Stijging dollarkoers van tijdelijke aard

De dollarkoers stijgt, en snel ook. Maar slechts een belegger die niet verder kijkt dan zijn neus lang is, zou daarvan onder de indruk moeten zijn.

De recente koersopleving was zeker substantieel. De dollarindex van de New York Board of Trade is sinds 22 april met 2,5 procent gestegen, waardoor bijna 40 procent van de koersval van 2008 ongedaan is gemaakt. De dollar staat weer aan de goede kant van drie belangrijke psychologische grenze: 1,60 dollar voor één euro, twee dollar voor één pond en 100 yen voor één dollar.

De onmiddellijke oorzaak van de koersopleving is een waarschijnlijke pauze in de Amerikaanse renteverlagingen. Ook de jongste economische gegevens uit de VS waren niet zo slecht als was gevreesd. En dan zijn er nog de geruststellende woorden van veel bankiers, toezichthouders en politici, die het nakende einde van de crisis rond de Amerikaanse markt voor risicovolle (‘subprime’) hypotheken hebben aangekondigd.

Maar ‘niet-zo-slecht-als-gedacht’ is iets heel anders dan ‘goed’ of ‘duurzaam’. Als het gaat om de voornaamste redenen voor de koersval van de dollar van 27 procent sinds 2002 is er niet zo veel veranderd.

De Verenigde Staten zijn beslist niet hun honger naar ‘goedkoop geld’ kwijt. Op een stand van 2 procent is de korte-termijnrente nog altijd 2 volle procentpunten lager dan de huidige inflatie. Verder vooruit kijkend beschouwen mondiale beleggers de voorkeur van de Federal Reserve (het Amerikaanse stelsel van centrale banken) voor een ultralage rente terecht als inflatiebevorderend. En het heeft niet zo heel veel zin om een munt te kopen die reële waarde verliest en een negatief rendement biedt.

Toch hebben de Verenigde Staten nog steeds veel kopers van dollars nodig. Ieder jaar moet het land voor ongeveer 700 miljard dollar kwijt om het tekort op de handelsbalans te kunnen dekken. Vorig jaar lijkt het gat zich te hebben gestabiliseerd op ongeveer 60 miljard dollar per maand, 9 procent lager dan het piekniveau van eind 2005 en omlaag van 6,2 naar 5,1 procent van het Amerikaans bruto binnenlands product.

Hoewel het nu dus kleiner is, blijft het tekort op de handelsbalans groot genoeg om de rest van de wereld een grote hoeveelheid laagrenderende en snel aan waarde inboetende dollars aan hun portefeuilles te laten toevoegen. De dollar verzwakt telkens als buitenlanders aarzelen om de Amerikaanse monetaire en consumptieve spilzucht te ondersteunen. Die aarzeling is de laatste paar weken misschien wat minder geworden, maar de pauze zal waarschijnlijk niet erg lang duren.

Edward Hadas

Vertaling: Menno Grootveld

Voor meer commentaaruit Londen:www.breakingviews.com