Eindelijk schrijft Birtwistle opera zonder groot schandaal

Opera The Minotaur van Harrison Birtwistle o.l.v. Antonio Pappano. Gezien: 25/4 Royal Opera House, Londen.

‘Champagne, dear?’ Met karakteristiek understatement reageert iemand in het publiek van de Royal Opera in Londen als het doek valt na de bloederige eerste helft van The Minotaur, de nieuwe opera van Sir Harrison Birtwistle. Het slot van de acte, met het stuiptrekkende levenseinde van de twaalf jongens en meisjes die door de Atheners aan de Minotaurus worden geofferd, laat net als de rest van de productie weinig tot niets aan de verbeelding over.

De Britse pers is daar nauwelijks over gevallen. Men lijkt eerder opgelucht over de muziek zelf. Birtwistle staat bekend om zijn publieksonvriendelijke werk, met vaak tumultueuze, zo niet scandaleuze premières als gevolg: in 1991 eindigde in dezelfde Royal Opera de première van Gawain met boegeroep, in 1995 regende het bij de BBC klachten na een tv-uitvoering van het saxofoonkwartet Panic. En nog eerder, in 1968, zou Benjamin Britten voor het muzikale geweld zijn gevlucht bij de première van de opera Punch and Judy.

Wat een verademing dus, dat men in The Minotaur van de inmiddels 73-jarige Birtwistle eindelijk kan genieten van „exquisitely lucid colour and finely calibrated harmony” (The Daily Telegraph) en „delicacy and transparency” (The Guardian). Het blijft weliswaar muziek die moeite kost, of, zoals de recensent van The Times schrijft: „The Sound of Music it ain't.” Maar ook hij kan er niet omheen: „the voice-writing is more expressive than in Birtwistle's earlier screamfests.”

De Griekse mythologie heeft Birtwistle altijd al gefascineerd. Tot zijn bekendere werken horen onder meer The Mask of Orpheus (1986) en Theseus Game (2003). Met dat laatste werk, in 2006 door Asko Ensemble en Schönberg Ensemble uitgevoerd in het Holland Festival, deelt The Minotaur het principe van een solistische melodie die in de blazers wordt doorgegeven, als een soort draad van Ariadne.

Van het bekende verhaal over held Theseus die de Minotaurus verslaat en met behulp van Ariadnes draad de weg uit diens labyrint weer vindt, wijken Birtwistle en librettist David Harsent nauwelijks af. Wel leggen ze de nadruk op de perverse familiebanden tussen Minotaurus, Ariadne en Theseus.

Tweemaal legt Ariadne beeldend uit hoe haar moeder zich door de als stier vermomde Poseidon liet nemen, met de Minotaurus als resultaat. Het monster zelf blijkt een gekwelde mutant. Een slachtoffer vooral, dat het allemaal ook niet kan helpen. Dat maakt het voor regisseur Stephen Langridge e extra moeilijk het verhaal tot mythologische proporties uit te vergroten, al geeft Bayreuthveteraan Sir John Tomlinson hem imposant gestalte. De kostumering doet een visueel geslaagde, maar ook makkelijke poging tot dubbelzinnigheid met een halfdoorzichtige stierenkop die Tomlinsons menselijke gelaat laat zien.

Dieptepunt in de letterlijkheid en uitleggerigheid van het geheel is Ariadnes bezoek aan het orakel, dat ze om raad vraagt over Theseus’ terugkeer uit het labyrint. Na een blik op de ingewanden van een uit elkaar gepeuterde vogel, komt de hogepriester aanlopen met een tuttig Engels bolletje rode wol.

De muziek maakt echter veel goed. Birtwistle grossiert in grimmige, soms hypnotiserende orkestsferen, waarbij hij een grote batterij slagwerk effectief inzet. Daarnaast is ruimte voor ontroerende zanglijnen, vooral van Ariadne, gezongen door de heldere mezzo Christine Rice. Schitterend zijn de verstilde voor- en tussenspelen die, ook door de projecties van een golvende zee, lijken te verwijzen naar de Sea Interludes uit Brittens Peter Grimes.

Het wachten is nu op een Nederlandse uitvoering. Punch and Judy werd in 1991 uitgevoerd door De Nederlandse Opera, met reusachtige Jan Klaassen- en Katrijnpoppen van Georg Baselitz. Dat was geen onverdeeld succes: veel toeschouwers hielden het – net als Britten in 1968 – niet tot het einde vol. Maar na Birtwistle-festivals in Groningen (2005) en Amsterdam (Holland Festival 2006) moet er genoeg draagvlak voor een nieuwe productie bestaan. The Minotaur is zeker nóg een enscenering waard.