Betere controle op goede doelen?

Er is betere controle nodig op goede doelen, schreef Irene Mol zaterdag in Opinie & Debat. Volgens haar is het zogeheten CBF-Keur een onvoldoende garantie. Een greep uit de reacties op nrc.nl/discussie.

Adrie Kemps, directeur Centraal Bureau Fondsenwerving (CBF):

Met verbazing las ik het opinieartikel van Irene Mol, directeur van stichting Pequeno en luisterde ik naar haar interview op nrc.nl/podcast van 2 mei jl. Het afgelopen jaar is er vanuit het CBF regelmatig met Mol overleg geweest over het CBF en haar slechte ervaringen met een kleinschalig Braziliaans project van straatkinderen. Om persoonlijke redenen wenste zij geen formele klacht in te dienen over de betreffende Braziliaanse organisatie waarbij zij in het verleden persoonlijk betrokken is geweest. Het klopt dat het CBF in zo’n situatie weinig mogelijkheden tot actie heeft.

Mol meent dat het CBF niet in onafhankelijkheid kan optreden omdat er vertegenwoordigers van de keurmerkhouders in het bestuur zitting hebben. Het klopt dat er twee afgevaardigden van goede doelenorganisaties deel uitmaken van het CBF-bestuur. Daarmee is de onafhankelijkheid van het CBF-Keur niet in het geding.

Besluiten over de toekenning van dit keurmerk worden genomen door de Commissie Keurmerk die gevormd wordt door drie onafhankelijke burgemeesters. Het CBF-bestuur wordt gevormd door deze drie burgemeesters, drie onafhankelijke leden die het publieke belang borgen en twee leden van de brancheorganisatie. Het CBF is volgens de regels van de Raad voor Accreditatie verplicht een minderheidsrol te geven aan afgevaardigden van de keurmerkhouders zodat ook die stem wordt gehoord.

Mol meent dat de Raad voor Accreditatie er goed aan zou doen het CBF eens helemaal door te lichten. Drie maanden geleden is dit gebeurd. Het CBF-Keur is daarbij zonder afwijkingen opnieuw goedgekeurd.

Mol wijst er verder op dat het onderzoeksbureau Intraval bepleit meer subsidie te geven om de onafhankelijkheid van de toezichthouder te versterken. Volgens Mol zou de Minister van Justitie dit advies naast zich hebben neergelegd. De aanbevelingen van dit rapport zijn pas onlangs binnen de overheid besproken en conclusies zijn mij nog niet bekend. Mij is wel bekend dat het ministerie van Economische Zaken op 2 april jl. een website voor de consument publiceerde met informatie over keurmerken. Het CBF-Keur is daarbij als een van de betrouwbare keurmerken vermeld.

Het is vervelend dat dit opinieartikel in het NRC en de kop op de voorpagina de lezers een onjuist beeld geeft over de betrouwbaarheid van het CBF-Keur. Zij die een klacht hebben over goede doelenorganisaties of meer willen weten over het CBF kunnen daarvoor terecht op http://www.cbf.nl of contact opnemen.

Sander Westerduin, Haagsche Jongeren Ambassadeur:

Ik moet zeggen dat ik mij verheug op het verdere verloop van de omstandigheden naar aanleiding van dit artikel.

Als stichting hebben wij nadrukkelijk geen CBF-Keurmerk, niet alleen omdat negen van de tien mensen geen idee hebben wat het keurmerk inhoudt, maar ook omdat dit belachelijk hoge kosten (toetsingskosten €5.350,-) met zich mee brengt, die voor veel stichtingen die puur uit onbetaalde vrijwilligers en individuele bijdragen en donaties bestaan, niet op te brengen zijn.

Het vertrouwen in goede doelen is een algemeen maatschappelijk belang. Maar waarom moet een keurmerk dan zoveel kosten? De prijs van zo’n keurmerk wordt tenslotte betaald door donaties, terwijl het keurmerk nauwelijks garantie geeft als het gaat om de controle op de daadwerkelijke bezigheden van een organisatie, aldus het artikel van Mol. Dat is naar mijn idee schandelijk en nog een reden om geen CBF-Keurmerk te nemen.

J. van der Gaag:

Mol noemt één in principe belangrijke databank niet. Dat is de lijst van de door de Belastingdienst erkende “Algemeen Nut Beogende Instellingen” (anbi’s) op de site van de Belastingdienst. Giften aan op die lijst voorkomende instellingen worden bij schenking en successie, en bij de aangifte van inkomsten- en vennootschapsbelasting, binnen bepaalde grenzen fiscaal begunstigd.

Deze lijst is per 1 januari 2008 helemaal opnieuw opgezet, instellingen, die reeds over een erkenning beschikten hebben die voor genoemde datum opnieuw moeten aanvragen.

Helaas stelt de controle op aanvragen ook hier weinig voor. Het gaat om een invulformulier met een beperkt aantal vragen, die hier en daar zo suggestief zijn geformuleerd dat het wenselijke antwoord bij voorbaat duidelijk is. Statuten, een beleidsplan, een werkplan, een recent jaarverslag en een jaarrekening hoeven allemaal niet meegestuurd te worden Dit wekt de indruk dat aanvragen nagenoeg automatisch worden gehonoreerd.

Dit is dus helaas een bureaucratische procedure, die gevers geen enkele zekerheid geeft, maar in 2007 aan de instellingen en aan de Belastingdienst wel veel overbodig werk heeft bezorgd.

Max Molenaar:

Donateurs moeten zo mogelijk in de gelegenheid worden gesteld om regelmatig contact te hebben met de uiteindelijke ontvangers van hulp. Dat kan bijvoorbeeld via videochat met bijvoorbeeld de bewoners van een vluchtelingenkamp en door middel van videoconferenties.

Ik weet dat er ook in sommige arme landen arme mensen zijn die af en toe gebruik kunnen maken van videochat via bijvoorbeeld een internetcafé.

Ook moeten de hulporganisaties regelmatig video’s publiceren via internet van de hulpprojecten en van interviews met de hulpontvangers. Gesjoemel met hulpgelden wordt zo veel moeilijker. Als een hulporganisatie bijvoorbeeld beweert dat ze een waterput heeft gemaakt, moet het hele bouwproces via videofilmpjes kunnen worden gevolgd.

Ook moeten alle medewerkers van een hulporganisatie liefst in een videofilmpje op internet elke maand vertellen wat ze hebben gedaan en hoeveel geld ze daarbij hebben besteedt aan precies welke zaken. Daarbij kunnen ze betalingsbewijzen en rekeningen laten zien en andere bewijzen.

Ook daardoor worden goede doelen veel transparanter en herkenbaarder voor donateurs. Ze zullen daardoor waarschijnlijk meer geld ophalen dan met de kostbare reclamecampagnes die ze nu voeren. Zo zijn er nog talloze andere manieren te verzinnen om de transparantie van goede doelen sterk te vergroten.

Een aantal van de transparantiemaatregelen kunnen wettelijk verplicht worden gesteld. Het CBF zou hierin een sturende rol kunnen spelen en kan op het gebied van transparantie een voorbeeldfunctie vervullen. Om te beginnen door het publiceren van de inkomsten van haar medewerkers en directie.