Waterlandse vragen

Karel Knip

foto hollandse hoogte Great Reed Warbler {Acrocephalus arundinaceus} pair with chicks at nest in Common Reeds {Phragmites communis} Shiga, Japan Nature Production;Hollandse Hoogte

Gevaren door Waterland om te kijken of dat de winter goed was doorgekomen. Eind april is het uitzicht er op zijn ruimst. Veel bomen zijn nog kaal en al het riet is weg – traditiegetrouw laat Staatsbosbeheer de rietkragen ’s winters met de grond gelijk maken. De buitenstaander begrijpt niet waar het voor nodig is, maar weet dat het allemaal weer goed komt. Over een maand zijn de stengels, die nu nog geen voet uit het water steken, al meer dan een meter hoog.

En bijna iedereen was weer terug. De koekoek, de visdief, de kleine karekiet en de rietgors. De zwaluwen. Zelfs leeuweriken. En veel grutto’s, tureluurs en kieviten. Je hoefde er maar een half uur voor te roeien.

Twee sloten verder kwam de schrik: waar vorig jaar nog een spontaan opgeschoten bos stond, zó lieflijk dat een amateurtoneelgezelschap het als decor gebruikte voor zijn vormend spel, gaapte nu een bruinzwarte moddervlakte waarover men pardoes naar de horizon keek. De opslag van elzen, wilgen en berken die zo dankbaar door allerlei zangertjes werd gebruikt was met wortel en tak verwijderd. In een hoek lagen de laatste stobben op afvoer te wachten. En niet alleen daar: overal tussen Zuiderwoude, Uitdam, Holysloot en Ransdorp had Staatsbosbeheer de bosjes weggerukt. Eerst het riet, dan de bomen. Zou er nog meer zijn dat de dienst niet bevalt?

Gebeld met het rijksbosbeheer. Gelukkig is er niets aan de hand, Waterland is open veenweidegebied en moet open veenweidegebied blijven. Spontane bosopslag pas niet in dat beleid. Bovendien waren de ongenode elzen, wilgen en berken inmiddels al bijna vijf meter hoog. De ervaring heeft geleerd dat ze dan aantrekkelijk worden voor kraaien, eksters en zelfs buizerds. Dat zijn bij uitstek vogels die predateren op de eieren en jongen van de grutto en zijn medesteltlopers. De kaalslag is een stukje gruttobescherming. En, ja, het was nogal rigoureus gebeurd, ook de strooisellaag van het jonge bos was verwijderd maar dat was om planten als veenmos, zonnedauw en rietorchis een kans te geven. Boswachter Eric van Gerrevink heeft het kalm uitgelegd en gezegd moet worden: van onbedwongen bomenhaat viel weinig te merken.

Van de gelegenheid gebruik gemaakt om Van Gerrevink een paar andere Waterlandse vraagstukken voor te leggen, zoals dat van de blaartrekkende boterbloem die geen blaren trekt. Ranunculus sceleratus is, moet de lezer weten, een heel algemeen voorkomende boterbloem met wat kleinere gele bloemen dan de meer bekende kruipende en scherpe boterbloem maar toch best aardig. Hij groeit op vochtige standplaatsen en is juist in Waterland heel algemeen.

En dus blaartrekkend. Zie vooral wat wikipedisten en kruidenvrouwtjes daarover schrijven op internet. Een normaal mens durft geen blaartrekkende boterbloem aan te raken, maar toen vorig jaar van AW-wege eens de proef op de som werd genomen en een paar gekneusde bladeren hard over het dunne vel van de binnenonderarm werden gewreven gebeurde er helemaal niets bijzonders. Toen daarna op wat verse bladeren werd gekauwd: nog steeds niet.

’t Is waar: de flora van Heukels/Van der Meijden zegt alleen dat de b.b. ‘Zeer scherp!’ is maar de plant heeft toch een beroerde reputatie. Het zou liggen aan de stof protoanemonine die in nogal hoge concentratie in het melksap van de plant voorkomt. Nu heeft de boterbloem helemaal geen melksap maar gewoon sap, dus daar mag sowieso aan getwijfeld worden. En de medisch-biologische databank PubMed maakt ook al niet veel woorden vuil aan de stof. De zeldzame artikelen waarin iets ongunstigs wordt gemeld komen van Duitse en Turkse geleerden. Anderen menen dat het sap van de blaartrekkende boterbloem hooguit de groei van bacteriën en schimmels remt. Interessant genoeg wordt de plant ook gebruikt in weldadige Chinese kruidenextracten.

Van belang is dat ook Van Gerrevink nooit blaren trok van de blaartrekkende boterbloem. Hij sluit niet uit dat de plant lang geleden op losse grond in verband werd gebracht met plotselinge uitbraken van mond- en klauwzeer. Zoals de pestvogel de schuld kreeg van de pest. In Engeland heet de b.b. tamelijk neutraal: cursed buttercup. Vervloekte boterbloem. Slechts een handvol sites voegt er aan toe: juice causes blisters.

Waaraan de drie vissen waren gestorven die vorig weekend dood in het Waterlandse water dreven viel niet na te gaan. Kan een vis een natuurlijke dood sterven? Dan was dat vast gebeurd. Waar het om gaat is dat een dode zoetwatervis in het water zo anders ruikt dan een dode zoetwatervis op het land. En ook weer heel anders dan een dode zeevis in de zee. De dode vissen in Waterland roken een beetje zoetig, niet eens onaangenaam. Van Gerrevink vond dat ook maar kon er niet veel aan toevoegen. Een vis die op het land bederft geeft de vrijkomende ammoniak natuurlijk noodgedwongen af aan de lucht. Dat gebeurt niet zolang hij nog in het water ligt want ammoniak lost uitstekend op in water. Allicht wordt een vis in zoetwater ook door andere bacteriën beklommen dan een dode vis in zee. Dat zal voor de geur wel uitmaken.

Nu ja, iemand moet het zich eens afvragen. Wat doet de kleine karekiet al eind april in Waterland als hij thuis in Afrika kan uitrekenen dat het riet hier dan nog niet hoog genoeg is om er een nest in te bouwen? Het riet het water uitkijken? Dat is weer zo’n vraag. De karekieten die het eerst terugzijn bouwen het nest in oud riet, denkt Van Gerrevink. (Dat is het riet dat zijn dienst wèg haalt.) De laatkomers kunnen in het nieuwe riet terecht. Internet toonde vooral plaatjes van nesten in jong riet.

Sta daar eens bij stil: een karekietennest in jong riet, hangend zoals op bijgaande foto aan de bladscheden van drie of vier rietstengels. Dat nest komt in de loop van de lente omhoog. Maar dat nest gaat ook scheefhangen als de stengels niet allemaal even hard groeien. Gaat dat altijd goed of moet de karekiet, net als de grutto, van overheidswege geholpen worden?