Toch pijn voor Spaanse banken

De Spaanse bankensector was dankzij streng toezicht redelijk immuun voor de kredietcrisis. Maar nu het Spaanse vastgoed last krijgt van de crisis, komen ook de banken in problemen.

In de wervelstorm rond de Amerikaanse risicovolle (‘subprime’) hypotheken vormen de Spaanse banken een oase van stilte. De Spaanse centrale bank verdient veel lof voor jaren van behoedzame regulering.

Daardoor heeft de Bank van Spanje ervoor kunnen zorgen dat de banken die onder haar hoede vallen slechts minimale posities hadden in het soort hypotheekobligaties dat hun Europese en Amerikaanse concurrenten honderden miljarden euro’s heeft gekost.

De Spaanse centrale bank heeft zijn banken niet eens toegestaan mee te doen aan de rage om kredietrisico’s te ‘verpakken’ en door te verkopen. Dat beleid heeft de aanzet gegeven tot het mijden van twijfelachtige kredieten. Het percentage oninbare leningen is in Spanje dan ook een van de laagste in Europa.

Toch heeft de Bank van Spanje niet alle excessen weten te voorkomen. De Spaanse banken hebben een spectaculaire hausse in de vastgoedsector gefinancierd. De vastgoedprijzen zijn in tien jaar tijd verdrievoudigd en projectontwikkelaars hebben honderdduizenden huizen en appartementen gebouwd zonder dat daar werkelijk kopers voor waren.

Maar aan die hausse is nu een einde gekomen, omdat de mondiale kredietcrisis ook Spanje in de tang heeft genomen. Door de zwaardere omstandigheden op de financiële markten zien de banken zich gedwongen hun kredietvoorwaarden strikter te maken.

Dat is een probleem nu projectontwikkelaars te kampen hebben met een overvloed aan onverkochte huizen. Als de potentiële kopers geen hypotheek kunnen krijgen, zullen de projectontwikkelaars hun leningen niet af kunnen lossen. Met andere woorden: de Spaanse banken zitten gevangen in wat Goldman Sachs een ‘Catch 22’-situatie noemt: ze kunnen het zich eigenlijk niet veroorloven kredieten te verstrekken op genereuzere voorwaarden, maar kunnen nog meer geld verliezen als ze dat niet doen.

Gelukkig hebben de Spaanse banken een flinke buffer waarop ze kunnen terugvallen – opnieuw dankzij de behoedzaamheid van de Spaanse centrale bank. Terwijl banken in andere landen hun voorzieningen voor mogelijke toekomstige verliezen omlaag mochten brengen of daartoe zelfs werden aangespoord, moesten de Spaanse banken hun reserves juist aanvullen – tot het hoogste niveau in Europa.

Dat beleid van de centrale bank heeft ervoor gezorgd dat de banken voldoende reserves achter de hand hebben om het huidige volume aan oninbare leningen twee maal te kunnen dekken.

Zelfs als het percentage oninbare leningen bij de kredieten aan projectontwikkelaars zou stijgen naar 13 procent, het hoogste niveau tijdens de laatste recessie van 1993, schat de Bank van Spanje dat de totale verliezen slechts zo’n 63 procent van de beschikbare reserves zouden belopen.

Weinig economen durven de voorspelling aan dat de Spaanse economie te kampen zal krijgen met dezelfde hoge werkloosheid en inkrimping van de bedrijvigheid als in 1993. De Spaanse regering kan helpen de omvang van iedere economische inzinking te verminderen door haar begrotingsoverschot ter waarde van zo’n 2 procent van het bruto binnenlands product om te zetten in een substantieel tekort.

Dat zou wel eens niet genoeg kunnen zijn. De excessen op de vastgoedmarkt lijken ditmaal immers veel groter. De 760.000 nieuwe huizen waarvan de bouw in 2006 is begonnen, bedragen ongeveer een viervoud van het aantal uit 1992. Dat betekent dat het faillissementspercentage onder projectontwikkelaars veel hoger kan uitvallen. Goldman Sachs schat dat er eind dit jaar wel eens 850.000 onverkochte huizen zouden kunnen zijn, een onevenwichtigheid die wellicht pas in 2010 zal zijn verdwenen.

Onverkochte huizen en werkloze bouwvakkers betekenen nog meer kredietnemers die hun leningen niet kunnen aflossen. De Vereniging van Spaanse spaarbanken schat dat het totale percentage oninbare leningen - niet alleen de met de vastgoedsector gerelateerde - in 2009 de 3 procent zal bereiken, meer dan drie maal het huidige percentage.

De banken zullen spoedig voor een paar zware saneringsbeslissingen komen te staan. Ze moesten al de voorwaarden versoepelen voor 5 miljard euro aan schulden van projectontwikkelaar Martinsa Fadesa. Ze kunnen ook worden gedwongen tot een pijnlijke uitruil van schulden tegen aandelen.

La Caixa, de grootste spaarbank van Spanje, moest een belang van 5,4 procent nemen in Colonial, de op één na grootste vastgoedfirma van het land, nadat kredieten aan de aandeelhouders van de firma niet konden worden terugbetaald.

De Bank van Spanje heeft bewonderenswaardig werk geleverd door haar banken uit de gevarenzone te houden. Maar geen enkele centrale bank kan alle pijn wegnemen die het gevolg is van een enorme vastgoedhausse.

Vertaling: Menno Grootveld