De allerlaatste maten van de Internationale

Het laatste couplet van de Internationale was op 1 mei in het Willem Dreeshuis nog niet verstorven, of de Partij van de Arbeid bleek in de peilingen weer verder gedaald. Volgens Maurice de Hond (nooit helemaal te vertrouwen natuurlijk) tot 19 zetels – veertien minder dan ze in 2006 bij elkaar sprokkelden. Zou het nog helpen als Jan Pronk (68), Marcel van Dam (70) en Arie van der Zwan (73) de socialistische gelederen in het vroeger zo vitale besjeshuis kwamen versterken om geloof en hoop terug te geven aan de teleurgestelde oudjes?

Rob Oudkerk (53) is misschien nog te jong, maar zijn leeftijdloze denken spoort sterk met dat van Jan, Marcel en Arie.

Daags na de Dag van de Arbeid ontvouwde hij in de Volkskrant een plan van actie dat begon met een laatste waarschuwing. ‘Ons schip gaat stranden’, had hij als metafoor bedacht en de dramatische toon was gezet.

Hij analyseerde daarna ‘vier structurele problemen’, het personele voorop.

Want was er sinds 1994 nog nieuw talent de partij binnengelokt? In 1994 had Felix Rottenberg alles verzameld wat nieuw, jong en veelbelovend was, maar helaas – en Rob stak hier de hand in eigen boezem:

‘Het bleef bij die ene keer, en mede daarom heeft de Rottenberggeneratie de jaren daarna onvoldoende power kunnen ontwikkelen om de gestaalde conservatieve kaders van de PvdA te splijten. Ik behoorde tot die generatie en voel me daar ook medeverantwoordelijk voor. Dat voelt verre van goed’.

Achjezus.

Nou heb ik een goed geheugen, dus ik herinner me als de dag van gisteren dat de nieuwe, talentrijke volksvertegenwoordigers van Felix Rottenberg in 1994 nog niet waren aangetreden, of de eerste had al verzwegen dat hij een goedlopende onderbroekenwinkel aan de Amsterdamse Nieuwendijk dreef, terwijl hij toch z’n volle Kamersalaris toucheerde. De tweede heette Leonie van Bladel die door Felix werd afgevaardigd naar Europa waar ze met Hedy d’Ancona onmiddellijk een meidenruzie kreeg die ontaardde in een handtasjesgevecht. Hedy won, waarna Leonie verongelijkt overliep naar een andere fractie. De derde (Marjet van Zuijlen) investeerde al haar talent in een bakvissenverhaal over haar verhouding met Rick van der Ploeg, en de vierde (Rick van der Ploeg zelf) probeerde als Kamerlid tussen 1994 en 1998 samen met Adri Duivesteijn en Rob Oudkerk premier Wim Kok en vooral fractievoorzitter Jacques Wallage het leven zuur te maken.

Eén grote slangenkuil, die Rottenberggeneratie. Geen enkele reden voor Rob om te betreuren dat er onvoldoende power in zat.

Hij besloot zijn sombere verhaal trouwens positief. ‘Change, het toverwoord van Obama’, schreef hij, ‘is voor ons broodnodig. Wij moeten een nieuwe, sociaal-democratische verlichte en progressieve beweging beginnen met mensen van binnen en buiten onze partij, waarbij een maatschappijvisie wordt geschetst voor de lange termijn, ver weg van de kortelontjespolitiek; een nieuw paradigma wordt geschetst, en de focus en ideologie wordt gericht op de immateriële kwaliteit van leven in plaats van het materiële, zoals nu bij de kinderopvang.’

Geef toe: elk woord in deze passage was doodgeboren. Daar zat nou echt geen grein leven, adem, kleur of betekenis meer in. Willemdreeshuiswoorden. Des te schattiger vond ik wat er ten slotte onder stond: ‘Rob Oudkerk is lector leefstijlverandering bij jongeren, huisarts en oud-Kamerlid voor de PvdA’.

Zelfbenoemde volksheld, heeft Bas Heijne hem nog eens genoemd. Dat zijn de verdrietigste, omdat ze door niemand erkend worden. Ik denk nog vaak terug aan een interview waarin hij trots vertelde dat hij, na wat persoonlijke perikelen, op straat, in cafés en bij de groenteman joviaal werd aangesproken met ‘Hé, pikkie!’ Toch nog een klein beetje erkenning.

Maar wel jammer dat zo iemand de nachtkaars van het oude socialisme zou moeten uitblazen.