De Zwitser wil een prei van dichtbij

In Zwitserland is de Locavoren-beweging aan een opmars bezig. Voedsel moet niet meer uit verre landen worden gehaald, maar uit het eigen land. En het liefst ook nog uit het eigen kanton.

Als je de Manor binnenkomt, een grote supermarkt in Zwitserland, zie je de borden meteen hangen: Produit local. Eronder liggen kroppen sla, wortels, uien en tomaten in ruige kratten en tenen manden die elk resterend misverstand uit de weg moeten ruimen: dit komt zo van de boerderij. De boerderij om de hoek, wel te verstaan.

Mensen vragen er veel naar, bevestigt een inpakker met een mediterraan accent, die mesclun-sla met een verstuiver aan het „bedauwen” is. Hij weet zelfs te vertellen waar de mesclun vandaan komt: uit Genève.

„Sympathiek, toch?” zegt een jonge vrouw die zich voorstelt als Carine. Ze zet een struik tijm (ook uit Genève) in haar kar. „Ik heb het altijd belachelijk gevonden dat supermarkten broccoli uit Spanje verkopen en mango’s uit Zuid-Afrika, en geen producten uit de buurt. Lekkere pompoenen moest je ’s winters zelf bij de boerderij halen. Of bij een buurtwinkel. Het is goed voor het milieu als de grote supermarkten eindelijk naar de locavoren gaan luisteren.”

Naar de wat?

„Naar de locavoren!” grinnikt Carine. „Kent u dat woord niet? Locavoren die streng in de leer zijn, eten alleen voedsel dat van binnen een straal van 200 kilometer komt. Of 100 mijl zelfs, in Amerika. Ik ben minder principieel. Maar als ik kan kiezen tussen asperges uit Peru of Italië, neem ik de Italiaanse.”

Een van de aanbevelingen die de Verenigde Naties afgelopen maand deden om de internationale voedselcrisis te bezweren, is dat landbouw meer gericht moet zijn op lokale consumptie en minder op de export naar andere landen. Zo wordt er minder verkwist en kan schaarste worden voorkomen. Het advies is vooral bedoeld voor derdewereldlanden, waar plaatselijke grootgrondbezitters hun oogsten in het buitenland verkopen omdat ze er dan meer geld voor krijgen.

De situatie in Zwitserland is precies omgekeerd. Zwitsers aten altijd al Zwitserse producten, al zijn die vaak duurder dan die in buurlanden. Ze zijn er namelijk heilig van overtuigd dat hun eigen appels, eieren en kazen beter zijn. En nu is er zelfs een verschuiving van ‘nationaal eten’ naar ‘lokaal eten’.

Dit bergachtige land is geen graanschuur: de landbouw is tamelijk kleinschalig en wordt met zware subsidies overeind gehouden. Honger lijden de Zwitsers evenmin; velen zijn zelfs rijker dan ooit. De adviezen van de VN over lokale consumptie zijn niet echt voor Zwitserland bedoeld. Toch denken steeds meer Zwitsers er, wegens het milieu (en uit romantisch chauvinisme) net zo over als Carine: ze willen hun prei van steeds dichterbij.

Bij twee andere Zwitserse supermarktgiganten, Migros en Coop, ziet men dezelfde trend als bij Manor. Vroeger had je bordjes op de groenteafdeling met de namen van landen erop. Nu staan er vaak ook namen van Zwitserse kantons op. Dat geldt niet alleen voor verse groenten en fruit maar ook voor wijn en vlees. Migros heeft hier het logo ‘Uit de Regio’ voor bedacht. Volgens woordvoerder Monika Weibel „stellen klanten dat steeds meer op prijs”. Bij Coop zijn er tegenwoordig bordjes ‘Bioregio’. Van de 22.000 voedingsmiddelen die het concern verkoopt, vallen hier voorlopig zo’n honderd producten onder. Dit staat nog los van de legendarische läckerli-koekjes uit Basel die in het noorden beter verkopen dan elders in het land. Om van wijn uit Valais/Wallis maar te zwijgen. Ook dit heeft meer met kantonale trots te maken dan met milieuoverwegingen. „De wijn uit andere kantons”, zei een Valaisan laatst bloedserieus, „is niet te drinken.”

De locavoren manifesteerden zich voor het eerst in het Canadese Vancouver in 2005. Snel daarna werden ze ook in San Francisco gesignaleerd. Veel sympathisanten van het eerste uur horen tot de categorie ‘bobo’, die het zich kan permitteren om vaak duurdere lokale (en vaak onbespoten) producten te kopen. Maar de beweging beperkt zich niet meer tot de geprivilegieerde klassen, mede door de publicatie van boeken als The 100-Mile Diet: A Year of Local Eating en Plenty die in de media ruim aandacht kregen. Dat de beroemde schrijfster Barbara Kingsolver een jaar met haar familie leefde van wat haar eigen tuin (of die van de buren) opbracht en daar Animal, Vegetable, Miracle over schreef, gaf de locavoren extra wind in de zeilen. Omdat boerenmarkten steeds populairder werden, stortten de supermarkten zich ook op deze business.

Hetzelfde gebeurt nu in Europa. Men zegt dat de boeren uit het Zwitserse kanton Vaud vorig jaar al een flinke klap kregen, doordat winkels in Zürich de sla ineens uit hun eigen kanton wilden halen.

Een „onafhankelijke consument” in Zwitserland, Sandrine Rudaz, begon onlangs zelfs een locavoren-site, ‘Ras la Fraise’ (letterlijk: ‘genoeg van aardbeien’). In één maand tekenden 22.000 mensen haar petitie „tegen overmatige import” van fruit en groenten buiten het seizoen.

Rudaz waarschuwt ook tegen misleiding met alweer nieuwe labels, omdat niemand straks het verschil meer weet tussen eco, bio of loco. Zo verkocht Coop laatst asperges van het merk ‘Naturaplan’ – een term die aan alle moderne vereisten leek te voldoen (milieuvriendelijk, dichtbij gekweekt en onbespoten). „Maar die asperges kwamen uit Mexico!” In sommige winkels lijkt iedere voedselfabrikant tegenwoordig een grijnzende tuinman op zijn producten te zetten.

Een jaar geleden voorspelde het Amerikaanse blad Time dat buurtproducten alles wat bio was van de troon zouden stoten. Dat moment lijkt in Zwitserland nog ver weg. Zeker is wel dat de locavoren in een van de rijkste landen van Europa aan een veelbelovende opmars zijn begonnen.

Voor meer informatie over lokaal eten en locavoren in Zwitserland en elders in de wereld: locavores.com en raslafraise.ch