Op zoek naar een eenzame gestalte met folkgitaar

Bij toeval stuitten de makers van De Nacht van de Nederpop op Richard Neal. De hitparade haalde hij nooit. „Ik had geen ambitie. Dat is iets Limburgs. Stil blijven zitten en wachten tot er iets gebeurt.”

„Voor dit singletje heeft iemand me laatst tweehonderd euro geboden.” Frans Bronzwaer toont een goed geconserveerd 45-toerenplaatje van The Interpreters, de Limburgse beatgroep waar hij begin jaren zestig deel van uitmaakte.

Gekkigheid vindt hij alle ophef rond The Interpreters. Immers, de hitparade heeft de band nooit gehaald. Eigenlijk stond de groep indertijd alleen als live-attractie bekend.

Frans Bronzwaer, 63 jaar en onlangs gepensioneerd als leraar pedagogiek, is een van de vergeten helden van de Nederlandse popmuziek. Hij maakte niet alleen naam als zanger/gitarist van The Interpreters en later van de band Py Set, maar hij viel vooral op in de korte en krachtige periode waarin hij zich Richard Neal noemde.

Bij de voorbereiding van het tv-programma De Nacht van de Nederpop, dat vanavond wordt uitgezonden, stuitten de samenstellers op een opname uit het programma Pop van Jan de Wit uit 1971. Eerst zien we een paar vlotte hippies in een oranje jeep langs de waterkant rijden, dan stopt de camera bij een eenzame gestalte met folkgitaar. Langzaam zoomt de camera in op een langharige muzikant die een prachtig liedje playbackt. „Take me to the water”, zingt de bleke jongeman met studentikoze bril, „all my friends have left and gone”.

Echo’s van de zachtmoedige folkrock van James Taylor en Crosby, Stills & Nash mengen zich met een schitterende gitaarsolo met wahwah-effect – de zanger blijkt zich plotseling een elektrische gitaar te hebben omgehangen.

‘Richard Neil’ stond er op de doos waarin het nieuwsgierig makende fragment werd aangetroffen. Was dit een Nederlandse artiest? In dat geval moest hij beslist worden getoond in De Nacht van de Nederpop! Maar een zoektocht op internet leverde niets op en pas na een grondige emailronde onder muziekkenners werd duidelijk dat het hier om Richard Neal moest gaan. Maar wie was Richard Neal eigenlijk?

Uiteindelijk bood het zesentwintig jaar oude naslagwerk Nederpop van Roeland Bajema, Robert Briel en George Evers uitsluitsel. „Neal, Richard = Frans Bronzwaer uit Heerlen. Zijn begeleidingsgroep was de Py Set met Jan Bronzwaer op drums”. Neal maakte twee singles op Polydor, Take me to the water uit 1971 en You make me feel a special kind of man een jaar later, zo vermeldt het boek.

Via zijn echte naam is de artiest snel gevonden. Frans Bronzwaer woont tegenwoordig in het Limburgse Brunssum, waar hij sinds de jaren zeventig actief bleef als muzikant. Hij runde een geluidsstudio naast zijn werk in het onderwijs.

Bronzwaer is verrast over het bezoek, naar aanleiding van dat ene plaatje dat indertijd zelfs de tipparade niet heeft gehaald. En hij is vereerd. Hij wist wel dat hij toen goede muziek maakte, maar er waren meer artiesten in hetzelfde genre. Don Rosenbaum en Greenfield & Cook bijvoorbeeld, die wél de nationale hitparade haalden. Frans Bronzwaer daarentegen, was verlegen, plaatste zich niet zo makkelijk op de voorgrond. Het hele verhaal van de opname van die twee liedjes was al een klein wonder.

„In 1971 ben ik serieus begonnen met het schrijven van liedjes,” zegt Bronzwaer in zijn fonkelnieuwe geluidsstudio die hij een week geleden heeft betrokken. „In de beatbands daarvoor speelden we behalve eigen liedjes vooral nummers van The Beatles, The Stones, Cream en Hendrix. Mijn tweelingbroer Jan was de drummer, ook op mijn latere soloplaten. Artiesten als James Taylor inspireerden me om me als liedjeszanger te presenteren. Ik maakte een eenvoudige tape met daarop zeven nummers en stuurde deze naar Polydor. Een week later stond hun labelmanager Harry Knipschild voor mijn neus, bij de V&D waar ik toen werkte. Of ik zin had om met hem te gaan lunchen? Nog diezelfde middag had ik een contract op zak. Dat gaat snel, dacht ik!”

Take me to the water werd opgenomen in Brussel. Bronzwaer zong zelf de tweede stem en speelde alle gitaren – ook de prachtige wahwah-partij, een stijl die hij had afgekeken van Jimi Hendrix. Het pseudoniem Richard Neal koos hij omdat het internationaal klonk en omdat hij met zijn eigen naam niet veel aan kon. „Groeneveld en Kok konden hun naam makkelijk in Greenfield & Cook veranderen.”

Het plaatje deed niks. Voor een tweede poging echter mocht hij met Golden Earring-producer Freddy Haayen, toenmalig directeur van Polydor, de studio in. Maar ook You make me feel a special kind of man werd een flop en de derde single Western lady, opgenomen met Frank Klunhaar in Hilvarenbeek, werd wel geperst, maar nooit uitgebracht. Door een directiewisseling bij Polydor kreeg Richard Neal de wacht aangezegd vóór hij een langspeelplaat kon voltooien.

Frans Bronzwaer keerde terug naar Limburg en likte zijn wonden. Het kwam niet in zijn hoofd op om een andere platenfirma te zoeken. „Het ontbrak me aan ambitie. Met mijn beatbands had ik ook alleen maar dat ene plaatje gemaakt, hoewel we bij optredens volle zalen trokken. Dat is iets Limburgs, denk ik. Stil zitten en wachten tot er iets gebeurt. Groepen als The Motions en The Outsiders kwamen hier ook optreden en die hoorde je wel met hun platen in de hitparade.”

„Na twee flops was ik ervan overtuigd dat mijn carrière voorbij was. Ik ging studeren, koos een ander vak. Ik ben wel al die jaren muziek blijven maken en heb me bekwaamd in studiotechniek. Honderden bandjes heb ik opgenomen. De laatste tijd werk ik vooral met Belgische folkgroepen, een bloeiende sector met veel goede muzikanten. En ik heb na mijn pensionering mijn gitaar weer opgepakt. Ik wil weer liedjes gaan maken, net als toen.”

Het mooiste nummer uit zijn Richard Neal-periode vindt hij het romantische You make me feel a special kind of man. Trots laat hij de opname horen; warme klanken met alweer die prachtige wahwah-gitaar. „Ik was hopeloos verliefd op een meisje, Annemarie. Voor haar heb ik dit lied gemaakt. We hadden verkering, maar op het moment dat ze naar de kunstacademie ging, koos ze voor een ander.

„Toen ze het uitmaakte, ben ik op blote voeten naar huis gelopen. Om vooral díe pijn maar harder te voelen dan de pijn dat ik haar kwijt was. Muziek was mijn enige troost. Ik heb nog drie maanden elke dag in haar tuin gestaan, alleen maar om een glimp van haar op te vangen. Kort daarop ontmoette ik mijn vrouw. Die heeft me van het verdriet afgeholpen. We zijn nu 33 jaar getrouwd.”

De Nacht van de Nederpop: zaterdag, 23.35 uur, Nederland 3.