In Fictie

In de actualiteit wordt de literatuur weerspiegeld. Deze week incest en De Metsiers van Hugo Claus.

Hugo Claus: De Metsiers

Sommige dingen gebeuren alleen in non-fictie. Een man die in een roman zijn dochter verkracht en in de kelder opsluit, dat wil je als lezer nog wel geloven. En misschien ook de geschiedenis van het eerste kind nog wel, dat in de kelder geboren wordt. En, vooruit, misschien ook het relaas over baby’tje dat met een brief te vondeling wordt gelegd nog wel… het moet een vreemde scène zijn, hoe de zuigeling door de vader uit de kelder wordt gedragen en dan stilletjes voor de deur wordt gelegd, waarna hij tegenover zijn echtgenote simuleert dat hij het kind net heeft aangetroffen.

Maar zeven kinderen, een dochter die 24 jaar opgesloten heeft gezeten en dan nog wel in Oostenrijk, het land waar vorig jaar al de achtjarige gijzeling van Natascha Kampusch uitkwam. Het is meer dan de willing suspension of disbelief van een fictielezer aankan.

Maar goed, het schijnt dus waar te zijn. Het is wáár dat de 73-jarige Oostenrijker Josef Fritzl zijn dochter Elisabeth op haar achttiende in een kelder heeft opgesloten, die ruimte in de loop der jaren heeft verbouwd tot een driekamergevangenis. En het is wáár dat hij zeven kinderen bij zijn dochter heeft verwekt, van wie er één overleed. Zoals het ook wáár is dat de vrouw van Fritzl zegt 24 jaar lang van niets geweten te hebben. Dat is misschien wel wáár ook: wie zou het wel geloven, wíllen geloven. Josef Fritzl werd uiteindelijk betrapt op het moment dat hij iets deed dat wel geloofwaardig, én menselijk, was: hij nam zijn dochter mee naar het ziekenhuis waar hun doodzieke kind lag.

Bij zoveel ongeloofwaardigheid in de feiten moet de fictie maar niet zo bizar zijn, maar een contrapunt: kleinschalig en relatief onschuldig, een liefde waar Simon Vestdijk over schreef: „De bladzijden gewijd aan het samenzijn van deze twee kinderen van één moeder, behoren tot het ontroerendste, dat dit waarlijk sublieme boek te bieden heeft.” Hij schreef over De metsiers, het debuut van Hugo Claus, dat zich afspeelt op het soort boerenhoeve waar je akeligheden vermoedt. Al is de vader ditmaal niet de schuldige: vader Metsiers is door zijn vrouw en haar minnaar vermoord en de minnaar heeft de plaats van de man ingenomen. En tussen hun gezamenlijke zoon Bennie – niet zo schrander, met trekken van wat je nu misschien autistisch zou noemen – en Ana, de dochter van de dode vader groeit de genegenheid ver uit boven wat tussen broer en zus aanvaardbaar is. En Vestdijk heeft gelijk. Het kinderlijke enthousiasme waarmee Bennie zich een vlucht met zijn zus voorstelt, is prachtig: „Ja, wij zullen eerst naar het dorp gaan dansen, voor hun neus, met Eddie en Jim, en dan gaan wij er plots vandoor, niemand zal ons terugvinden.”

En ook hier wordt, door de ingekwartierde soldaat Jim, de vraag gesteld: „De Moeder moet het ook weten. Misschien laat zij hen opzettelijk begaan.” De Amerikaan heeft een belangrijke rol in de gruwelijke ontknoping – want er is een type verhaal dat niet goed af kán lopen, niet in feit en niet in fictie.

Arjen Fortuin

Hugo Claus: De metsiers. Opgenomen in De romans, De Bezige Bij, 4 delen, € 75