Multiraciaal wachten

Het Krugerpark is een gevoel. In de file op zoek naar de vrijheid.

Was het stil geweest maandagavond, dan had het hele restaurant de gevlekte arendsuil kunnen horen roepen. Net na achten schijnt hij heel onrustig te worden. Dat geldt ook voor de loopvogel met zijn bronsgevlekte vleugels. Nachtvogels. Er zwerven naar verluidt rond dat tijdstip ook hyena’s bij het Krugergate Protea Hotel. Ze durven zo dichtbij te komen dat de hotelgasten, als ze muisstil zijn, de dieren kunnen horen snuiven door hun natte neusgaten.

We hebben ze niet gehoord. De twintig grijze koppen aan de andere tafel waren er te luidruchtig voor. „It’s a long way to Tipperary, a long way from home’’, zongen ze. Wat op zich waar was. Tienduizend kilometer van huis, midden in de woeste natuur van Afrika, hadden de Ierse toeristen zich comfortabel genesteld in deze uithoek van het continent. Ze hielden elkaars handen vast, dronken Guiness en Sherry, en de lolligste van het stel speelde orkestleider voor het gezelschap. Net iets te dronken om maat te houden, dirigeerde hij even later ,,that will be the day that I die’’. Het zwarte personeel roerde zwijgend in de pot met rijstpap en kip. Europa was op deze avond dichterbij dan Afrika.

Het Krugerpark is een gevoel, zeggen ze. Die geur van rode aarde, vroeg op de ochtend, kan bedwelmend zijn. En het idee dat de hele ark van Noach hier gewoon vrij rond banjert vlakbij de plek waar de botten van de eerste homo sapiens zijn gevonden, maakt je nederig als mens. Zo is het ooit begonnen. Hier keer je terug naar de wortels. Hier mag je de ongemakken van de grote stad vergeten, de files, de misdaad, het lawaai. Hier eist de natuur volledige overgave.

Met die woorden uit de reisgids in het achterhoofd waren we het feestje van de nacht ervoor snel vergeten. Bij de eerste zonnestralen van de nieuwe dag betaalden we de rekening bij de vriendelijke receptie die, heel Afrikaans, van boomstammen en riet was gemaakt. We zeiden ,,ngiyabonga’’ (dankjewel) tegen de parkeerwacht en verheugden ons op de spoedige ontmoeting met de Big Five in het beroemdste wildpark van Afrika.

Maar buiten wachtten olifant, neushoorn, luipaard, buffel noch leeuw. Voor de uitgang van het vriendelijke hotel, tweehonderd meter van de poort voor het Krugerpark, stonden honderden auto’s met honderden families vast in een file die zelfs een stedeling schrik aanjaagt. Het was de dag na 27 april, vrijheidsdag. Dat is de dag waarop blanken en zwarten precies veertien jaar geleden voor het eerst samen in de rij stonden om te gaan stemmen voor het einde van de apartheid en de vrijheid. Zoals ze nu multiraciaal aan het wachten waren voor de vrijheid van het Krugerpark. Het was de dag na de toespraak van president Thabo Mbeki, die dromerig had gesproken over „de Nieuwe Zuid-Afrikaan, die niet aan misdaad doet, geen racist is, geen seksist, geen xenofoob en er alles aan doet om van dit land een succes te maken’’.

Wachtend in de file voor het Krugerpark, park van de vrijheid, gingen we op zoek naar die nieuwe Zuid-Afrikaan. Als hij ergens te vinden was, dan moest het hier zijn, tussen de natuuraanbidders, de vrijheidszoekers. De automobilist voor ons was bezig het zand van zijn SUV te poetsen. Waarom je een terreinwagen koopt als je niet van zand houdt, legde hij niet uit. Maar hij kwam hier elk jaar met zijn familie, om te ontsnappen aan het benauwde gevoel van opgeslotenheid achter de hoge muren van Johannesburg. „De enige andere plek waar ik ze mee naar toe kan nemen is de golfclub.’’

Hij zuchtte diep over het getalm van de receptie van het Krugerpark. „Ze zitten er met zijn tweeën’’, zuchtte hij, als een oude Zuid-Afrikaan die een andere blanke in vertrouwen neemt over het falen van het continent. In de pickup voor hem lieten jonge Afrikaners zich vollopen met Bacardi Breezers, de radio hard genoeg om een heel wildpark op de vlucht te jagen. Een helikopter vloog over, en een ambulance kwam voorbij.

Even later volgde het nieuws dat er de vorige nacht een bewaker was neergeschoten bij een overval op een van de winkels in het Krugerpark, park van de vrijheid. De politie had de andere poorten van het park gesloten in de hoop de dader hier bij de Krugergate te kunnen vangen. Vandaar de file. Het begon ons te dagen dat het Krugerpark geen ontsnapping was aan het dagelijkse bestaan van de Zuid-Afrikaan, nieuw of oud, maar vast onderdeel van zijn leefcultuur. Die hoge hekken hielden niet alleen de dieren binnen, maar ook het gevaar buiten, als in de kraal, of de hedendaagse shopping mall. Het Krugerpark is een gated community. Dat hielp, die nieuwe blik.

Toen we een uur later, inmiddels in het Krugerpark, opnieuw in de file stonden voor een foto van een grazende olifant was de agressie en het ongeduld van de andere parkbezoekers makkelijker te begrijpen. Er werd gevloekt en naar voorhoofden gewezen omdat we kennelijk in de weg stonden. En terwijl iedereen deed alsof hij thuis was, werden we overvallen door een warm gevoel van herkenning. Het Krugerpark gevoel.