Averij voor Labour

Na elf jaar regeren heeft het Britse Labour op 1 mei zware averij opgelopen bij de lokale verkiezingen. Over het hele land gerekend haalde deze partij slechts een kwart van de stemmen en eindigde daarmee zelfs achter de Liberaal Democraten. Ook Londen is in handen van de Conservatieven overgegaan. Een paar maanden geleden leek de positie van burgemeester Ken Livingstone nog stevig. Toch is hij verslagen door de olijke, liberaal-Conservatieve mediapersoonlijkheid Boris Johnson.

Hoewel het om lokale verkiezingen gaat, waarbij Labour al eerder slecht heeft gepresteerd, kan deze uitslag ook worden beschouwd als een veroordeling van Gordon Brown, die nog geen jaar premier is. Het kan betekenen dat de slinger van regeringafwisseling tussen de twee grote Britse partijen weer naar de andere kant doorslaat. Economisch gaat het matig en kiezers willen verandering. Brown moet een andere richting inslaan om nog enige kans te maken bij de nationale verkiezingen, uiterlijk in 2010. Dat is moeilijk omdat hij als machtig minister van Financiën medeverantwoordelijk is geweest voor de periode-Blair, en daarmee wordt nu door de kiezer afgerekend. Bovendien was Brown in zijn eerste maanden weifelachtig en krampachtig. Hij zag op het laatst af van vervroegde verkiezingen en hij trad weinig besluitvaardig op bij de kredietcrisis in zijn land.

Browns positie in zijn eigen partij is danig verzwakt. Nu de economie matig presteert, wil de linkervleugel terugkeren naar oude Labour-politiek van nationalisering. De verdeeldheid bij links is niet uniek Brits. Alle sociaal-democratische partijen in Europa hebben te maken met linkse stromingen die de liberalisering terug willen draaien.

Browns Conservatieve tegenstander, David Cameron, is na dit klinkende verkiezingsresultaat alleen maar sterker geworden. Hij heeft zijn les van Blair geleerd. Zijn pleidooi voor betere voorzieningen voor de middenklasse, zoals gezondheidszorg, heeft de Conservatieven in bredere kring aantrekkelijk gemaakt. Burgemeester Boris Johnson kan de nieuwe liberale koers van de Conservatieven in Londen in praktijk brengen. Cameron heeft ook een ambitieuze agenda voor Europa.

Toch heeft deze nieuwe koers van de Conservatieven risico’s. Het conservatisme met een menselijk gezicht voor de middenklasse kan buitengewoon duur uitpakken. Dat bewijst het Amerikaanse voorbeeld, waar een combinatie van lage lasten en gulle overheidsbijdragen mede oorzaak is van een ernstig begrotingstekort. Bovendien heeft een dynamische aanpak van Europa de Conservatieven in het verleden gespleten. Dat maakt de Britse ontwikkelingen interessant voor Europa. De Conservatieven en Labour kennen beide een liberaal centrum dat permanent onder druk staat van meer conservatieve stromingen, voor nationalisatie ter linkerzijde, voor nationale afzondering ter rechterzijde. Die situatie is niet uniek Brits. Sinds 1 mei heeft Cameron de beste papieren om deze interne tegenstellingen te overbruggen.