Kwaadaardige krommingen

De betonnen gekromde paal is hét beeld van concentratiekampen als Auschwitz. Na de Tweede Wereldoorlog hebben de Polen ze gebruikt voor van alles en nog wat. „Menig erf is ermee omheind.”

Na een halve eeuw weer en wind verkruimelde het beton van de kamppalen. De bewapening verscheen aan de oppervlakte. Een van de meest beeldbepalende elementen van het concentratiekamp dreigde verloren te gaan. Er moest snel worden ingegrepen. Maar het Museum Auschwitz-Birkenau had voor een omvangrijke reddingsoperatie geen financiële armslag, Het ging op zoek naar externe financiers en vond die: in 2003 zijn de kamppalen van het Museum Auschwitz-Birkenau met technische en financiële hulp van de Bondsrepubliek Duitsland gerestaureerd.

De paal is het product van een kwaadaardige denkwijze. Aan de kromming is de functie af te lezen. Van binnen naar buiten is een hek van deze palen een moeilijk te nemen obstakel. De paal is ontworpen om mensen in te sluiten.

De beeltenis van een KZ Lagerpaal wordt geassocieerd met de concentratiekampen Auschwitz en Birkenau. Maar ze staan niet alleen bij de resten van deze kampen. In Silezië zijn er nog veel meer van die palen te vinden. Wie er vaak komt en er oog voor heeft, ziet ze overal in het landschap opdoemen. Het zijn de resten van de regionale betekenis van de kampen van Auschwitz.

In de directe omgeving van Auschwitz waren naast de drie bekende kampen Auschwitz, Birkenau en Monowice nog acht kampen voor dwangarbeiders die daar terecht waren gekomen als krijgsgevangene of door de zogenaamde Arbeitseinsatz. Ook die kampen hadden zo'n hek.

Eind 1942 stond de industriële productie in Silezië in het teken van de Duitse overlevingsstrijd aan het Oostfront. Doordat de meeste Duitse mannen onder de wapenen waren, steeg de vraag naar arbeid. Auschwitz ontpopte zich tot een uitzendbureau. Rondom de industriecentra van Silezië schoten de nieuwe kampen als paddestoelen uit de grond. De fabrieken werden vanuit Auschwitz van slavenarbeiders voorzien. De bedrijven huurden SS-bewaking in en om de grote aantallen slavenarbeiders onder controle te houden was het bedrijfsleven verplicht ook de werkplekken te omheinen met een hek van KZ-Lagerpalen.

‘Uitzendbureau Auschwitz’ was een winstgevende onderneming. Een gevangene leverde per dag twee mark op. De minimumafname werd door de SS gesteld op 500 slavenarbeiders. Bedrijven die kleinere aantallen nodig hadden, betrokken de slaven van bedrijven als de Krupp AG Werke en de IG Farben. De grote bedrijven brachten zes tot acht mark per dag voor een gevangene in rekening.

De toestroom van minderwaardig geachte bevolkingsgroepen waaraan de slavenarbeid werd onttrokken was lucratief. De KZ Lagers kregen hun eigen dynamiek: er ontstond een levendige slavenhandel. De detachering van gevangenen heeft het nazi-regime ongeveer zestig miljoen Mark opgeleverd, nu zo’n 500 miljoen Euro, becijferde de Poolse historicus Piper in zijn boek Auschwitz Prisoner Labor. In de overvolle barakken van de KZ-Lagers van Auschwitz lag de arbeidsreserve opgeslagen.

Over Silezië verspreide fabrieken hebben, ruw geschat, 100.000 concentratiekamppalen geproduceerd. Het maken, opslaan,vervoeren en plaatsen van deze ruim 200 kilo wegende elementen moet een arbeidsintensief werk zijn geweest. Het zand en grint werd geleverd door de Deutsche Erd- und Stein Werke, het cement door de Ostdeutsche Baustof Werke en de bewapening kwam van de Deutsche Ausrüstungs Werke. Dit waren met de SS gelieerde bedrijven.

