Olympisch precedent?

Sportkoepel NOC*NSF laat de estafette-zwemploeg (4x100 meter vrije slag mannen) naar de Spelen in Peking gaan, hoewel één zwemmer eentiende van een seconde boven de limiet bleef. Een precedent?

Jacco Verhaeren, technisch directeur van de zwembond:„Ik vind van niet. De ploeg heeft aan de limiet voldaan. Zwemmen is de enige sport waar een aanvullende, individuele eis voor de estafetteploeg wordt gesteld. Bij atletiek bijvoorbeeld wordt alleen gekeken naar de teamprestatie. Het verschil met de limiet voor Bas van Velthoven is dusdanig klein, dat ik het gerechtvaardigd vond de ploeg voor te dragen. Het belangrijkst vind ik dat als team aan de internationale limiet is voldaan, de rest is eigenlijk niet zo interessant. Ja, ik begrijp dat andere sporten in dit besluit nieuwe kansen zien. Ik kan daar weinig over zeggen, omdat sporten zich moeilijk laten vergelijken. Ik kan niets zinnigs zeggen over de voetballers van Foppe de Haan of de hockeysters van Marc Lammers. Ik weet alleen dat bij een estafetteploeg het niveau meetbaar is.”

Martijn van Dooremalen, technisch directeur van de badmintonbond, dat sportkoepel NOC*NSF heeft verzocht een uitzondering te maken voor Yao Jie, die één overwinning tekort kwam voor kwalificatie voor de Olympische Spelen: „Ja, er is sprake van een precedent. Voor ons was het aanleiding te vragen ook Jie naar de Spelen te sturen. Als NOC*NSF afwijkt van de criteria vinden wij dat het moet gelden voor alle sporters en niet voor een bepaald onderdeel of een team. Met de argumenten van technisch directeur Charles van Commenée om uitzending van de zwemploeg te rechtvaardigen, ben ik het eens. Maar dan gelden die ook voor Jie. Van Commenée heeft in de pers gezegd dat de zwemploeg aan de internationale eis heeft voldaan en NOC*NSF er niet is om sporters weg te houden van de Spelen. De zwemploeg heeft een goede prestatie geleverd en naar het schijnt kans op een medaille. Wij menen dat diezelfde argumenten ook gelden voor Jie. Zij heeft aan de internationale eis voldaan en heeft bij de All England de olympische kampioen Zhang Ning verslagen – ze zou dus een medaillekandidaat in Peking zijn. Bij de EK, vorige maand in Herning, kwam Jie één zege voor kwalificatie tekort. Maar ze demonstreerde een stijgende lijn na een langdurige blessureperiode. In de kwartfinale verloor ze van de Deense Tine Rasmussen, die uieindelijk tweede werd.”

Turner Yuri van Gelder, de ringenspecialist die drietiende punt tekort kwam om mee te mogen doen aan de Olympische Spelen: „Ik zeg niet dat de zwemploeg onterecht naar Peking gaat. Van mij mogen ze. Ik zie het als een wildcard die zij wel hebben gekregen, maar mij is onthouden. Ik vind het ook terecht dat de ploeg gaat, omdat ik begrijp dat het om een kanshebber voor een medaille gaat. En voor Nederland vind ik het zeker goed; hoe meer medailles hoe beter. Mijn situatie is niet vergelijkbaar met de zwemmers. Maar ik vind het wel onrechtvaardig dat er in de ene sport een uitzondering kan worden gemaakt en in de andere niet. Daarom moet de turnbond blijven lobbyen bij de internationale turnfederatie. Ze moeten hard aan de slag om de kwalificatie-eisen veranderd te krijgen, want dat gaat niet van de ene op de andere dag.”

Charles van Commenée, chef de mission van de olympische ploeg in Peking: „Nee , het is geen precedent. De estafettezwemmers hebben als team voldaan aan de nationale eis. En aan de internationale limiet, want het is aannemelijk dat de ploeg bij aanvang van de Spelen bij de beste zestien van de wereld hoort. En de estafetteploeg komt hoe dan ook aan de start in Peking, omdat we Robin van Aggele – die zich heeft geplaatst voor de 100 vlinder en 200 wissel – achter de hand hebben. We hebben de tijd van de ploeg zwaarder laten wegen, dan die van één zwemmer. Bij de WK kortebaan in Manchester bewees het team onlangs nog eens zijn kracht door derde te worden. Bij badminton voldoet Yao Jie aan de internationale, maar niet aan de nationale eis. Punt. De badmintonners hebben twaalf keer de kans gehad bij de verlangde eerste acht van een Super-Serietoernooi te eindigen. Is het reëel van iemand die twaalf keer de kans heeft gemist, te verwachten dat het een dertiende keer wel lukt?”