Horige wetenschap

Hoe horig is de wetenschap aan commerciële belangen? Hoe onafhankelijk zijn die keurige professoren als het er op aan komt? Dit zijn vragen die opborrelen uit drie samenhangende thema’s: onderzoek in opdracht; nevenactiviteiten van onderzoekers; en het uitvindersloon. De Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen (KNAW) heeft de discussie in 2005 aangezwengeld met een pittige brochure over ‘Wetenschap op Bestelling’, besteld door de toenmalige minister van OC&W. Op grond van die brochure wordt minister Plasterk nu achtervolgd door Kamervragen van het SP-lid Jasper van Dijk die niet gecharmeerd is van de commerciële nevenactiviteiten van professoren.

De Volkskrant wijdde er een hele pagina aan op 12 april. De meeste aandacht kreeg de Wageningse professor Van Hooijdonk die in zijn oratie verkondigde dat melk zo gezond is. Volgens de Volkskrant had de universiteit daar niet duidelijk bij gezegd dat de leerstoel van Van Hooijdonk betaald wordt door de Nederlandse Zuivel Organisatie en dat Van Hooijdonk ook directeur is van de melkfabriek Campina. Dat lijkt een misser van de Wageningse universiteit, maar ik heb de feiten gecheckt en die vallen mee. In de persberichten van de universiteit staat niet alleen wie de leerstoel betaalt maar zelfs die melkfabriek. Ook in zijn intreerede draait de nieuwe hoogleraar Zuivelkunde niet om zijn nering heen. Mag zo’n supermelkboer dan niet enthousiast zijn over melk?

Wageningen is zo geschrokken van alle negatieve publiciteit dat nu alle nevenfuncties van hoogleraren in de etalage worden gezet. Niet alle universiteiten zijn daar al aan toe. In Nijmegen zijn ze beducht voor de privacy van hun werknemers volgens de Volkskrant. De baas van de universiteit meent zelfs dat openbaarmaking van nevenfuncties averechts zou kunnen werken. Het zou kunnen betekenen dat ‘een hoogleraar dingen juist niet publiceert, omdat hij daarmee de verdenking van belangenverstrengeling op zich zou laden’.

Ingenieus gevonden, roerend die bezorgdheid over privacy, maar realistisch is het niet. Al die Nijmeegse hoogleraren, bijzonder of niet, moeten hun nevenwerkzaamheden en eventuele conflicts of interest melden, iedere keer als ze een wetenschappelijk artikel in een serieus tijdschrift willen publiceren, want die tijdschriften eisen dat. De privacy is dus toch al niet te handhaven. Geheimhouding is ook niet wenselijk: Serieuze wetenschap vereist openheid over mogelijke belangenverstrengeling. Het is daarom goed dat minister Plasterk de universiteiten achter de broek zit om die openheid te betrachten.

Terug naar de vraag: Mag de universiteit wetenschap op bestelling leveren? Ja, mits – lijkt me. Er is niets tegen bestelde wetenschap, mits het onderzoek onafhankelijk blijft en niet ontaardt in het zoeken naar een faciele wetenschappelijke onderbouwing van de vooroordelen van de opdrachtgever. Vooral de Haagse ministeries hadden daar lang een handje van, – beleidsonderbouwend onderzoek werd dat in Den Haag genoemd. De overheid heeft nu zelf de regels aangescherpt om het vragen naar de al eerder uitgestippelde weg te voorkomen.

Door alle heisa over Wageningse melk, lijkt het of de wetenschap nu vuilere handen heeft dan vroeger, maar dat is niet het geval. Er was een tijd dat in contracten met de industrie altijd een wurgclausule stond: De opdrachtgever kon publicatie van resultaten verbieden als die resultaten niet bevielen. Toen ik als nieuwbakken directeur van het NKI-AVL in 1983 weigerde om zo’n contract te tekenen, viel iedereen over mij heen. In 25 jaar is er dus vooruitgang geboekt. Anno 2008 is het ondenkbaar dat iemand zou proberen om de publicatie te blokkeren van wetenschappelijke resultaten die (mede) met publiek geld zijn verkregen.

