonen tijdens de oorlog „te verwaarlozen. Maar de PvdA wil die rol nu opkloppen om haar islamitische achterban te paaien.”

Het NIOD deed in 2004 ook onderzoek naar de rol van niet-Nederlanders in de oorlog. Aanleiding waren incidenten waarbij allochtone jongeren op 4 mei voetbalden met bloemenkransen in Amsterdam. NIOD-onderzoeker David Barnouw zegt dat het nieuwe onderzoek uitgebreider wordt.

Hoe groot was de rol van allochtonen bij de bevrijding van Nederland?

„Bijzonder klein. Of je moet de Canadezen als allochtonen zien. Wat we weten is dat er negentien Franse soldaten uit Marokko in het Zeeuwse Kapelle begraven liggen die bij oorlogshandelingen in 1940 zijn omgekomen. Twaalf van hen zijn omgekomen bij gevechten, zeven zijn omgekomen in Frankrijk en aangespoeld in Nederland.”

De rol van Marokkanen bij de bevrijding van ons land is te verwaarlozen, zegt de PVV.

„Dat klopt, als je er op die manier naar kijkt. De rol van allochtonen bij de bevrijding van Europa is echter wel significant te noemen. Er is veel bekend over Marokkaanse strijders in Duitsland en Italië.”

Wat gaat het NIOD onderzoeken?

„De Tweede Wereldoorlog was een wéreldoorlog. En heeft dus overal impact gehad. Het nieuwe onderzoek kijkt naar de gevolgen van de oorlog in de ‘thuislanden’ van veel allochtone Nederlanders. Als je de nieuwe generatie allochtonen wil betrekken bij de oorlog, zal je moeten vertellen wat deze voor hun grootouders betekend heeft. Ook de dekolonisatie die een direct gevolg was van de oorlog, zal erbij worden getrokken.”

Hoe greep de oorlog dan in, bijvoorbeeld in Suriname en Marokko?

„De oorlog was voor Suriname en de Antillen een enorme impuls voor de economie. Er zaten veel Amerikaanse militairen met geld in de zak. Het Surinaamse bauxiet was belangrijk voor de Amerikaanse vliegtuigindustrie. In Noord-Afrika daarentegen is heel hard gevochten. Wat dat betreft hebben Europa en Marokko een gedeeld oorlogsverleden. Ik vind dat je echter ook moet vertellen dat veel Marokkanen in Franse dienst waren om geld te verdienen. Nu hoor je wel eens dat ze Europa wilden bevrijden en het antisemitisme wilden stoppen. Dat is natuurlijk flauwekul.”

Suriname profiteerde van de oorlog. Marokkanen zaten in dienst om geld te verdienen. Krijgt uw onderzoek geen averechts effect?

„In zo’n onderzoek moet je eerlijk zijn. Je moet niet proberen groepen met leugens bij de oorlog te betrekken. Geschiedschrijving moet voor nuancering zorgen.”

Zal uw onderzoek meer allochtonen betrekken bij de herdenkingen?

„Het is absolute noodzaak. Als er iets ‘wit’ is, is het wel 4 en 5 mei.”

Maar kán het wel?

„Dat denk ik wel. We moeten er alleen niet ongelooflijk veel van verwachten. Wij leggen in Nederland veel nadruk op de moord op de joden. Maar voor een aantal niet-Nederlanders zijn het de joden die de Palestijnen onderdrukken. Dat zal een moeizaam punt blijven.”