Vlaggen

In mijn buurt waait op Koninginnedag nog één Nederlandse vlag met een oranje wimpel. Ik woon op een hoek van een driesprong aan het water, heb een ruim uitzicht, kan goed controleren hoe het met de koningsgezindheid hier gesteld is. Een paar jaar geleden staken aan de overkant op 30 april nog drie oranjeklanten de vlag uit. Ik neem niet aan dat daar nu alleen nog republikeinen wonen, maar de vlaggen zijn verdwenen.

Misschien heb ik het probleem verkeerd geformuleerd, gaat het niet om de koningsgezindheid maar om de vlag. Op school heb ik het Vlaggenlied van J.P.Heye moeten leren.

O schitt’rende kleuren van Nederlands vlag,

Wat wappert gij fier langs den vloed,

Hoe klopt ons het harte van vreugd en ontzag,

Wanneer het uw banen begroet!

Deze eerste vier regels kan ik nog moeiteloos zingen. In de volgende vier is sprake van trouw, vroomheid en moed, en dan volgt in het tweede couplet de exegese: rood staat voor manlijke kracht, wit voor vroomheid en blauw voor trouw. Heye die leefde in de eerste helft van de negentiende eeuw, is ook de auteur van het Zie de maan schijnt door de bomen, en Piet Hein zijn naam is klein, zijn daden bennen groot. Dat heb ik allemaal geleerd op de lagere school, van meneer Immink. Wilt u weten of ik het goed heb onthouden, ga naar de Google.

Ja, en nog zo’n lied:

Hollands vlag, je bent mijn glorie,

Hollands vlag, je bent mijn trots,

‘k roep van louter vreugd victorie!

Als ik je zie aan vreemde kust.

Op de zee en aan de wal,

Hollands vlag gaat bovenal!

Van wie het is weet ik niet. Het lijkt me een goed lied voor een nieuwe politieke partij. Toch geloof ik niet dat het de verkoop van vlaggen zal bevorderen. De bloeitijd van het dundoek is voorbij.

Ik heb het nog meegemaakt. Het huis waarin ik ben opgegroeid, is gebouwd omstreeks 1932. Het had en heeft misschien nog een houder voor een vlaggestok. Dat was toen standaard. Op 31 augustus ging onverbiddelijk de vlag uit. Nu woon ik in een buurt die ongeveer even oud is. De huizen hier hebben geen stokhouder. Dat is al een handicap. Om van je koningsgezindheid te getuigen, moet je eerst een klusjesman laten komen. Of zelf iets knutselen wat op zo’n hoogte levensgevaarlijk is en waarschijnlijk mis gaat. Hebben hoge flatgebouwen een faciliteit voor de vlag? Ik denk het niet. Dat zou in strijd met de veiligheidsvoorschriften zijn. En dan, zo’n vlag hijsen, aan een touw, via een katrolletje of een oogje, dat is op zichzelf al een gedoe.

Allemaal oorzaken waardoor, vrees ik, onze driekleur zijn beste tijd heeft gehad. Deze koninginnedag lijkt me daarvan de volgende bevestiging. Dat heeft overigens niets met een republikeinse of monarchistische gezindheid te maken. De koninginnedag of straks de koningsdag, blijft bestaan. Die hebben we nodig, om het staatshoofd te eren, vrijmarkten te houden, zelfgebakken poffertjes te verkopen, onbelemmerd in het openbaar muziek te maken, massaal op eigentijdse manier lol te trappen. Om daarbij ook nog de vlag te hijsen is te veel gevergd.

Koninginnedag is nu de dag van de kleur: oranje. Sjerpen, sjalen, vesten, broeken, pruiken, neuzen, oren, hoeden, schoenen, zo gek kun je het niet bedenken of het is in oranje te koop, en het wordt allemaal gedragen. Hoewel, ik zag één opmerkelijke uitzondering: een moslim meisje dat als hoofddoekje een Amerikaans vlaggetje droeg. Een voorbeeld van hyperintegratie. En dan de collectieve manifestaties. De boten die, afgeladen met oranjemensen, begeleid door niet aflatend oerwoudgetrommel, traag door de grachten ploegen. Het is anders geworden maar de monarchie heeft niet te klagen.

Als Nederlands staatsburger heeft het me plezier gedaan dat de Koningin naar Franeker is gegaan en het Planetarium van Eise Eisinga heeft bezocht. Ik ken dit wetenschappelijk wonder uit eigen aanschouwing. Bent u daar in de buurt, ga erheen, bekijk het zorgvuldig en lees iets over de maker.

Eisinga (1744-1828) is begonnen als wolkammer, was zeer begaafd, verdiepte zich in de wis- en sterrekunde. In Franeker opereerde in zijn tijd een predikant, Eelco Alta, die in 1774 van God had doorgekregen dat het einde der tijden aanstaande was. Bepaalde planeten in ons zonnestelsel waren in een baan terechtgekomen waardoor ze onvermijdelijk zouden botsen. In het daarmee gepaarde kosmisch geweld zou ook de Aarde ten onder gaan. Eisinga vond dit volslagen nonsens. Om dit aan te tonen heeft hij zijn planetarium gebouwd. In 1781 was het voltooid.

In die tijd was het volk verdeeld tussen de Patriotten en de Prinsgezinden. Eisinga was een Patriot; in Franeker hadden de Prinsgezinden het kennelijk voor het zeggen, want in 1787 werd hij verbannen. Toen hij terugkeerde trof hij zijn meesterconstructie aan, verwoest. De energieke optimist begon aan de herbouw, voltooide zijn werk dat sinds ergens in het midden van de negentiende eeuw onder koninklijke bescherming staat. Een goed idee dus van de Koningin om het Planetarium eens te gaan inspecteren.