Verdringing kern van Oostenrijkse ziel

Nieuwsanalyse

In Oostenrijk lijkt de woede over de buitenlandse reacties op de incestzaak in Amstetten nog groter dan de verontwaardiging over het drama zelf.

REFILE - CAPTION ADDITION - Undated police handout picture made available April 28, 2008, shows the entrance to the basement, about 170cm high, of a house where a woman was held imprisoned for 24 years in the small Austrian village of Amstetten. An Austrian woman said she was kept prisoner and abused by her own father for 24 years in a basement dungeon in eastern Austria, where she bore him seven children, Austrian police said on April 27, 2008. REUTERS/HO/Police (AUSTRIA) QUALITY FROM SOURCE. FOR EDITORIAL USE ONLY. NOT FOR SALE FOR MARKETING OR ADVERTISING CAMPAIGNS.. REUTERS

Oostenrijk zal zich „niet door een brute crimineel laten gijzelen”. Bondskanselier Alfred Gusenbauer reageerde donderdag fel op de buitenlandse berichtgeving over de incestzaak in het Oostenrijkse stadje Amstetten, waar Josef Fritzl zijn eigen dochter bijna een kwart eeuw in een kelder opgesloten hield en seksueel misbruikte.

We zullen het land verdedigen, zei Gusenbauer, en niet toelaten dat de Oostenrijkse jeugd met „een nieuwe erfzonde wordt belast”. Dus neemt de regering nu adviseurs in dienst om verdere imagoschade te voorkomen.

Het lijkt wel alsof de verontwaardiging over de buitenlandse kritiek nog groter is dan die over de dramatische gebeurtenis zelf. Een typisch Oostenrijkse reactie. Hoe durft het buitenland dit kleine, weerloze landje zo te beledigen? De Oostenrijkers zelf lijken zich nauwelijks af te vragen of de zaak-Amstetten misschien iets zegt over het land. In augustus 2006 werd Oostenrijk ook al opgeschrikt door de affaire-Kampusch, het meisje dat acht jaar door een man werd vastgehouden in een Weense kelder.

Uit beide zaken kan niet zomaar een eensluidend beeld van Oostenrijk en de Oostenrijkers worden gecreëerd, maar er valt wel iets over te zeggen.

Oostenrijkers hechten aan autoriteit. Kinderen geven volwassenen keurig een handje en leren al heel vroeg netjes Grüss Gott en dank u wel te zeggen. Als ze dat niet doen worden ze al gauw als lastig omschreven. Beleefdheid en fatsoen gelden als grote deugden. De opvoeders op de crèche heten ‘tante’ en leraren op de middelbare school ‘Herr Professor’. De culturele revolutie van mei ’68 is aan Oostenrijk vrijwel voorbij gegaan. Tegenspraak van kinderen wordt niet op prijs gesteld. Toen hulpverleners de kinderen van de familie Fritzl deze week prezen omdat ze zo ‘braaf’ en ‘welopgevoed’ waren, hadden ze de pijnlijke ironie van die typeringen helemaal niet in de gaten.

Het zou te ver gaan om te zeggen dat de manier waarop het openbare leven is georganiseerd, leidt tot misdaden als die van Josef Fritzl of die tegen Natasha Kampusch. Maar ze kunnen wel gemakkelijker plaatsvinden. Zo zijn overheidsfunctionarissen niet gewend om een besluit te beargumenteren. Beslissingen nemen ze het liefst op het gevoel. Een formele weg wordt zelden bewandeld, is er vaak niet eens. Schriftelijke afspraken worden niet gemaakt, liever voert met een gesprek onder vier ogen.

Zo kon het gebeuren dat een van de drie vondelingen van wie Josef Fritzl zei dat ze van zijn dochter waren, zomaar door hem en zijn vrouw kon worden opgevoed. En zo is niemand in Oostenrijk er verbaasd over dat Fritzl niet stevig is verhoord toen zijn dochter kennelijk keer op keer kinderen voor het huis te vondeling legde. Hij werd domweg geloofd.

De Oostenrijkse samenleving is gebaseerd op vertrouwen. Dat heeft zijn prettige kanten. Zo kun je bij een tankstation vertrekken als je geen geld bij je hebt, maar beloofd dat je straks wel even komt betalen. De keerzijde van dat vertrouwen is te zien in Amstetten.

Wie Oostenrijk een beetje kent zal het niet verbazen dat de werkzaamheden aan de kelder nooit zijn opgevallen. Vragen worden zelden gesteld, die zouden de indruk kunnen wekken dat men kritiek heeft en dat zou weer kunnen leiden tot een conflict. Men laat zich graag van de vriendelijke kan zien. Kritiek wordt doodgezwegen, of liever nog vriendelijk glimlachend geneutraliseerd. Wie zich bij de overheid beklaagt, krijgt vaak een compliment maar zelden een antwoord. ‘Ned amol ignorieren’ heet dat ironisch: je hoeft het niet eens te negeren.

Veel mensen die het land voor het eerst bezoeken zijn verrast door de losheid en de vriendelijkheid van de Oostenrijkers. Die levenshouding is zelden gespeeld, maar ze is wel vastgeroest: laat nou maar, doe niet zo moeilijk, erger je nou maar niet, pas je aan. Achter dit zelfbeeld gaat een relatief hoog aantal zelfmoorden schuil evenals een voor Europese begrippen groot aantal gevallen van levercirrose (duidend op overmatig alcoholgebruik).

Volgens sociaal-medicus Horst Noack zijn Oostenrijkers niet erg geneigd om problemen met anderen te delen. Liever lossen ze die alleen op. De houding is „naar binnen gericht”. Oostenrijkers die in de problemen komen zijn geneigd de samenleving de rug toe te keren, aldus Noack.

Psychiater Erwin Ringel schreef in 1984 een standaardwerk over Die Österreichische Seele. Daarin beschrijft hij Oostenrijk als ‘een verdringingsmaatschappij’. Opvoedingsdoelen zoals gehoorzaamheid, hoffelijkheid, spaarzaamheid kunnen volgens Ringel gemakkelijk omslaan in ‘devote dienstbaarheid’ en het vervullen van wensen van anderen nog voordat die ze kenbaar zijn gemaakt. Die opvoedingsidealen leiden tot haat tegenover ouders. En die haat moet vervolgens worden verdrongen. Ringel verwijst naar een aria uit Die Fledermaus, die volgens hem de Oostenrijkse ziel uitstekend typeert: „Glücklich ist, wer vergisst, was nicht mehr zu ändern ist – gelukkig is degene die vergeet wat toch niet te veranderen is.

Verdringers zijn volgens Ringel „voor niemand zo bang als voor degenen die proberen de verdringing op te heffen”.

Dat zou kunnen kloppen. Toen het buitenland zijn verontwaardiging uitte over de kandidatuur van Kurt Waldheim voor het presidentschap, werd hij juist gekozen. En na buitenlandse kritiek op het besluit van Wolfgang Schüssel om de rechts-populistische partij van Jörg Haider in 2000 in zijn regering toe te laten, keerde men Europa de rug toe. En de vraag of de twee kelderdrama’s iets zeggen over Oostenrijk leidt niet tot zelfonderzoek, maar tot kritiek op degenen die hem stellen.