IL GATTOPARDO

Boekverfilmingen zijn altijd goed voor discussie: is het boek beter of de film? Joyce Roodnat weet dat het anders kan. Zij koos negen boeken en verfilmingen die beide een meesterwerk genoemd kunnen worden. Deze maand Il gattopardo, van schrijver Giuseppe Tomasi di Lampedusa en filmmaker Luchino Visconti.

De Principe di Salina, Siciliaans edelman van oude huize, beweegt kalm. Op het trage af. Spoed is voor de anderen, dat spreekt vanzelf. Natuurlijk is deze Prins van Salina driftig en snel geërgerd, dat hoort bij zijn stand en status. Maar ook zijn opvliegendheid etaleert hij in alle rust. Daar maakt hem des te indrukwekkender, zie ook zijn eerbiedige bijnaam ‘de Tijgerkat’.

De cineast Luchino Visconti koos de beheerste beweging van de Prins als uitgangspunt voor zijn verfilming van Il gattopardo (De tijgerkat) van Giuseppe Tomasi di Lampedusa. Hoe alles en iedereen ook om de Prins heen dwarrelt, door zijn aristocratische rust onderscheiden we hem direct. Zijn monumentale pas, zijn knik, zijn handomdraai formuleren zijn positie: enerzijds als de rots te midden van zijn, uiteraard omvangrijke, gezin; anderzijds als contrapunt voor de turbulentie van zijn tijd. Om de oude feodale machtsstructuur te beëindigen werd de eenwording van Italië bevochten. Het woord ‘Verdi’ verwees niet langer alleen meer naar Italië’s meest geliefde componist, maar was ook een protest, omdat het met zijn vijf letters de regering van één koning bepleitte: Victor Emmanuel Re D’Italia.

1860. Garibaldi is met zijn rebellen op Sicilië geland en opgetrokken naar Palermo. Er schijnt een revolutie aan de gang te zijn. En trouwens,wat is het warm. In het palazzo van de Prins aan de rand van Palermo bewegen witbatisten gordijnen in hoge ramen die alleen ’s winters gesloten worden. Een kamerheer komt melden dat er een dode soldaat in de tuin ligt. De echtgenote van de Prins krijgt een zenuwtoeval, de Prins laat een rijtuig in orde maken. Hij gaat naar de hoeren. De huispriester moet mee, voor onderweg, om lekker mee te kibbelen. Nee, de Prins is vervolgens niet van zins te biechten. Zeven kinderen heeft hij bij zijn echtgenote gemaakt, bast hij de gegeneerde priester toe, en nog nooit heeft hij haar navel gezien. Als hij haar nu ‘benadert’ zet ze het op een bidden om hem af te weren. Dus: biechten? Hoezo? ‘Zij zondigt, ik niet.’

Even later zien we chaos in oude smalle straten. Golvende massabewegingen slepen ons aanvankelijk mee. Maar dan wordt de strijd smerig, met een slordige executie en een even slordige lynchpartij. Visconti verfilmde superieur ellende, bloeddorst, wreedheid en treurnis, zonder, in hedendaagse films normale, pornografische nadruk op gapende wonden, of de puilende ogen van een gehangene.Waarom zou hij ook? Is niet nodig.

Dat Visconti zich waagde aan de ver- filming van Lampedusa’s meesterwerk Il gattopardo was zo ongeveer logisch. Net als de schrijver, die in zijn boek zijn grootvader beschreef, was Visconti van oud-adellijke huize. Net als Lampedusa kon hij inspiratie putten uit een wereld die hij kende. Hij doordrenkte zijn film van de lome sfeer van rijkdom en hoge geboorte: de boeketten, de interieurs, de diners, en vooral de conventies en de kleine gebaren – alles doet zich vanzelfsprekend voor, nooit denk je ook maar een ogenblik: guttegut,wat een research.

Visconti heeft altijd recht gedaan aan de romans die hij verfilmde. Hij adoreerde hun verhalen, behandelde hun mono- en dialogen met alle egards, en hij was een meester in het handhaven van hun veelzeggende details.Maar ook zette hij die steeds naar de hand van de filmer.

Voor Il gattopardo zag hij af van het slot van de roman en bombardeerde hij een incident van nog geen pagina tot het zwaartepunt van zijn film: de wals die de Prins danst met de verloofde van zijn neef. De vrouw is jong, nouveau riche, mooi en gehaaid. En ja, ook sympathiek en lief (liever dan in de roman, Visconti is mild voor haar, wat haar eens zo fataal maakt). De Prins heeft geen keus.We zien hem op de dansvloer voor haar charme vallen, en daarmee gaf Visconti hun wals het gewicht van een laatste oordeel. De stralende jonge vrouw neemt de wereld over van de oude man. Zijn rol als feodaal edelman is ten einde, het spel van haar klasse, de middenklasse, begint.

Het orkest zwijgt, de wals is voorbij, de Prins kuiert weer alleen in de drukte. Hij kijkt in een spiegel en lijkt zich niet te verbazen over de tranen in zijn ogen. Rustig als altijd verlaat hij het bal, maar hij beweegt anders. Stram, met de tred van een ouwe man. Zijn gestalte, in een zwarte overjas met een hoge zije en een witte shawl, herinnert aan een bekend portret van Verdi. Victor Emmanuel Re d’Italia, inderdaad. De nieuwe tijd is een feit.

