Het verliefde brein

Bij heftige verliefdheid zijn het gebieden diep onderin de hersenen die de dienst uitmaken. Van een bewuste keuze is geen sprake.

Er zijn bij verschillende stadia van ons liefdesleven een groot aantal hersenprocessen betrokken, zoals bij: 1) verliefdheid, 2) seksuele opwinding, 3) hechting die gericht is op een langere verbintenis tussen de partners en 4) moederlijk gedrag. Hoewel dat natuurlijk niet de ‘bedoeling’ was van moeder natuur, kunnen we dagelijks zien dat deze stadia heel goed onafhankelijk van elkaar kunnen functioneren, en ik zal ze dan ook maar los bespreken.

Niemand die zich de heftige en plotselinge gebeurtenis van een intense verliefdheid nog kan herinneren, zal de partnerkeuze classificeren als ‘een vrije keuze’ of een ‘weloverwogen besluit’. Het overkomt je gewoon, het is pure biologie, compleet met de euforie, alle heftige lichamelijke reacties zoals een bonzend hart, zweten en slapeloosheid, met de emotionele afhankelijkheid, sterk gefocuste aandacht, het obsessieve denken aan en het bezittend beschermen van de partner, en het gevoel van verhoogde energie. Plato (427-347 v. C) dacht hier al net zo over. Hij zag de seksuele impuls als de vierde vorm van de ziel, die onder de navel was gelokaliseerd, en hij kenmerkte die al als: „volledig irrationeel, een ziel die bovendien geen discipline accepteert”. Dat laatste nuanceerde Ambrose Bierce, een Amerikaans schrijver, overigens door te stellen: „Verliefdheid is een vorm van tijdelijke waanzin die genezen kan worden door te trouwen”.

Verliefdheid is bij de mens over de hele wereld de basis voor paarvorming. Je zou denken dat er voor zoiets belangrijks als het kiezen van de partner als start voor een gezin, onze hersenschors bij vol bewustzijn de selectie van de juiste partner zou maken. Maar nee, tijdens de heftige verliefdheid waarmee al onze aandacht en energie op die ene partner gefocust wordt, zijn het gebieden diep onderin de hersenen, structuren die onbewuste processen sturen, die de dienst uit maken.

Hersenscanning bij mensen die nog maar kort en intens verliefd waren, liet bij een foto van de geliefde uitsluitend een activatie zien van hersenstructuren die ver onder de hersenschors liggen. Met name het belonend systeem, dat je een plezierig gevoel geeft, en dopamine als chemische boodschapper gebruikt, was sterk actief.

Dit is een hersensysteem gericht op het krijgen van een beloning, in dit geval op het verkrijgen van de partner. Dit belonende systeem is niet alleen betrokken bij verliefdheid, maar bij alles wat we als plezierig ervaren, en bovendien ook bij verslaving. Dat verklaart ook het optreden van heftige ‘ontwenningsverschijnselen’ als zo’n intense relatie verbroken wordt. Dit systeem wordt vooral aan de rechterzijde van de hersenen geactiveerd in relatie tot de aantrekkelijkheid van het gezicht op de foto, en de intensiteit van de romantische passie.

Bovendien gaat bij verliefden de bloedspiegel van het stresshormoon cortisol omhoog als een uiting van de stressvolle situatie waarin ze verkeren. De stimulatie van de bijnier bij deze stress-respons is er de oorzaak van dat de testosteronspiegels bij verliefde vrouwen omhoog gaan, en bij mannen omlaag.

Pas als de verliefdheid langer bestaat wordt de prefrontale hersenschors geactiveerd, dit is het voorste deel van de hersenen waarmee gepland, gewikt en gewogen wordt, en als er een stabiele paarvorming optreedt, verdwijnt de activatie van de stress-as en de veranderingen in de testosteronspiegels.

Natuurlijk heeft de zintuiglijke verwerking in de hersenschors een rol gespeeld tijdens die opwindende periode, we hebben de partner per slot van rekening gezien, geroken en gevoeld. Maar een bewuste keuze voor juist deze persoon is het niet. Het evolutionair oude belonende systeem maakt het ons duidelijk wie ‘de ware’ is, en koppelt zo de voortplanting aan de althans voor dat moment ‘juiste’ partner. Pas als de heftige verliefdheid over is neemt de hersenschors over. Je kunt je zoon of dochter die plotseling op de verkeerde verliefd is geworden dus niet toebijten dat ze hun hersenen hadden moeten gebruiken. Dat doen ze, maar die delen van de hersenschors die na een afgewogen, bewust oordeel tot een andere beslissing hadden kunnen komen, zoals de prefrontale cortex komen helaas te laat in het proces aan bod.

Dick Swaab

Dick Swaab is hoogleraar in de neurobiologie aan de Universiteit van Amsterdam. Hij is verbonden aan het Nederlands instituut voor Neurowetenschappen. Reacties en vragen kunt u sturen naar Zbrieven@nrc.nl