Immigrantenmoeder

Mijn moeder moet het artikel 30 jaar geleden hebben geschreven, in het allang vergeten Engelstalig blad Holland Life. ‘Immigrant Mum’, is de kop. Mijn moeder was toen jong, knap en zoals ze zelf schrijft, ‘hoogopgeleid, redelijk gekleed’. En toch, vertelt ze, schaamde haar oudste zoon zich voor haar omdat ze de rollende Nederlandse ‘r’ niet kon uitspreken.

In 1976 waren we voor de nieuwe baan van mijn vader van Londen naar Leiden verhuisd. ‘Plotseling waren we niet langer arm’, schrijft mijn moeder. ‘Ik kon Simon een verjaardagsfeest in McDonald’s aanbieden, plus een ?lm thuis. Hij twijfelde: was het de potentiële schaamte waard? Ik beloofde dat ik me zou gedragen, niet te veel vragen zou stellen, en dat ik de oo’s en ee’s goed uit zou spreken. Ik demonstreerde hoe goed ik dat kan als ik wil. Uiteindelijk stemde hij erin toe, zeven achtjarigen bij ons thuis uit te nodigen.’ Het resultaat: ‘Schaamte, toen ze allemaal zeiden dat ze nog nooit op zo’n soort feest waren geweest, dat het heel anders was dan hun feestjes.’ Vervolgens begon mijn moeder uit nervositeit Engels te spreken, en liep het allemaal in de soep. Natuurlijk waren wij geen typische immigranten. Mijn vader was hoogleraar, we hadden geld en geen donkere huidskleur. Toch is het verhaal van mijn moeder het verhaal van veel immigranten in Nederland.

Ze werkte hard om bij mij in een goed blaadje te komen. In haar artikel schrijft ze dat ze elke avond de Nederlandse krant probeerde te lezen, en dan vooral de sportpagina. Ze leerde het af, andere kinderen van mijn school een lift in onze auto aan te bieden. ‘Hier is een heel nieuw socialisatieproces gaande’, concludeerde zij in haar artikel, ‘kinderen die hun ouders wegwijs maken, hen uitleggen hoe de maatschappij werkt, enzovoorts.’ Of zoals een schoolrector in Rijnmond mij vorig jaar vertelde: ‘Onderwijs heeft altijd met persoonlijke tragedie te maken. Als het kind de ouders voorbijstreeft, dan gebeurt er iets binnen een familie.’ Dat lijkt me een belangrijker deel van de immigrantenervaring dan wat er in de Koran staat.

Nu ben ik aan de beurt. Ik woon inmiddels in Parijs, waar mijn tweejarige dochter op de crèche zit. Laatst vroeg ik één van de jufs of Leila al een beetje Frans sprak. ‘Ja hoor’, zei de juf. ‘Laatst hadden we het over lepels, cuillères, en ze wist precies wat het over ging.’ Op dat moment kwam Leila van de andere kant van de speelzaal aanzetten. Ze had ons gesprek blijkbaar afgeluisterd, om Papa met zijn middelbareschool-Frans bij te kunnen staan. ‘Spoons!’ riep ze mij ter verduidelijking toe. Nou, bedankt. Nog een paar jaar en ik mag bij het afhalen niets meer zeggen.

Na negen jaar Nederland mocht mijn moeder eindelijk terug naar Londen. Daar werkte ze 15 jaar keihard. Toen kreeg ze zeer jong Alzheimer. Op 27 maart bracht mijn vader haar naar een tehuis in Londen.

Ze weet allang niet meer wat Nederland is, of dat ze een zoon heeft die erover schrijft. Als immigrantenmoeder krijg je soms nooit je beloning. Ik hoop dat ze het desondanks de moeite waard vond.

Simon Kuper is schrijver, columnist en auteur van Retourtjes Nederland