Stunt

Alleen het woord al. Joho! De examenleerlingen mogen los! Eindelijk.

Het thema is met zorg geheim gehouden. Vorig jaar hadden we Barbie en Ken in zuurstokroze pakjes, het jaar daarvoor paradeerden Tarzan en Jane in tijgerprint. De geruchten spreken van een springkussen, een zeepbaan en een mechanische stier. Of wordt het weer loos rellen met waterpistolen en eieren?

Zeker is: wij leraren moeten er aan geloven. Na jaren van inspanning en zorg is op de laatste schooldag vernedering ons loon. Als we geluk hebben is het een tedere vernedering. Veel collega’s smeren hem voortijds, veel leerlingen ook. En dus gaan de trouwe sukkels weer voor de bijl.

Ook dit jaar waren de voortekenen somber. Het is niet fijn om 8.25 uur een lokaal te betreden waar tafels en stoelen op hun kop liggen. Ik onderdruk een opwelling iedereen fijne vakantie te wensen en herstel de orde. Na tien minuten kan de les starten. Mits er voldoende leerlingen zijn. Want wat is een mooier alibi dan door stuntende examinandi te zijn gehinderd in de schoolgang? De schoolleiding had gegarandeerd dat de lessen tot 13 uur ongestoord zouden zijn, maar de garantie van schoolleiders is zo valide als de gemoedsrust eist. Kortom: weinig lessen. Aprés ski bleek het thema. Niet: honger. Niet: homohaat. Niet: klimaat. Nee, olijke Heidi’s hupsten in geruite rokjes door de gangen en de Geitenpeters in hun korte broeken schenen van voor de zondeval.

Gaandeweg de ochtend geraakte ik in een weemoedige stemming. Onderga het, sprak ik mijzelf toe, wees sportief, waar is je gevoel voor humor?

De centrale happening begon om twaalf uur. De laatsten der leraren verzamelden zich met de laatsten der leerlingen in de grote zaal. Toch nog een volle bak. Immers, Karaoke! Om de beurt zouden wij het haasje zijn. Maar wat gebeurde? Collega na collega beklom het plankier en werd toegejuicht als een megaster. Een beetje meespringen en af en toe een stukje refrein in de microfoon roepen volstond. Hit na hit werd uitzinnig meegezongen. De Titanicsong ‘Near, far, wherever you are, I believe that the heart does go on’, kreeg een volksliedachtig allure. Wat bedoeld was als een rondje leraren uitlachen werd een zangexplosie. Zingen maakt schoon en licht. Met het kippenvel op mijn armen kwam ik de zaal uit. De zon scheen op het plein. Ik zag een groep Heidi’s en Peters jumpen voor een zeepschuimkanon. Ik hield weer even van iedereen.

marijn@marijnbacker.nl