In Frankrijk leeft mei ’68 nog volop, elke dag weer

Frankrijk gaat zich te buiten aan een massale herdenking van ‘mei 68’.

Geen wonder: dit laatste revolutionaire moment hangt als een schaduw over het land.

Studenten in Marseille protesteren tegen de invoering van flexibele arbeidscontracten, februari 2006. Foto AFP Students participate in a day of protests called by left-wing parties, unions and student organisations, to fight a proposed youth job contract, 07 February 2006 in Marseille. The flexible new contract, to be debated in the French parliament from today, is the cornerstone of plans put forward by French Prime Minister Dominique de Villepin to tackle stubbornly high youth unemployment. AFP PHOTO GERARD JULIEN AFP

Forget 68, zo heeft Daniel Cohn-Bendit zijn nieuwe boek over de Parijse revolte van mei 1968 genoemd. Op de omslag staat een beroemde foto van hemzelf, olijk grijnzend tegen een gehelmde agent. Toen heette hij nog Dany-le-Rouge: de roodharige en in nieuwe roodtinten denkende voorman van een studentenrevolte die nog altijd tot de verbeelding spreekt.

Vergeet ’68? Het boekje staat er nogal ironisch bij in het rek ‘actualiteit’ van de grootste boekenhandel van Parijs, de FNAC. Even tellen: eromheen staan 43 andere boeken over mei 1968. En dat is dan zonder de dvd’s met historische beelden en geluiden, de talloze documentaires op tv, de talkshows en de tentoonstellingen, tot op het plein voor de Sorbonne waar de studenten destijds hun grootste veldslagen leverden.

Alle speelse leuzen van toen worden weer even opgehaald. ‘Verboden te verbieden’, ‘Wij zijn allemaal Duitse joden’, ‘Jouir sans entrave’ – dat dubbelzinnig staat voor zowel genieten zonder grenzen als ongeremde seksuele bevrediging. Slogans om te herinneren aan het vrijgevochten individualisme, het nieuwe engagement en de speelse vrijzinnigheid van na de pil, die door deze generatie zijn uitgevonden.

Wie de plaatjes wil zien, kan bij elke kiosk terecht: van Le Monde tot het roddelblad VSD heeft iedere krant en tijdschrift zijn 1968-special uitgegeven. Of anders wel op internet, waar het audiovisuele archief INA een speciale ’68-site heeft opengesteld.

Nee, Frankrijk is mei 1968 niet vergeten. En dat wil het ook niet. Het land gaat zich dit voorjaar juist te buiten aan de meest massale herdenking tot nu toe van zijn laatste ‘revolutionaire moment’. Cohn-Bendit, tegenwoordig fractieleider van de Groenen in het Europees Parlement, mag het tegenwoordig dan liever hebben over de gewijzigde wereldverhoudingen, over energie, migratie, klimaat – zaken die in 1968 nog niet speelden.

Maar Parijs gniffelt graag nog eens bij heruitgaven van een artikel van Le Monde uit maart 1968. Onder de kop ‘Frankrijk verveelt zich’ constateerde de krant dat de jeugd van Berkeley tot Rome en Praag zich druk maakte om Vietnam en de eigen samenleving, maar dat de Franse studenten in Nanterre actie voerden voor vrije toegang tot de meisjeskamers.

De balans, anderhalve maand later: Sorbonne bezet, wekenlange barricades in Parijs, tien miljoen stakende arbeiders en een politieke crisis, compleet met de nog altijd mysterieuze ‘vlucht’ van president De Gaulle naar een militaire basis in Duitsland. Met ‘Mai 68’ had Frankrijk zich weer even in het brandpunt van de wereld gedrongen.

Waarom daar nu nog zoveel aandacht aan besteden?

Het korte antwoord staat op de badges van het FNAC-personeel: Mai 68 court toujours. Mei ’68 hangt nog in de lucht, vrij vertaald.

Het lange antwoord gaat over de schaduw van ’68 die nog altijd over Franse studenten hangt. En over elke regering en elke demonstratie. Want niet alleen trots en nostalgie verklaren de opbloei. Na enkele tientallen jaren waarin de erfenis van 1968 geleidelijk oubolliger leek, is ook de strijd over de interpretatie weer heviger geworden.

Voor een deel komt dat door president Sarkozy. Een jaar geleden beloofde hij, toen nog als presidentskandidaat, in zijn laatste grote toespraak vóór zijn verkiezing de erfenis van ’68 te ‘liquideren’. Hij richtte zijn kritiek op „het intellectuele en morele relativisme van ’68”, dat hij de schuld gaf van de teloorgang van het Franse onderwijs, maar ook van onbekommerd winstbejag, topbeloningen en de opkomst van „het cynisme in de politiek”.

Een jaar later heeft Sarkozy inderdaad een begin gemaakt met zijn anti-’68-revolutie. Deze week presenteerde minister van Onderwijs Xavier Darcos het nieuwe programma voor de basisschool: minder aandacht voor ‘68-waarden’ als individuele ontwikkeling, ten gunste van basisvaardigheden als taal en rekenen.

Maar ondertussen is Sarkozy zélf uitgegroeid tot een symbool van 1968. Velen wezen erop dat Sarkozy, tweemaal gescheiden, zoon van een Hongaarse migrant, een stadsmens zonder grote belangstelling voor oude Franse tradities, nooit president zou hebben kunnen worden zonder 1968.

