Vervolgen Wilders politiek mijnenveld

Vier maanden liggen er al tientallen aangiftes tegen Geert Wilders. Justitie weet nog steeds niet of vervolging wegens discriminatie of haatzaaien voldoende kans maakt.

Een officier van justitie die veroordeling van Geert Wilders wegens haatzaaien en discriminatie bepleit, zegt Theo de Roos, „stevent af op een vrijspraak”. De Tilburgse hoogleraar strafrecht adviseerde de top van het Openbaar Ministerie (OM) begin dit jaar over wat er zou moeten gebeuren met de aangiftes tegen de islamkritiek van de leider van de Partij voor de Vrijheid.

Het college van procureurs-generaal, dat leiding geeft aan het OM, denkt al vier maanden na over wat er moet worden gedaan met de 47 aangiftes tegen Wilders’ uitspraken in de Volkskrant en De Pers (zie kader). De aangevers hebben al meermalen geklaagd over de vertraging.

Het Amsterdamse parket van het OM verzamelde de 47 aangiftes en stuurde ze begin dit jaar door naar het college, voorzien van een geheim advies van het Landelijk Expertisecentrum Discriminatie (LECD). Hetzelfde gebeurde met de tientallen aangiftes tegen Fitna, de anti-Koranfilm van Wilders. De adviezen van het discriminatie-expertisecentrum gaven het college niet genoeg houvast voor een besluit. Behalve de hulp van De Roos riep de OM-top ook die van enkele andere juristen in.

Het is een worsteling, zeggen bronnen bij het Openbaar Ministerie. Een botsing tussen de vrijheid van meningsuiting en het verbod op discriminatie en haatzaaien leidt in normale gevallen al tot juridische hoofdbrekens. Maar als een officier van justitie een politicus wil vervolgen voor de inhoud van zijn politieke standpunten, betreedt hij een mijnenveld. Maatschappelijk, politiek en juridisch. Dat baart het OM zorgen. Het doet het imago van justitie geen goed als ze in een zaak als deze ongelijk krijgt bij de rechter. Dus moet er worden nagedacht: hoe kansrijk is vervolging?

In het politieke debat krijgt de vrijheid van meningsuiting „extra bescherming”, zegt De Roos. Wat Wilders over de islam zegt of schrijft is „evident kwetsend”. Maar volgens de Tilburgse hoogleraar staat nationale en internationale jurisprudentie extreme uitlatingen toe in debatten van maatschappelijk belang.

Daarbij komt dat het discriminatieverbod in het strafrecht vooral bevolkingsgroepen beschermt, zegt De Roos, en niet overtuigingen. Volgens hem heeft Wilders in al zijn uitlatingen dat onderscheid heel zorgvuldig in de gaten gehouden. „Hij zal zeggen: ‘Ik val de overtuiging aan, maar discrimineer niet tegen mensen die die overtuiging aanhouden’.” De Roos ziet dan ook heel weinig kans op een succesvolle vervolging. „Je organiseert als OM je eigen nederlaag.”

Gerard Spong is een van de advocaten die – onder meer namens cabaretier Jörgen Raymann en het bestuur van de Haagse As Soennah-moskee – aangifte deed tegen de politicus van de PVV. Wilders is niet de groenteboer om de hoek, zegt de advocaat. „Hij heeft een modelrol, een grotere verantwoordelijkheid voor de samenleving. Een politicus is in de positie om de massa op te zwepen en zou zich juist terughoudend moeten opstellen.”

Volgens Spong is vervolging wel kansrijk. Door verbanden te leggen tussen de islam, moslims en het Duitse nazirijk roept Wilders volgens de advocaat „gevoelens van afschuw en haat” op bij de Nederlandse bevolking.

Twee weken geleden kreeg Spong weer een brief van het OM. Voor de tweede keer meldde de verantwoordelijke officier van justitie in Amsterdam dat de behandeling van de aangiftes tegen Wilders met zes weken was uitgesteld. De zaak is ingewikkeld, hoorde Spong van het OM. Er wordt intensief gestudeerd op Europese en andere internationale jurisprudentie.

Veel begrip voor de vertraging heeft Spong niet. „Ik kan mij voorstellen dat ze wat tijd nodig hebben. De materie is gecompliceerd. Maar de juridische moeilijkheidsgraad rechtvaardigt dit uitstel niet. Aan een weekje studeren zou het OM genoeg moeten hebben.” Volgens de advocaat is er meer aan de hand. „Het is speculatie, maar ik vermoed dat de politieke gevoeligheid een rol speelt.”

Politiek gevoelig is de zaak zeker. Na alle ophef over de film van Wilders en de verzekering van het kabinet dat er in Nederland geen censuur is, maar dat iemand wel kan worden aangepakt via het strafrecht als hij de grenzen van vrije meningsuiting overtreedt, is de juridische haalbaarheid niet de enige meetlat waarlangs een vervolgingsbesluit wordt gelegd. Het maatschappelijke belang van een rechterlijke uitspraak die grenzen trekt rond de politieke vrijheid om meningen te verkondigen, is ook groot. Dat is een belang waar minister Hirsch Ballin (Justitie, CDA) gevoelig voor is, zeggen bronnen in politiek Den Haag.

Het is een belang dat ongetwijfeld wordt besproken in het wekelijkse overleg tussen de minister en voorzitter Harm Brouwer van het college van procureurs-generaal. Theoretisch kan de minister het OM, dat onafhankelijk is, een aanwijzing geven. Maar dat is niet verstandig, zegt Theo de Roos, zeker niet in deze zaak. „Juist de minister moet zich heel erg koest houden.” Een vrij debat is voor alle politici belangrijk. „Als je Wilders die vrijheid ontzegt, dan ontzeg je haar aan iedereen.”

Bovendien is er een politiek bezwaar tegen actieve bemoeienis van het kabinet met de vervolging van de PVV-leider, zegt de hoogleraar. „Je geeft je tegenstander zo’n prachtig podium. Hoeveel stemmen wil je Wilders geven?”

Lees meer over Geert Wilders en zijn controversiële film ‘Fitna’ op nrc.nl/wilders