‘De koning sterft’ over de grens tussen dood en leven

Theater De koning sterft, van Eugène Ionesco door NTGent. Regie: Aus Greidanus jr. Te zien t/m 16/5 Schouwburg, Gent. ****

Er is een man die koning is: hij moet aanvaarden dat hij doodgaat. De intrige van het toneelstuk De koning sterft (Le Roi se Meurt, 1962) van Eugène Ionesco is van een verrassende eenvoud.

Ionesco is een geestverwant van Samuel Beckett, maar zijn versie van het absurde theater is humoristischer, lichtvoetiger. In deze tragische parabel over een machtig vorst die meer dan twee eeuwen regeert en eens moet wijken, klinkt een fraai ingehouden woede door. De verdorven heerser is een egoïst.

De titelheld Bérenger, bij NTGent uitmuntend vertolkt door Steven Van Watermeulen, is een verwend kind dat het land naar de afgrond brengt, een decadente dromer die zijn grondgebied en het koningschap misbruikt. Regisseur Aus Greidanus jr., die met dit stuk zijn debuut maakt voor de grote zaal, zoekt op intrigerende wijze de grens op tussen dood en leven.

Elke zin gaat over dood en aangekondigde dood. Maar nergens sombert de koning. Hij toont verrassende energie. De achterwand van het decor bestaat uit een reusachtige foto van paleisramen die op een glooiend Italiaans landschap uitkijken. Deze wand symboliseert de scheiding tussen dood en leven. Achter de troonzaal gaapt het grote niets. Aan deze zijde reddert iedereen volop om de dood van de koning te bespoedigen, dan is het maar gedaan. Dat is wrang en ook lankmoedig. Koningin Marguerite krijgt dankzij het spel van Hilde Heijnen een prachtige halfhartigheid: zijn dood zal ze bewenen en zal haar ook verlichting geven.

De tweede vrouw in het leven van de koning is de veel jongere Marie (Maartje Remmers). Zij lokt hem met een levenslustig kronkelend lichaam het leven weer in. Anne Gehring als de derde vrouw zorgt voor ontroering in haar samenspraak met de koning. Opeens, met de dood al voor ogen, stelt hij belangstelling in haar leven. In mooi gespeelde verlegenheid vertelt de werkster over het vroege opstaan, de regen in haar gezicht, de vermoeidheid in haar lichaam. De koning komt tot inzicht: waarom heeft hij, in al die levensjaren, niet het geluk van een eenvoudig bestaan geproefd?

Kan de koning wel sterven? Nog een vraag die de regisseur en dramaturg Paul Slangen zich stellen. In een magische circusact wordt hij in tweeën gedeeld, onthoofd onder de guillotine. Hij overleeft.

Aan het slot verdwijnt hij in de wolken van het draaiend decorscherm. Zijn aardse leven is voorbij. Er is een conclusie: de koning heeft zijn tijd verspild. Een grimmige slotsom, temeer daar deze superkoning het hem geschonken rijk heeft verkwanseld. Hij heeft zijn leven onaanvaardbaar slordig geleid. Dat leren we van dit absurde stuk: leef het leven volop en waardig.