Labour verliest ook ik Londen van de Tories

De Britse Conservatieven hebben vannacht de kroon op hun zege bij de lokale verkiezingen in Engeland en Wales van donderdag gezet, door ook het burgemeesterschap van Londen in de wacht te slepen.

De voormalige journalist Boris Johnson (43), thans Lagerhuislid voor een district buiten Londen, won nipt en volgt de zittende Labour-burgemeester Ken Livingstone op. Deze bekleedde het ambt sinds 2000, toen de Londenaren voor het eerst hun burgemeester direct konden kiezen.

In een toespraak na zijn zege zei Johnson heel goed te beseffen dat Londen (7,5 miljoen inwoners) niet plotseling volledig op de hand van de Conservatieven (Tories) is geraakt. „Maar ik hoop dat dit laat zien dat de Conservatieven een partij vormen die kan worden vertrouwd.” Hij beloofde aandacht te besteden aan criminaliteitsbestrijding, vervoer, betaalbare woningen en efficiëntie in de uitgaven.

Voor premier Gordon Brown en zijn Labour-partij is met het verlies van Londen de misère compleet. Gisteren was al duidelijk geworden dat de partij gemiddeld slechts 24 procent van de stemmen had weten te winnen, tegen 44 procent voor de Tories. Zelfs de Liberaal-Democraten, die doorgaans ver achter de grote twee eindigen, deden het beter en wonnen 25 procent van de stemmen. In negen van de 27 gemeenteraden die Labour in handen had, verloor de partij de controle. Het was de slechtste uitslag voor Labour in 40 jaar. Premier Brown, die de partij voor het eerst als premier bij verkiezingen leidde, erkende gisteren dat de verkiezingen „teleurstellend” waren verlopen en beloofde lering te trekken uit de nederlaag.

Voor de Conservatieven daarentegen betekent hun winst in Londen een kans om te laten zien dat ze na jaren van oppositie klaar beginnen te raken om het landsbestuur op zich te nemen. De Liberaal-Democratische leider Nick Clegg, voor wie dit eveneens de eerste verkiezingen als partijleider waren, boekte een lichte winst ten opzichte van vier jaar geleden.