Britse volk geeft een laatste waarschuwing

Britse kiezers hebben vorige week hun twijfel laten blijken over Browns leiderschap.

Hij heeft de Labour-partij na het vertrek van Blair geen nieuwe impuls kunnen geven.

Voor de Britse premier Gordon Brown is zijn eerste confrontatie met de kiezers op een dramatische mislukking uitgelopen. Het ging eind vorige week weliswaar slechts om lokale verkiezingen in Engeland en Wales, maar de prestaties van Browns Labour-partij waren dermate pover dat ook veel Lagerhuisleden van Labour de volgende nationale verkiezingen nu al met angst en beven tegemoet zien.

Brown heeft „een laatste waarschuwing van de Britse bevolking” gehad, waarschuwde een niet nader genoemde minister gisteren tegenover een zondagsblad. De hevig teleurgestelde premier, die nog geen jaar geleden Tony Blair opvolgde, schreef in vraaggesprekken de magere score toe aan de economische zorgen van veel kiezers. „Ik begrijp dat en ik voel de pijn die zij voelen”, zei hij voor de BBC-televisie. Concrete nieuwe ideeën had Brown echter niet direct paraat.

Voor de Conservatieve oppositie daarentegen ziet de toekomst er na jaren van frustratie en machteloosheid weer zonnig uit. Niet alleen deden ze het uitstekend bij de gemeenteraadsverkiezingen, ze sleepten ook de hoofdprijs van deze verkiezingsronde – het burgemeesterschap van de hoofdstad Londen – in de wacht. De voormalig journalist Boris Johnson, die nog maar enkele maanden geleden kansloos werd geacht tegen de oude rot Ken Livingstone van Labour, werd in de nacht van vrijdag op zaterdag tot winnaar uitgeroepen.

Tory-leider David Cameron toonde zich opgetogen over de uitslag. „Ik denk dat deze resultaten niet slechts een stem tegen Gordon Brown en zijn regering vormen, ik denk dat ze ook een bewijs zijn van vertrouwen in de Conservatieve Partij.” De echte test voor Camerons leiderschap komt echter pas bij de volgende Lagerhuisverkiezingen, op zijn vroegst volgend jaar of wellicht zelfs pas in 2010.

Toen Brown zijn grote rivaal Tony Blair vorige zomer tussentijds – en zonder verkiezingen – afloste, hoopten veel Labour-aanhangers dat hij de partij na tien jaar regeren nieuwe impulsen zou kunnen geven. Tot nu toe is daar echter niets van terechtgekomen. Alleen in de eerste weken van zijn premierschap manifesteerde Brown zich met enig succes als crisismanager bij mislukte terroristische aanslagen, een uitbraak van mond- en klauwzeer en overstromingen. Maar sindsdien is het voor hem voortdurend bergafwaarts gegaan.

De uitslag van de lokale verkiezingen van vorige week is een nieuw dieptepunt voor de premier. Toen de stemmen waren geteld, bleek dat Labour zelfs de Liberaal-Democraten moest laten voorgaan. Die wonnen gemiddeld 25 procent van de stemmen, terwijl Labour niet verder kwam dan 24 procent, het slechtste resultaat in veertig jaar. De Tories kregen 44 procent van de stemmen.

Volgens veel commentatoren heeft Brown het verlies van vorige week grotendeels aan zijn eigen economische beleid te danken. Vooral een belastinghervorming, die ongunstig uitpakte voor mensen met lagere inkomens, breekt hem op. Vele honderdduizenden mensen troffen plotseling minder aan op hun loonstrookje en daarop sloegen bezorgde Labour-parlementariërs alarm. Pas na wekenlang gesteggel zegde Brown compenserende maatregelen toe voor de betrokkenen. Zijn imago als weldoener voor de kansarmen liep er een forse deuk door op.

Ook de aarzelende wijze waarop hij de crisis rond de hypotheekbank Northern Rock afhandelde heeft hem weinig krediet bij de kiezers opgeleverd. Eerst zag zijn regering zich genoopt Northern Rock met miljarden ponden te hulp te schieten, toen de bank niet meer aan zijn verplichtingen kon voldoen. Maanden later zag de regering geen andere uitweg dan een volledige nationalisatie van de bank. De affaire bracht bovendien ernstige onvolkomenheden aan het licht in het toezicht op de banken, dat mede door Brown was ontworpen.

Plotseling rees daardoor de vraag of Brown wel zo’n bekwame manager van de Britse economie was geweest als hij altijd gesuggereerd had. De premier zelf schreef de problemen van de afgelopen maanden vooral op het conto van de verslechterende toestand van de wereldeconomie maar zijn geloofwaardigheid is in de ogen van veel Britten aangetast.

Daarbij komt nog dat velen menen dat Brown zijn beleid op een weinig aansprekende wijze over het voetlicht brengt. Mede daarom heeft de premier de laatste maanden nieuwe medewerkers aangetrokken, onder wie het voormalige hoofd van een grote public-relationsfirma, om zijn presentatie te verbeteren. Hoewel Brown aanvankelijk een nieuwe weg in probeerde te slaan zonder de roemruchte spindoctors van Tony Blair, geeft hij inmiddels even veel geld aan dit soort zaken uit als Blair.

Betekent dit alles dat Brown voor zijn politieke leven moet vrezen? Niet direct. Afgezien van een handjevol ‘backbenchers’ dringt nog niemand in de Lagerhuisfractie van Labour op zijn vertrek aan. De partij kan zich ook niet veroorloven zo snel na zijn aantreden een nieuwe leider naar voren te schuiven. Bovendien ontbreekt een opvolger van voldoende statuur. Dat Brown het echter over een andere boeg moet gooien, is voor iedereen – ook voor hemzelf – duidelijk.