Buschauffeur wil gewoon meer poen

Een ritje met de bus in het streekvervoer kost nu niets.

Zo proberen de chauffeurs een beter loon af te dwingen. Maar de acties kosten de bedrijven handenvol geld.

De verbazing is van haar gezicht af te lezen. „Hoef ik echt niet te stempelen?”, vraagt een vrouw, de strippenkaart in de aanslag. „Ik trakteer vandaag”, antwoordt buschauffeur Marga Snoei. Omdat Snoei vandaag geen kaartjes verkoopt en ook niet stempelt, houdt haar werkgever Connexxion de helft van haar loon in. Dat heeft ze er graag voor over. „Dit gaat zo niet langer. De salarissen moeten met 3,5 procent omhoog.”

Met dit doel deed naar schatting 90 procent van de 13.000 personeelsleden in het streekvervoer gisteren en tijdens Koninginnedag en Hemelvaartsdag mee aan de ‘publieksvriendelijke actie’ waartoe FNV Bondgenoten, CNV Bedrijvenbond en vakbond De Unie hebben opgeroepen. Ook vandaag en met Pinksteren wordt actie gevoerd. Als de werkgevers niet met een hoger loonbod aankomen, zullen de buschauffeurs in de tweede helft van mei beginnen met meerdaagse stakingen.

Na vier maanden zitten de cao-onderhandelingen tussen de bonden en de vervoersbedrijven Connexxion, Arriva en Veolia muurvast. De huidige acties zijn „rustig”, vertelt Teus Ottevanger, actieleider bij Connexxion in Spijkenisse. „Vijftien jaar geleden sloegen werkgevers en werknemers elkaar nog op de bek.”

De vervoersbedrijven houden vol dat er geen geld meer is, tenzij de productiviteit omhoog gaat. Daarom willen ze dat de chauffeurs het eerste kwartier van hun doorbetaalde pauze opgeven en volgens een flexibeler rooster gaan werken. In ruil daarvoor kunnen de chauffeurs over de komende drie jaar een loonsverhoging van 11,5 procent krijgen.

De bonden noemen het voorstel een „sigaar uit eigen doos”. Ottevanger: „Ze komen met allerlei randvoorwaarden, maar we willen gewoon poen.” Een buschauffeur verdient tussen de 1.200 euro en de 1.700 euro netto per maand. De loonsverhoging die de bonden eisen komt neer op ongeveer vijftig euro per maand.

De vervoersbedrijven hebben twee bronnen van inkomsten, die allebei worden vastgesteld door de overheid. De eerste is de strippenkaart, waarvan de prijs wordt bepaald door staatsecretaris Huizinga (Vervoer, ChristenUnie). Daarnaast krijgen de bedrijven subsidie van provincies, gemeenten of stadsregio’s. Beide inkomsten pakten niet zo hoog uit als de werkgevers hadden verwacht. Daarbij stegen de kosten door bijvoorbeeld de hogere dieselprijs. De werkgevers klopten onlangs aan bij Huizinga, maar die wil niet bijspringen. „Wij zitten dus klem tussen overheid en bonden”, aldus woordvoerder Liesbeth de Vries van Arriva.

Volgens Wyb Kusters van CNV Bedrijvenbond klopt dat niet. „Connexxion heeft bijvoorbeeld wel geld voor de salarissen voor de raad van bestuur. Die stegen vorig jaar met gemiddeld 21 procent. En er worden voortdurend nieuwe bussen aangeschaft.”

De buschauffeurs denken dat de werkgevers de actie heimelijk toejuichen, omdat deze zou helpen om de druk in Den Haag op te voeren. Maar volgens De Vries van Arriva doet de publieksvriendelijke actie het onderhandelingsproces geen goed. Ze schat het totale verlies voor de vervoersbedrijven op acht ton per dag. „Het is gewoon diefstal”, vindt De Vries.

Op 25 april bereikten werkgevers en bonden wel een akkoord voor de werknemers in de gebieden waar Connexxion, Arriva en Veolia behalve het bus- ook het treinvervoer verzorgen. Duizend chauffeurs in deze gebieden kregen wél 3,5 procent extra loon, omdat geld kon worden vrijgemaakt uit verkoop van treinkaartjes.