Santa Cruz wil helemaal breken met Morales

Ondanks fel verzet van president Morales houdt de rijkste regio van Bolivia morgen een referendum over meer autonomie.

Voor de Boliviaanse president Evo Morales is het duidelijk. Het referendum waarbij Santa Cruz – de rijkste regio van zijn land – morgen over verregaande autonomie gaat stemmen, is illegaal. „Het is maar een enquête, een opiniepeiling”, bagatelliseerde hij het vorige week.

Het oppositiebolwerk Santa Cruz is het streven naar autonomie echter ernst. Gouverneur Rubén Costas van Santa Cruz kondigde vorige week vrijdag aan dat „op 4 mei een nieuwe republiek wordt geboren, een tweede niet-centralistische republiek”. Santa Cruz wil onder meer zelf belasting gaan heffen, de gasinkomsten weer naar zich toe trekken en een eigen politiemacht oprichten. En volgens alle peilingen krijgt het voorstel de steun van een ruime meerderheid van de cruceños.

Costas voorziet bovendien een „domino-effect” in Beni, Pando en Tarija, drie naburige, welvarende regio’s die ook autonomie willen. Zij houden in juni referenda.

De autonomie-eis van de rijke regio’s komt voort uit allerlei dieperliggende conflicten. Bolivia kent een lange traditie van strijd tussen federalisten en centralisten. Verder is het land etnisch en geografisch verdeeld: tussen de overwegend inheemse bewoners op de hoogvlakte in het westen en de blankere (Europese) bevolking van de laaglanden in het oosten.

Verschillen die nog eens worden versterkt door de grote economische ongelijkheid tussen beide landshelften. Sinds het sluiten van de eerste mijnen in de jaren zestig kregen de hooglanders het slechter dan hun landgenoten in het relatief welvarende, gasrijke en vruchtbare oosten. De ayamara-indiaan Morales beloofde bij zijn verkiezing in 2005 wat te doen aan de achterstelling van dit deel van de bevolking. Bij het inlossen van die belofte botste hij hard met de rijkere helft van Bolivia:

Door de staat een groter aandeel te laten opeisen in de gaswinsten spekte hij de nationale schatkist, maar ontnam hij de gasrijke regio’s (vooral Tarija) een belangrijke inkomstenbron. Afgelopen donderdag voerde Morales nog enkele nationalisaties door.

Voor later dit jaar schreef Morales een referendum uit om het grootgrondbezit in te perken. Dit in een poging land vrij te maken voor honderdduizenden hooglanders die naar het oosten migreerden om daar boer te worden, maar daar op verzet stuiten van rijke veehouders en sojaboeren.

In december jaagde Morales in afwezigheid van de oppositie een nieuwe grondwet door de constitutionele assemblee. Hij zag zich hiertoe genoodzaakt nadat de oppositie de assemblee maandenlang had geboycot en studenten de vergaderzaal hadden belaagd.

Het was deze laatste maatregel die de opstandige departementen er uiteindelijk toe bracht hun autonomie-eis door te drukken.

Sindsdien delen oppositie en regering niet langer dezelfde constitutionele spelregels. Gevolg hiervan is dat ze bepaalde instituties niet meer als scheidsrechter accepteren. De regering stelt bijvoorbeeld dat de nationale kiesraad bepaald heeft dat de regioreferenda illegaal zijn. Dat alleen het congres zulke stemmingen kan uitschrijven. Maar de oppositie vertrouwt de door Morales benoemde voorzitter van de kiesraad niet.

De constitutionele raad, die in deze kwestie eigenlijk het laatste woord zou moeten hebben, kan zich er ook niet over uitspreken. Na reeks conflicten telt deze nog maar één rechter. Zij kan in haar eentje geen uitspraak doen.

Ook de katholieke kerk, in het verleden een succesvolle bemiddelaar in Bolivia, kon vorige maand geen compromis forceren. Intensieve bemiddeling van de Organisatie van Amerikaanse Staten bleef eveneens zonder resultaat.

Alleen toen OAS-bemiddelaar Dante Caputo zei dat morgen geweld dreigt, reageerden de oppositie en regering voor de verandering eensgezind. Morales-aanhangers zouden ja-kiezers willen belemmeren hun stem uit te brengen, zei de oppositie. Knokploegen van rechts-racistische jongeren zullen regeringsbetogers te lijf gaan, waarschuwde de regering.

Sommige analisten stellen dat bemiddeling pas zin heeft ná het referendum, omdat de oppositie dan pas tot compromissen bereid is. „De politieke logica is helder: een overwinning stelt de oppositie in staat te onderhandelen over autonomie vanuit een sterke positie”, aldus Bolivia-kenner John Crabtree donderdag in een opinieartikel op OpenDemocracy.org.

Mocht het inderdaad tot zulke gesprekken komen, dan heeft elke kant zijn eigen sterke punt.

Op het twistpunt van land staat de oppositie het sterkst. De enige optie voor Morales om het grootgrondbezit aan te pakken, zou zijn om het leger land te laten bezetten. Dit lijkt geen gunstig vooruitzicht: de laatste keer dat Morales het leger inzette tegen de oppositie, was toen Santa Cruz een groter deel van de inkomsten van het plaatselijke vliegveld opeiste. Het leger bezette hierop de luchthaven, maar moest vertrekken nadat het omsingeld werd door boze burgers. Bovendien is onduidelijk hoe loyaal de generaals zijn in het huidige Boliviaanse labyrint.

In het dispuut over de gasverdeling staat Morales juist het sterkst. Santa Cruz en Tarija stellen dat ze, eenmaal autonoom, handelsverdragen kunnen sluiten met het buitenland. Maar in de praktijk is het onwaarschijnlijk dat Morales zijn drie grootste gaskopers verliest. Argentinië, Brazilië, Chili zijn drie buurlanden die worden bestuurd door linkse regeringen die veel dichter bij Morales staan dan bij de rechtse oppositie. Bovenal zien ze, met de winter op het zuidelijk halfrond voor de deur, niet graag de gaslevering verstoord door een ruzie met La Paz.