De vingers zijn sierlijke sikkels

Het Khmer Arts Ensemble paart klassieke dans uit Cambodja aan Mozarts Zauberflöte. Het maakt de complexe dansvorm beter leesbaar voor leken. Vanavond is de première.

Als Pol Pot en zijn kameraden hun zin hadden gekregen, zou de voorstelling Pamina Devi – Die Zauberflöte (2006) van het Khmer Arts Ensemble nooit tot stand zijn gekomen. Tijdens de korte periode (1975-1979) dat de Rode Khmer Cambodja in de greep had, werd zo’n negentig procent van de beoefenaars van de Indochinese hofdansen ausradiert, net als alles wat naar koninklijke traditie, ‘bourgeois cultuur’ of intellectualisme riekte.

Choreografe Sophiline Cheam Shapiro (Phnom Penh, 1967) maakte de terreur van Pol Pot als kind mee. Na diens val bekwaamde zij zich in klassieke Cambodjaanse dans. Die bloeide snel weer op dankzij bemoeienis van de koninklijke familie. Prinses Buppha Devi slaagde er in 2003 in het Koninklijk Ballet van Cambodja op de werelderfgoedlijst van Unesco geplaatst te krijgen.

In de loop der eeuwen zijn die oogstrelend elegante choreografieën weliswaar geïnjecteerd met Siamese en Indiase stijlelementen, maar zij onderscheiden zich onder meer door de consequente beheersing en ingetogenheid, in dynamiek zowel als gelaatsuitdrukking. Vooral de voorgeschreven arm- en handbewegingen of mudra’s, zo’n 4500 in getal en vaak verwijzend naar groei- en bloeiprocessen in de natuur, zijn fascinerend, juist door hun onnatuurlijkheid: de ellebogen scharnieren griezelig tegen de richting in, naar achter gebogen hand en vingers vormen sierlijke sikkels.

Aan de vorm lijkt door de eeuwen heen nauwelijks iets veranderd. Het ‘hedendaagse’ van Pamina Devi schuilt vooral in de inhoud. Al eerder gebruikte Shapiro niet-traditionele en westerse verhalen voor haar choreografieën. Zo bewerkte zij in 2000 Shakespeare’s Othello tot Samritechak, waarmee zij commentaar gaf op de weigering van Rode Khmer-kopstukken om verantwoordelijkheid te aanvaarden voor de schade die zij hun land berokkenden.

Pamina Devi is een bewerking van Mozarts Zauberflöte, maar muziek, zang, dans en kostuums zijn traditioneel Cambodjaans. De choreografe maakte de voorstelling op uitnodiging van Peter Sellars. Hij zag in de exotische vertelling over beproeving en transformatie parallellen met de roerige geschiedenis van Cambodja, en in Shapiro, dochter van vier opeenvolgende radicale regimes, de aangewezen persoon om aan deze thematiek theatraal vorm te geven.

Het maakt de complexe vormen van Cambodjaanse dans beter ‘leesbaar’ voor een niet-ingevoerd, westers publiek. Aan de hyperstilering van het exotische bewegingsidioom is weinig veranderd, maar het bekende verhaal stelt de toeschouwer in staat meer inzicht te krijgen in het enorme scala aan gebaren voor verdriet, liefde, afwijzing, strijd, overwinning en verzoening.

Opvallend is dat Shapiro zich in haar Zauberflöte noch voor Pamina’s vader Sarastro (in Pamina Devi Preah Arun Tipadey genaamd), noch voor haar moeder, de Koningin van de Nacht (Sayon Rachny), uitspreekt. Koningsdochter Pamina is bij Shapiro de ware overwinnaar: door de bittere strijd van haar ouders ontdekt zij haar kracht, waarna ze haar eigen weg kiest. Het laat zich raden dat haar personage symbool staat voor het Cambodjaanse volk dat zich – hopelijk – voorgoed heeft bevrijd van overheersing en politiek fundamentalisme.

Pamina Devi, Het Muziektheater Amsterdam, 5, 7, 8 mei. Inl: khmerartsacademy.org, 020-5255455