Marc Copland tijdens concert nog geslotener dan op de cd

Jazz Marc Copland Trio & Greg Osby. Gehoord: 2/5 BIMhuis, Amsterdam. Verder: 5/5 CC Maasmechelen (B)

Hij speelde saxofoon tot hij in zijn hoofd dingen ging horen die je op dat instrument niet kunt realiseren. Hij nam pianoles, was lang uit het zicht en al veertig toen hij zijn eerste plaat als leider maakte. Dat tijdverlies heeft Marc Copland (1948) intussen ruimschoots goedgemaakt: alleen al in het nieuwe millennium speelde hij achttien cd’s op eigen naam vol. Meestal als leider van een trio of kwartet maar ook twee met alleen saxofonist Greg Osby naast zich.

Het is een verbazingwekkende combinatie omdat Osby bekend was om zijn extraverte speelstijl in freefunk-kringen en Copland juist zeer ingetogen opereerde. Het samenspel op Round and Round (2003) en Night Call (2004) werd door Copland zelf beschreven als ‘two paletts going at once’. Een treffende typering omdat je al luisterend inderdaad het gevoel krijgt dat de twee musici wel samen werken maar niet naar een synthese streven. Osby zoekt het in lange lijnen, Copland opteert voor een soort pointillisme. Soms wordt een punt door een lijn geraakt maar dat lijkt meer toevallig dan doelbewust. Het resultaat is hoe dan ook abstract.

In het BIMhuis waar Copland met zijn trio plus Osby optrad, lijkt de wereld van de pianist nog geslotener dan op de plaat. Hij gebruikt nog niet de helft van het klavier, speelt vrijwel elk stuk mezzo-forte en last nauwelijks stiltes in. Als luisteraar krijg je het gevoel in de vleugel te moeten kruipen om aan zijn notenwolken te kunnen raken. Soms voel je je even van de grond gaan maar er is iets dat het zalig wegdrijven extra bemoeilijkt: de geluidsbalans is niet OK.

Welke plaats je in de zaal ook inneemt, overal hoor je als eerste drummer Bill Stewart. Die is een goede en veel gevraagde begeleider die ook deze keer prima speelt maar door de techniek onterecht vóór de groep is gezet. Hoort Marc Copland zelf dan niet dat hij te gast lijkt in zijn eigen band? Misschien merkt hij alles maar laat het hem koud omdat hij vindt dat een minimalist als hij toch beter tot zijn recht komt op een cd. Hij maakte niet voor niets al die mooie huiskamerplaten.

Als hij aan het slot van het concert voor de standard Out of Nowhere kiest, weet hij het thema met Osby zo te abstraheren dat bijna niemand het liedje herkent. Marc Copland is een eigenwijze artiest met een zelfgepunt penseel, geen volkse reproductie-schilder.