Het was Visconti’s meesterzet om voor Il gattopardo de Amerikaanse acteur Burt Lancaster de Prins van Salina gestalte te laten geven. Ja, zijn stem is Italiaans nagesynchroniseerd (net als die van zijn tegenspeler Alain Delon) en nee, daar merk je niks van. Lancaster ís de Prins, tot in de lijnen van zijn klauwen.

Lancaster was 48 (de Prins 45) toen hij deze rol vervulde, een volwassen kerel, niet jong, niet oud. Een man. Hij maakt de Prins bruut, beminnelijk en melancholiek, zet hem neer als een scherpzinnig denker die genoegen schept in zijn eigen sobere zondigheid. De malicieuze grapjes van de Prins besluit Lancaster telkens met een klein lachje, een binnenpretje.

Het mooist zien we hem in de scène dat de huispriester de Prins stoort bij zijn bad. Zonder gêne rijst hij op uit zijn kuip (hierin week Visconti af van het boek, ik denk met recht, een man als hij zal zich niet schamen voor zijn personeel).We zien een gespierde zware man, inderdaad een evenbeeld van de Hercules Farnese, het antieke beeld waar Lampedusa in deze passage ter vergelijking naar verwees. Hij slaat zijn handdoek om, laat zijn rug drogen door de priester, gaat zijn toilet zitten maken en hoort diens verzoek aan.Terwijl hij de priester zijn vet geeft, parfumeert hij zijn oren. Dat is niet koket, het maakt hem juist indrukwekkender.

Zijn andere mooiste rol speelde Burt Lancaster dertien jaar later ook in Italië, in Novecento van Bernardo Bertolucci. In die film leek hij een bejaarde versie van de Tijgerkat, met de suggestie van dezelfde grandeur. Autoritair, klaar om zijn droit de seigneur uit te oefenen, niettemin diep sympathiek. Maar er is verschil. De boerenedelman uit Novecento sterft tussen zijn koeien. De Tijgerkat is meer iemand die zijn laatste adem tussen zijn paarden uit zou willen blazen. Voor Visconti viel de Prins van Salina samen met zijn grond, het eeuwige Sicilië dat zich plooit onder de harde azuren hemel. Niet lieflijk, wel allemachtig mooi. Krekels sizzelen. De lucht boven de met brokken steen bezaaide heuvels siddert in de hitte. De schaduw van de olijfboom, waar de Prins uitrust van de jacht, wordt direct een lusthof. De picknick met zijn familie doet denken aan schilderijen van Renoir.

In de straten van Palermo vecht intussen Tancredi, de jonge neef van de Prins en diens protégé, aan de kant van Garibaldi. Hij geniet ervan, gaat tekeer als een jonge stier. Zijn politieke keuze wekt de spot van zijn oom, die gelijk heeft: die neef zal altijd een adellijke jongen blijven. Zonodig blaft hij zijn mede-rebellen af, profiterend van de autoriteit die hem bij zijn geboorte is meegegeven en die wordt gerespecteerd, alle rebellie ten spijt.

Ook neef Tancredi wordt bepaald door zijn manier van bewegen. Nooit zit hij stil. Hij rent als hij ook zou kunnen lopen, stoeit met zijn enorme dog, verkoelt zijn verliefde nicht en vervolgens zijn paard met zijn natte zakdoek. De vrouw krijgt zijn brede lach, het paard krijgt een kusje.

De jonge en de oude man zijn dol op elkaar. Eigenlijk zijn ze elkaar. Door meermalen hun gezichten en profil tegenover elkaar te tonen, alsof ze elk in een spiegel kijken, benadrukte Visconti dat. De jonge man is de toekomst van de oude, symboliseert dit beeld. Anders maar niks nieuws. Of, in de woorden van Tancredi (de beroemdste die Lampedusa schreef): ‘Als we willen dat alles blijft zoals het is, moet alles anders worden.’ En zo zal het geschieden.

Volgende maand: ‘Woyzeck’ van Georg Büchner verfilmd door regisseur Werner Herzog.

Verfilmde literatuurreeks De negen boeken en films die Joyce Roodnat in M bespreekt in de reeks Verfilmde Literatuur van NRC Handelsblad zijn verkrijgbaar in de webshop van de krant (www.nrc.nl/extra). U betaalt slechts 21,95 euro per deel (boek en film) als u de gehele reeks bestelt. Losse afleveringen (boek en film) zijn te koop voor 27,95 euro, in de webshop van de krant of in de betere boekhandel. Meer informatie vindt u op www.nrc.nl/extra en in de advertentie elders in de krant.

...Ik had het over de Sicilianen, daar zou ik aan hebben moeten toevoegen: Sicilië, de sfeer, het klimaat, het landschap. Dit zijn de krachten waardoor onze ziel werd gevormd [...]: dit landschap dat geen midden kent tussen zinnelijke weekheid en helse hardheid... (Uit: De tijgerkat, vertaling Anthonie Kee)