‘Ik wil iets doen dat nog nooit is gedaan’

Zwemmer Grant Hackett (27) staat al elf jaar aan de wereldtop op alle langere afstanden. Hij wil nu ook de allereerste olympische zwemmarathon winnen.

Grant Hackett: „Alles uit mezelf halen, dat geeft mij de ultieme voldoening.” Foto AFP Grant Hackett leaves the pool following his heat of the Men's 400m Freestyle at the Australian Swimming Championships in Sydney on March 22, 2008. Hackett finished fastest for the final with a time of 3:46.35. The championships are also Australia's selection trials for the Beijing 2008 Olympic Games. AFP PHOTO/Greg WOOD AFP

Grant Hackett wordt door veel van zijn concurrenten beschouwd als de ultieme zwemmachine. Een wonder van pure kracht, uithoudingsvermogen en hardheid: een atleet die meer pijn verdraagt dan zijn tegenstanders. Zoals in 2004 bleek in olympisch Athene, waar hij één gouden en twee zilveren medailles behaalde. Maanden later werd bekend waarom hij soms zo naar adem hapte in Athene: hij was nog herstellende van een klaplong en zwom op slechts 75 procent van zijn vermogen. Dat had hij verzwegen om zijn concurrenten niet wakker te maken – en uit angst voor een startverbod.

Het leven is soms zwaar, lacht Hackett laconiek. In zijn geval heeft het veel weg van een nimmer eindigend spartaans trainingskamp. Naast de 75 kilometer die hij wekelijks zwemt, trekt en duwt hij talloze kilo’s omhoog in het krachthonk. „Maar dat is het verschil tussen mij en mijn concurrenten. Als ik mij door moeilijke perioden heen worstel, kan ik onder alle omstandigheden presteren. Dat sleept mij erdoorheen, het geeft mij de wil om altijd door te gaan. Alles uit mezelf halen, dat geeft mij de ultieme voldoening. Train hard, race easy.”

Het klinkt zo simpel uit de mond van Grant Hackett. Volgende week wordt hij 28, maar de 1,99 meter lange reus lijkt al een eeuwigheid mee te gaan. Sinds zijn doorbraak in 1997 behaalde hij drie gouden olympische medailles en achttien medailles op WK’s (langebaan), waarvan tien gouden. Hackett, houder van zes wereldrecords, was elf jaar ongeslagen op de 1.500 meter vrij – een nummer dat de meeste zwemmers mijden omdat het zo lood- en loodzwaar is. Hij maakte de middellange en lange afstanden (200, 400, niet olympische 800 en 1.500 meter) juist tot zijn domein.

Ondanks zijn volle programma aarzelde Hackett, sinds 2005 captain van de Australische zwemploeg, geen seconde toen bekend werd dat de zwemvariant van de marathon, de tien kilometer in open water, vanaf ‘Peking’ de olympische status zou krijgen. Hij paste direct zijn programma aan: hij ging nog meer trainen. Hackett wil namelijk niet kiezen, hij wil in Peking álles zwemmen. „Weinig mensen weten dat ik als kind altijd in open water zwom”, zegt Hackett in Manchester, tijdens een tussenstop op weg naar Sevilla. Daar moet hij zich morgen bij de WK plaatsen voor de olympische zwemmarathon. „Ik ben opgegroeid op het strand en heb ruim tien jaar bij een reddingsclub gezeten. Daar zwommen we heel veel wedstrijden in de oceaan.”

Hackett was niet alleen „blij verrast” over de olympische status van de tien kilometer. Hij vindt het meer dan terecht. „Het is de marathon van het water, ongeveer twee uur zwemmen, vergelijkbaar met 42 kilometer hardlopen. Op zo’n nummer worden je atletische vermogens pas echt getest.”

Hacketts besluit om de zwemmarathon toe te voegen aan zijn toch al overvolle programma is des te pikanter, omdat het koninkrijk dat hij in de zwemwereld opbouwde een jaar geleden plotseling ging wankelen. Tijdens de WK langebaan in Melbourne, nota bene zijn eigen woonplaats, werd Hacky voor het eerst sinds 1997 verslagen op ‘zijn’ 1.500 meter. „Dat was een hele grote teleurstelling, vooral voor het Australische publiek. Zo lang aan de wereldtop staan is zwaar, fysiek en mentaal. Maar mijn passie voor het zwemmen is nooit veranderd. Om de zoveel tijd verloopt een toernooi niet volgens plan. Helaas was dat in Australië. Ik had een schouderoperatie gehad en was nog niet helemaal fit.”

Wat ook meespeelde was zijn verhuizing kort daarvoor, van de zonnige Gold Coast aan de Stille Oceaan, waar hij opgroeide, naar Melbourne. Dat gebeurde op dringend verzoek van zijn verloofde, zangeres Candice Alley, inmiddels zijn vrouw. „Ik was onvoldoende voorbereid op de WK.”

