Gentleman in de Spaanse politiek

Premier Calvo-Sotelo wist in de korte tijd dat hij in Spanje aan de macht was, een belangrijke bijdrage te leveren aan de democratie.

De beelden van de parlementszitting van 23 februari 1981 waarin het kabinet van Leopoldo Calvo-Sotelo officieel zou worden benoemd, werden beroemder dan de nieuwe premier zelf ooit zou worden. Het binnenstormen van een handjevol militair uitgedoste opstandelingen, de besnorde luitenant-kolonel Tejero die met zijn pistool vanaf het spreekgestoelte in het plafond schoot, wegduikende parlementariërs: de operette-achtige poging tot staatsgreep maakte duidelijk dat in militaire kring nog niet iedereen de boodschap van de democratie had begrepen.

Calvo-Sotelo, die afgelopen zaterdag op 82-jarige leeftijd in zijn woonplaats nabij Madrid overleed, begreep het wel. In de anderhalf jaar dat hij premier was, legde hij een aantal belangrijke fundamenten voor de Spaanse democratie. Het leger werd definitief ondergeschikt aan de regering. Onder Calvo-Sotelo kreeg het nieuwe Spanje van de autonome regio’s vorm. Hij legde de basis voor de Spaanse toetreding tot de (latere) Europese Unie en de NAVO.

Anders dan Adolfo Suárez, die hij opvolgde als leider van de centrum-rechtse partij UCD, was Calvo-Sotelo niet afkomstig uit het machtsapparaat van dictator Franco. Hoewel zijn vermoorde oom José Calvo-Sotelo in 1936 door de falangisten werd geannexeerd als ‘martelaar’ in hun kruistocht tegen de Republiek, waren de Calvo-Sotelo’s conservatieve monarchisten. Leopoldo gold als een Spaanse gentleman, elegant in de omgang, belezen, muziekliefhebber met een fijn gevoel voor humor en het vermogen om verschillende politieke stromingen met elkaar te verzoenen.

Toch zou Calvo-Sotelo politiek worden vermalen in de politieke hectiek van de transformatie naar democratie. Zijn eigen partij viel uiteen. De socialisten speelden onder leiding van Felipe González in op de angst die na de mislukte staatsgreep heerste en boekten een klinkende verkiezingsoverwinning in 1982.

De ‘Ridder van het Droeve Gelaat’ moest toekijken hoe González een deel van de grote lijnen van zijn politiek oppakte en succesvol uitwerkte. Calvo-Sotelo trad terug en zou nooit lid worden van de Partido Popular. Dat hij nu wordt herdacht als een belangrijk staatsman, is een eer die hem bij zijn leven nauwelijks was gegund.