Het maken van een bekisting voor een concentratiekamppaal is tamelijk ingewikkeld en vereist vakmanschap. De paal loopt taps toe, heeft een regelmatig verlopende kromming waarin de bewapening vloeiend moet verlopen. Aan de rugzijde zitten bevestigingspunten voor de keramische hoogspanningsgeleiders.

De meeste palen van Oswiecim en omstreken zijn gemaakt in de Industriehof van het KZ-Lager Auschwitz 1. De voormalige Betonwerkstättenbaracken zijn verbouwd en functioneren anno 2008 als een discountwinkel voor sanitair. De gebouwen waar ooit de bekistingen zijn getimmerd, tegenover het Museum Auschwitz-Birkenau zijn met de grond gelijk gemaakt om plaats te maken voor het parkeerterrein, een fastfoodgelegenheid, een restaurant, een commercieel toeristencentrum en een hotel.

Na de oorlog veranderde de hoedanigheid van de hekken rondom de fabrieken. In plaats van het binnenhouden van mensen moesten de hekken juist als obstakel gaan dienen voor indringers. Maar voor dit doel bleken ze ongeschikt. Het prikkeldraad werd doorgeknipt en de fabrieken werden op grote schaal geplunderd. Men heeft toen nieuwe palen ontwikkeld, waarvoor echter wel de oude bekistingen van de concentratiekamppalen werden gebruikt. De palen hebben aan de zijkanten een uitsparing voor betonnen schuttingdelen. In de nieuwe hekken is geen gebruik gemaakt van de ergonomische eigenschappen van de palen. Het nieuwe hekwerk staat, net als het oude met de kromming, naar binnen gericht.

De aangepaste versie van de concentratiekamppaal is tot ver in de jaren vijftig geproduceerd. Alleen de palen zonder gleuf zijn KZ-Lagerpalen. Na de oorlog bestond in Silezië een wanhopig makend gebrek aan bouwmateriaal. In veel Silezische huizen zijn concentratiekamppalen verwerkt als bouwelementen. Ze liggen onzichtbaar achter het stucwerk.

Tot in de jaren zestig belandden er op de werf van Gemeentewerken Oswiecim regelmatig KZ Lagerpalen. Ze werden te koop aangeboden voor vijf zloty per stuk, exclusief vervoer. Menig erf is er mee omheind. Meestal heeft de nieuwe eigenaar ze ingekort of is de kromming er afgehakt.

Soms is het hergebruik merkwaardig. Een huisje achter Birkenau is voorzien van een toegangspoort van twee naar elkaar gerichte palen. In een landje bij Oswiecim staat een kippenren van kamppalen.

Aan de rand van het dorpje Nowe Monowice staat in het boerenland een bijzondere paal. Het is een van de weinige overblijfselen van het KZ Lager Monowice ook wel KZ Lager Auschwitz 111 genoemd. Het was het speciale kamp voor de joodse slavenarbeiders, onder wie de Italiaanse schrijver Primo Levi, die werden ingezet bij de bouw van het IG Farbencomplex. Van de 30.000 gevangen die het kamp hebben ‘gepasseerd’ hebben 20.000 het niet overleefd. Gemiddeld leefde een joodse slavenarbeider nog vier maanden.

Na de oorlog is het kamp gesloopt. Het materiaal van de stenen barakken is verwerkt in de huizen van het dorpje Nowe Monowice (Nieuw Monowice) dat op de fundamenten van het kamp is verrezen. De houten kampbarakken zijn gedemonteerd en zijn gebruikt als bouwketen en steigermateriaal bij de wederopbouw van Warschau. De palen van het kamp werden na de oorlog met paarden uit de grond getrokken. Maar één paal had een betonnen voet, vertelt een inwoonster van het dorp. Die staat er nog altijd.