Sommige media schreven hem af en trokken parallellen met zijn nog beroemdere landgenoot Ian Thorpe, die na ‘Athene’ motivatieproblemen kreeg en in 2006 stopte. „Ik heb andere doelen dan Thorpey”, zegt Hackett over zijn oude concurrent en strijdmakker. „Hij kreeg zó veel aandacht. De druk op hem was enorm. Zijn liefde voor het zwemmen was niet minder geworden. Hij had geen zin meer in alles eromheen.”

Maar Hackett is nog lang niet klaar. „Een lange, succesvolle carrière, uitgestrekt over drie of vier Olympische Spelen – dat is de ultieme test. Elke talentvolle sportman die hard traint kan een paar jaar goed presteren, maar de echte uitdaging is het vol te houden.” Hackett kon goed leven met zijn zeldzame nederlaag en de voor hem beschamende zevende plaats in de finale – voor de ogen van de zwemgekke Australische fans. „Verliezen vind ik niet erg. Het doet wel pijn als ik niet alles heb gedaan om het beste uit mezelf te halen. Mijn wereldtitel verliezen voor eigen publiek was de vervelendste ervaring in mijn leven. Die pijn wil ik niet meer voelen. Ik denk dat ik als sportman harder ben geworden. Ik zal die ervaring gebruiken in Peking.”

Hacketts antwoord op critici die aan hem twijfelden was ondubbelzinnig. In december won hij tijdens de Australische kampioenschappen op het International Regatta Centre in Sydney zijn eerste tien kilometer in open water. En vijf weken geleden, tijdens de nationale kampioenschappen, tevens olympische trials, won Hackett in Sydney alle nummers waaraan hij meedeed: de 200, de 400 en de 1.500 vrij. De 200 vrij zal hij in Peking overslaan. „Dat wordt te veel. Ik wil wel aan de 4x200 meedoen. Er is heel veel concurrentie in Australië op de 200. Op de trials haalden negen zwemmers de olympische limiet.”

Het bevestigt de unieke veelzijdigheid van Grant Hackett. Geen sterveling zwemt op zulke uiteenlopende nummers – tussen twee minuten en twee uur – op wereldniveau. De 200 meter duurt ongeveer 1.45 minuut, de 400 bijna vier minuten, de 1.500 een klein kwartier, de tien kilometer bijna twee uur. „Ik verbaas me er ook wel eens over dat ik op al die nummers kan concurreren met de wereldtop. Het lijkt erop alsof het gewoon gebeurt. De 200 en de 1.500 meter zijn totaal verschillend. De één is snelheid, de ander is uithoudingsvermogen. Ze stellen compleet andere eisen aan je lichaam.”

Maar de in Southport, Queensland, geboren zwemmer kent wel degelijk zijn grenzen. In zijn voorbereiding op de Spelen kan hij zich onmogelijk voorbereiden op vier verschillende nummers. „Je moet je specialiseren”, zegt Hackett. „De 1.500 meter blijft mijn belangrijkste nummer, daarover geen twijfel. Ik train vooral voor de 400 en de 1.500 meter. Ik hoop dat dat genoeg is om mij door een tien kilometer heen te slepen, en goed genoeg om met de estafetteploeg op de 4x200 vrij mee te kunnen. Maar het is duidelijk dat mijn 200 en 400 meter beter zouden zijn als ik niet voor de 1.500 meter zou trainen. Ik zal waarschijnlijk nooit weten waar mijn potentie op die kortere nummers ligt, want ik heb mij altijd gefocust op de 1.500.”

Zijn voorkeur voor de 1.500 meter heeft een reden: Grant Hackett kan de eerste mannelijke zwemmer in de geschiedenis worden die hetzelfde nummer op drie achtereenvolgende Olympische Spelen wint, na zijn gouden medailles in Sydney (2000) en Athene.

Hacketts pad kruist daarmee dat van Pieter van den Hoogenband. De Nederlander wil in Peking dezelfde historische prestatie leveren, maar dan op het koningsnummer, de 100 vrij. Hackett is zich dat terdege bewust. „Ik vind het prachtig als Pieter succes heeft. Hij is een geweldige jongen, al lang een hele goede vriend van mij. Wij willen iets doen wat een mannelijke zwemmer nog nooit heeft gedaan. Dat is voor mij het spannendste: een beetje geschiedenis schrijven op het belangrijkste zwemevenement, en ook nog op het zwaarste nummer, de 1.500 meter.”