Die stelling verdedigt bijvoorbeeld de filmer Raphaël Glucksmann (28). Hij reist de wereld rond om geëngageerde documentaires te maken – onder meer over de genocide in Rwanda en de Oranjerevoluties in Oost-Europa. Volgens Glucksmann is de generatie van ’68 in de Franse politiek „volstrekt mislukt”.

De samenleving is door mei 1968 compleet veranderd: de hiërarchische verhoudingen, de sociale omgang, het denken over de wereld, de mentaliteit. Maar de Franse presidenten die de volgende decennia beheersten, van de socialist Mitterrand tot de conservatief Chirac, waren al vóór 1968 politiek gevormd. Frankrijk is volgens hem daarom „nog altijd het meest hiërarchische, nationaal-gerichte land van Europa”.

Met zijn vader André Glucksmann (71) schreef Raphaël Glucksmann een boek, om aan Sarkozy duidelijk te maken dat hij de opdracht heeft van Frankrijk het moderne, liberale en kosmopolitische land te maken waartoe in 1968 een aanzet werd gegeven. Dat boek, Mai ’68 expliqué à Nicolas Sarkozy, trok veel aandacht.

André Glucksmann was een van de filosofen van mei 1968. Hij steunde Sarkozy, omdat die beloofde het Russische optreden in Tsjetsjenië niet te accepteren. Zijn belofte om mensenrechten in het hart van de Franse politiek te stellen, kwam overeen met de opvattingen die Glucksmann vanaf 1968 had uitgedragen.

Om die reden zaten vader en zoon Glucksmann in de zaal toen Sarkozy beloofde met de erfenis van ’68 af te rekenen. Filosoof André Glucksmann moest erom glimlachen. Sarkozy moet dan „met zichzelf afrekenen”, zegt hij ironisch. Filmer Raphaël Glucksmann twijfelt of Sarkozy niet in de verleiding zal komen toe te geven aan zijn rechtse kiezers, die hun land toch liever weer meer in zijn schulp zien kruipen.

Maar hij vindt het bemoedigend dat Sarkozy als eerste Franse president een prominente vertegenwoordiger van de ‘68-generatie’ op een belangrijk ministerie benoemde. Bernard Kouchner, in 1969 oprichter van Artsen zonder Grenzen, verliet de socialistische partij om minister van Buitenlandse Zaken te worden. Hoewel hij al jaren bovenaan eindigt in populariteitspeilingen, kreeg de centrum-linkse Kouchner nooit echt voet aan de grond bij de Parti Socialiste. Bij Sarkozy wel.

Een heel ander ’68 komt in beeld bij Bruno Julliard (27), studentenleider die de laatste jaren vooropliep in het verzet tegen hervormingen van de welvaartsvoorzieningen. „Natuurlijk zijn wij de erfgenamen van ’68”, zegt hij tegen een volle zaal van vakbondsleden. „De samenwerking tussen de generaties, het gedeelde verzet tegen regeringen die steeds dezelfde zwakkere groepen het meeste lasten laat dragen – dat verbindt ons.”

In deze zaal is mei 1968 geen liberale gebeurtenis zoals Glucksmann die ziet. Julliard is uitgenodigd in het bakstenen paleis van de ex-communistische vakbond CGT, om met oude en nieuwe vakbondsleiders herinneringen op te halen aan de „grootste sociale beweging” in Europa na de Tweede Wereldoorlog.

‘Nergens ter wereld gingen jeugdrevolte en sociale revolutie samen zoals in Parijs’, vertelt een trots bord in de CGT-hal. Op het podium waarschuwt toenmalig CGT- leider Georges Séguy (81): „Dezelfde hoop en woede die toen in de lucht hingen, drijven nu de scholieren opnieuw de straat op.”

Maar Julliard sputtert. „De eeuwige vraag waar ‘ons 68’ blijft, legt een zware last op onze schouders” , zegt hij. De massawerkloosheid onder jongeren, de nieuwe bestaansonzekerheid: die maken volgens hem dat de jongeren van nu met minder vreugde en verwachtingen de straat op gaan dan toen. „Geef ons een beetje ruimte voor óns verzet.”

Dat is Frankrijk 2008: de hervormers in de regering én de demonstranten op straat tegen die hervormingen, worden gezien als erfgenamen van 1968.

Dromen van mei 1968 is een verplicht onderdeel geworden van een Franse jeugd, zegt Raphaël Glucksmann: „Alle jongeren willen hun mei 1968 voltrekken. Dat heb ik ook geprobeerd.” In 1995 staakte hij drie weken mee, in door de CGT georganiseerde acties tegen pensioenhervormingen. Nu vindt hij het belachelijk mei ’68 nog eens over te willen doen op straat. „Dat is het museum-Frankrijk. Als een rijke emir Frankrijk overkoopt, zal hij bij de ingang een scholierendemonstratie organiseren, als deel van de tentoonstelling. Dan zeggen de mensen: nu zijn we echt in Parijs.”

Bekijk beelden van mei 1968 op www.mai68.ina.fr

Wat gebeurde waar in mei 1968? Bekijk een speciale site van het Goethe-instituut via nrcnext.nl/links