Homomonument

Er zijn nogal wat Dodenherdenkingen op 4 mei waar je in Amsterdam uit kunt kiezen. Op de Dam natuurlijk, waar de sfeer het indrukwekkendst is, maar waar je door de mensenmassa nooit wat kunt zien.

Daarom wijk ik soms uit naar de herdenkingen bij de Noorderkerk of in Amsterdam-Zuid. Gisteren was het tijd om naar het Homomonument bij de Westerkerk te gaan.

Het COC Amsterdam had een oproep tot de Amsterdammers gericht om toch vooral te komen, nadat op Koninginnedag op het Rembrandtplein een mannelijk model tijdens een modeshow was gemolesteerd door een tiental allochtone jongeren „uit Noord-Afrika of het Midden-Oosten”, zoals NRC Handelsblad met een zekere geografische vaagheid schreef.

En daar stonden we dan achter de hekken, met zo’n 500 mensen op de Keizersgracht. Het leek niet zó veel, maar gezien al die concurrerende herdenkingen was het toch geen slechte opkomst. In het kielzog van de gebruikelijke, marcherende militairen – waarom moeten die eigenlijk altijd voorop lopen? – stelde zich rond het monument een rijkgeschakeerde stoet op: van rooms-katholieke lesbiennes tot Marokkaanse gays (drie, maar wel zeer dappere) en homoseksuele ouders met hun kinderen.

Toen moest er gesproken worden.

Ik geef toe dat ik me bij het luisteren naar toespraken bij Dodenherdenkingen nog wel eens laat afleiden door die ene schorre duif die zich nergens iets van aantrekt, of door die knerpende brommer, ongetwijfeld bereden door een dikke jongen met een rood, glimmend hoofd, die de stilte kerft. Een boeiende toespraak, zonder clichés, bij onze Nationale Dodenherdenking kan alleen worden geschreven door een schrijverscollectief, bestaande uit Shakespeare, Cervantes, Nabokov en W.F. Hermans.

Dat geeft verder niet, het gaat om het ritueel.

Bij de herdenking rond het Homomonument konden de sprekers verwijzen naar het recente homovijandige incident op het Rembrandtplein. Ze deden dat ook, zonder uitzondering. Vooral Dennis Boutkan, voorzitter van het COC Amsterdam, stond uitvoerig bij het voorval stil. Hij wilde zich niet laten gebruiken door politici die alleen maar giftige, onverdraagzame oplossingen bedenken, zei hij, maar hij riep tegelijkertijd de vertegenwoordigers van de islamitische wereld in Nederland op stelling te nemen. „Wij accepteren geen onderdrukking van autochtonen en allochtonen.”

PvdA-wethouder Carolien Gehrels noemde het geweld tegen het model „ronduit schokkend”, zij stelde vast dat Amsterdam „ als Gay Capital of the World helaas verleden tijd” is. Ik had nieuwsgierig naar haar tekst uitgekeken en het moet gezegd dat zij zich niet onbetuigd liet, maar het was jammer dat zij niets zei over de recente onrust in de Amsterdamse PvdA. Daar is het vrouwelijke raadslid Yman Mahrach, nota bene woordvoerder emancipatiezaken, in opspraak gekomen door uitspraken in De Pers. Zij zou gezegd hebben: „De homoseksuele daad is verboden. Dat is een regel in de islam. Net zoals dat je niet mag liegen.” Zij ontkent die uitspraken, maar volgens Het Parool „zijn er mensen in en rond de fractie die de uitspraken bekend voorkomen’’.

Als dat waar is, staan de PvdA Amsterdam nog woeliger tijden te wachten.