Hackett zou daarom blind kiezen voor een gouden medaille op de 1.500 meter, als hij een keuze moest maken. „Dat is de reden waarom ik in Peking niet meedoe aan de 200 meter individueel. Dat zijn namelijk weer drie races. Natuurlijk, ik heb ook mijn beperkingen. Die moet je kennen.”

Maar de rest van zijn programma in Peking is „goed te doen”, zegt Hackett. „Het is nu redelijk gespreid. Na de 400 meter heb ik vijf dagen rust, na de estafette heb ik twee dagen rust, en na de 1.500 meter heb ik vier dagen rust tot aan de tien kilometer. Dat is een redelijke tijd om te herstellen.”

De Australiër kijkt uit naar zijn nieuwe uitdaging. Vooral ook omdat het hem afleidt van het ‘werk’ waaraan hij de laatste jaren zo gewend is geraakt – eindeloos zwemmen tussen de lijnen van een zwembad. „Wat er zo mooi is aan een tien kilometer, behalve dat het heel veel pijn doet? Het is iets anders. Ik heb zo veel wedstrijden in zwembaden gezwommen, allemaal gestructureerde races. In open water is het heel anders, je hebt te maken met de strategie van je tegenstanders, je zwemt niet tussen lijnen, je zwemt dicht bij elkaar. Je moet zelf een strategie hebben, je stopt halverwege om te drinken. Alles is nieuw.”

Daar komt voor Hackett nog een ander aspect bij. „Voor mij is het ook goed om een onbekende wedstrijd te zwemmen”, zegt de Australiër. „Mentaal is de voorbereiding op de marathon voor mij minder zwaar. Ik heb niet de druk van al die wedstrijden in het zwembad, waar de verwachtingen heel hoog zijn. Wat dat betreft kan ik hier meer van genieten.”

Maar hij beseft wel dat zijn tegenstanders op de zwemmarathon van Peking meer uitgerust aan de start zullen verschijnen. „De tien kilometer is hun specialiteit. Ik heb in Peking al een heel programma gezwommen voor de marathon begint. Maar als ik goed heb gezwommen in het zwembad, heb ik een psychologisch voordeel. Mijn tegenstanders zien dan ook dat ik in vorm ben. Wat misschien ook in mijn voordeel speelt is het verrassingselement. Mijn tegenstanders op de tien kilometer weten niet waartoe ik in staat ben.”

Toch gaf Hackett een duidelijk signaal tijdens zijn eerste officiële marathon, tijdens de Australische kampioenschappen open water, in december. Daar zwom hij een tijd van 1 uur, 54 minuten en 39 seconden, en versloeg zijn oude trainingsmaat en één van zijn beste vrienden, ironman-specialist Ky Hurst. Hackett: „Hoe goed ik ben op de tien kilometer weet ik niet precies. Op de Australische kampioenschappen lag ik tussen zwemmers die wereldtitels hebben gewonnen, dus ik denk dat ik met de besten kan concurreren.”

Als we de ooggetuigen mogen geloven kroop Hackett na die race frisser op de kant dan de rest. „Ik voelde me goed, ik kwam niet half dood uit het water”, zegt hij. „Ik had veel meer kunnen geven als dat nodig was geweest. En ik ben nu fitter dan toen. Om eerlijk te zijn: ik vond het niet zo zwaar als de 1.500 meter, waar het tempo hoger ligt.”

Als aanvoerder van de nationale zwemploeg was Hackett na de olympische trials uitermate tevreden over het niveau van zijn collega’s. In Sydney sneuvelden liefst acht wereldrecords. Het team bestaat in Peking uit 42 zwemmers, met een gemiddelde leeftijd van 21. Hackett verwacht vooral veel van Libby Trickett, Stephanie Rice en bij de mannen haar vriend, supersprinter Eamon Sullivan.

De recordregen droeg ook bij aan de verhitte discussies over het nieuwe zwempak van de Australische fabrikant Speedo, de LZR Racer. Hackett zwemt er zelf ook in. Hij vindt dat er „een hype” is ontstaan rond het pak. „De zwemmers krijgen te weinig krediet. Als ik een paar schoenen van Michael Jordan aantrek heb ik nog steeds niet zo’n goede slam dunk als hij. Zo is het met die pakken ook. Het is de persoon in het pak die dat doet. Gooi het zwempak maar in het water, dan gebeurt er niets. Zwempakken hebben altijd bijgedragen aan betere prestaties. En in een olympisch jaar kun dit soort prestaties verwachten.”

Ondanks het hoge niveau van zijn ploeg in de voorbereiding op ‘Peking’ laat Hackett er geen twijfel over bestaan welk land straks zal heersen in de Water Cube, het olympische bassin in het hart van Peking. „De Amerikanen blijven zwemland nummer één”, zegt hij. „Wacht maar op hun trials. De Amerikaanse zwemmers zullen ongelooflijke dingen laten zien.”