Geen academische onderzoeker hoeft zich nog door geldgevers in een hoek te laten drukken. Blijft de vraag of de geldbeluste onderzoeker zelf wel te vertrouwen is. Als iemand eenmaal aandelen heeft in een start-up bedrijf, is hij dan nog in staat om zonder aarzelen resultaten te publiceren die de koers van zijn aandelen doen tuimelen? Ik denk dat de meeste van mijn collegae integriteit boven geld stellen, maar er zijn uitzonderingen, die helaas niet herkenbaar zijn aan het Kaïn’s teken op hun voorhoofd. Vandaar dat medische tijdschriften geen risico meer lopen en van hun stukkenschrijvers willen weten of hun bezonken oordeel niet vertroebeld wordt door het bezinksel van een financieel belang. Wie dat overdreven vindt, leze het boek van Daniel Greenberg: Science for sale; the perils, rewards and delusions of campus capitalism (The University of Chicago Press, 2007).

Als geld corrumpeert is het dan niet beter om alle nevenfuncties van academische onderzoekers te verbieden? Lang heb ik dat Calvinistische standpunt aangehangen, maar anno 2008 is dat niet realistisch meer. Als onze economie kennisgedreven moet worden, omdat alle simpele productie goedkoper elders gedaan kan worden, is het niet mogelijk om de motor van de kenniseconomie, het basale onderzoek, los te koppelen van commerciële toepassingen. Als vermarkting van kennis – de ‘valorisatie’ van onderzoeksresultaten – een topprioriteit is van ons parlement, kan de universiteit zich niet in een ivoren toren verschansen en de loopbrug ophalen.

Die ongemakkelijke samenwerking tussen academia en commercie vereist wel transparantie en balans. Transparantie is nodig om duidelijk te maken wie betaalt, wie profiteert en welke voorwaarden aan het geld kleven. Controle is alleen mogelijk als de universitaire ramen niet beslagen zijn. Balans tussen basaal en toegepast onderzoek is nodig wil de universiteit niet gedwongen worden om ‘de ziel van de wetenschap te verloochenen en te diep te buigen voor economische valorisatie’, zoals de KNAW president, Frits van Oostrom, het formuleert. Zonder dat het basale onderzoek bloeit, geen valorisatiezaad. Wie al te veel wetenschapsgeld afhankelijk maakt van samenwerking met het bedrijfsleven, eindigt met een horige, krachteloze wetenschap, die moet dansen naar de pijpen van de financiers, ondanks alle mooie regels over onafhankelijkheid. Gelukkig vindt deze regering ook dat er meer geld moet komen voor basaal onderzoek. Dat staat in het regeerakkoord, maar dat geld moet nog gevonden worden.

Ook als transparantie en balans gegarandeerd zijn, blijft de commercie een ongemakkelijk aspect van het wetenschapsbedrijf. Ongelijkheid is er altijd geweest binnen de universiteit. De cardiologen, economen en juristen hadden altijd al meer lucratieve bijbanen dan de archeologen, de chemici meer betaalde adviseurschappen dan de theologen. Nu krijgen onderzoekers echter uitvindersloon voor uitvindingen in universitaire werktijd. Nu worden ze aangemoedigd om start-up bedrijven op te zetten. Dat vergroot de ongelijkheid tussen mensen die hetzelfde werk doen en dat schept spanningen. Onderzoekers A en B werken naast elkaar in hetzelfde lab en vinden allebei een nieuw eiwit op hartcellen. Het eiwit van onderzoeker A is wetenschappelijk belangrijk, maar niet vermarktbaar. Het eiwit van B is niet zo interessant, maar bruikbaar voor een klinische test die het instituut miljoenen aan royalties oplevert. De regering vindt dat prachtig en wil dat B uitvindersloon krijgt. Dat varieert per universiteit. B boft, want hij werkt in Delft, zodat hij 33% van de poet krijgt, zonder maximum. In het AMC was dat maar 25% geweest, met een maximum van € 50.000 per jaar, volgens de gegevens die ik van de Vereniging van Universiteiten heb gekregen.

B is tevreden. Hij koopt een groter huis en een grasmaaier. Onderzoeker A is sip. Zijn vrouw vindt hem een sukkel. Als hij dan toch zo nodig dag en nacht voor de wetenschap wil werken, waarom dan niet aan iets dat geld oplevert? De baas van A en B heeft gemengde gevoelens. Prachtig natuurlijk dat hij bij de minister kan pochen op succesrijke valorisatie activiteiten, maar hij ziet ook de scheve ogen in zijn instituut en hij piekert over zijn missie. Die missie is om het hartfalen op te lossen, niet om uitvindersloon te genereren of spin-off bedrijven. Wringt dat niet? Wordt er niet te veel energie gestoken in de triviale activiteiten die nodig zijn om een bedrijf op te zetten en in het speuren naar commercialiseerbare uitvindingen? Ik heb geen pasklare oplossing voor dit dilemma, maar wie beweert dat er geen dilemma bestaat, is ziende blind.