‘Het recht op leven gaat voor een volle tank’

Jean Ziegler (73) is buiten zichzelf van woede. Rijke landen, speculanten en biobrandstof veroorzaken honger. ‘Die is man made’. Caroline de Gruyter

‘Bonjóurrrrr.’’ Jean Ziegler beent het VN-hoofdkantoor in Genève binnen zoals hij daar de afgelopen jaren honderden keren naar binnen is gestapt. De staf krijgt kushandjes. Op weg naar zijn stoel verontschuldigt hij zich in diverse talen dat hij telefoontjes niet heeft beantwoord (hij zat in Bogotá/Dakar/Parijs, doorhalen wat niet van toepassing is). Hij gaat zitten. Zijn schaarse haar wijst alle kanten op, de ogen zijn roodomwald. Een medewerker brengt hem de papieren die onderweg vanonder zijn arm op de grond zijn gedwarreld.

Jean Ziegler (73), voormalig Zwitsers parlementariër en hoogleraar sociologie, is officieel voedselrapporteur voor de Verenigde Naties. Het recht op voedsel is een mensenrecht, en hij reisde de afgelopen acht jaar de wereld rond om te zien wie er honger lijden en waarom. Zijn rapporten daarover, een curieuze melange van feiten en emoties, zijn altijd omstreden. In inofficiële capaciteit is Ziegler invloedrijker. Sinds hij in de jaren zestig in Congo bedacht dat hij „nooit meer aan de kant van de patsers wilde staan’’, werpt hij zich op als spreekbuis van ’s werelds verschoppelingen. Zijn status bij de VN en zijn overtuiging dat de honger in de wereld veroorzaakt wordt door inhalige en „moorddadige’’ multinationals als Monsanto en Nestlé, discriminerend landbouwbeleid van rijke landen en een buitenlandse schuld waar de derde wereld nooit vanaf komt, maken hem tot een goeroe voor andersglobalisten. Hij sprak meermalen op het Wereld Sociaal Forum in Porto Alegre. Hij sprak vorige zomer op de alternatieve G-8 in Rostock.

En vandaag spreekt hij in zijn woonplaats Genève, waar hij door zijn gevecht tegen de „feodalisering van de wereld’’ niet vaak is. Het is zijn laatste optreden als VN-rapporteur – een goedmakertje, eigenlijk, voor wat journalisten die hij weken in de kou heeft laten staan omdat hij CNN en de BBC steeds voor laat gaan. Zijn mandaat als rapporteur zit erop; hij wordt adviseur voor de mensenrechtenraad. In mei volgt een Belg hem op: Olivier de Schutter, hoogleraar aan de universiteit van Louvain-la-Neuve en het Europa-college in Natolin.

Het is maandag, in Bern zijn alle VN-chefs bijeen voor overleg. De internationale voedselcrisis staat hoog op de agenda. „Ze zijn er laat mee’’, bromt Ziegler, die zegt dat hij als „petit suisse obstiné’’ – klein koppig Zwitsertje – in Bern niets te zoeken heeft. „Maar wat kunnen de VN doen behalve meer voedsel uitdelen? Staten, lánden hebben de macht in de wereld. En multinationals. Die trekken zich van het recht op voedsel weinig aan. Het systeem is zo verrot als het maar kan.’’

Er zijn mensen die Ziegler vanwege dit soort opmerkingen wel kunnen schieten – Zwitserse bankiers bijvoorbeeld, en de voltallige regeringen van Israël en de VS. De rapporteur zegt rustig dat Zwitsers joods geld hebben gestolen tijdens de oorlog, dat Gaza „een immens concentratiekamp” is of dat de „baronnen van Davos’’ arme landen uitzuigen met hulp van het Amerikaanse leger. Maar er zijn ook mensen, velen zelfs, die ondanks zijn samenzweringstheorieën, zijn verbale uitglijders en zijn chaos een zwak voor hem hebben. Ziegler spreekt recht uit zijn hart. Hij kan charmant zijn, geestig. Tegen ambassadeurs en portiers slaat hij dezelfde toon aan – alsof hij ze al jaren kent.

„Ik ben buiten mezelf van woede’’, begint hij, geheel in stijl. Na jaren publiek redevoeren en debatteren bereidt Ziegler zijn spreekbeurten nog altijd voor: hanepoten op wit papier. „Ik ben buiten mezelf van woede omdat alles waar ik al jaren voor waarschuw, nu uitkomt. De wereld wordt steeds rijker. Er is genoeg voedsel om tweemaal de wereldbevolking te voeden. Twéémaal, mesdames et messieurs. We zijn met zes miljard, iedereen zou zijn buikje rond moeten eten. Maar het aantal mensen met honger stijgt juist. Honger veroorzaakt een slachting. Juist in een tijd van overvloed.’’

Hij duwt met trillende vingers zijn bril omhoog, die meteen terugzakt, en kijkt het zaaltje in. Dat doet hij graag: stiltes laten vallen. Of hij nu de Zwitsers ervan beschuldigt dat ze de brandkast van ’s werelds dictators zijn, of grote bedrijven van medeplichtigheid aan kinderarbeid. „De explosie van de voedselprijzen van de laatste anderhalve maand is een oude tragedie. Elke vijf seconden sterft er een kind onder de tien van de honger. Ofwel, zes miljoen kinderen per jaar. Dat schrijft de FAO in Rome (de VN-organisatie voor Voedsel en Landbouw, red.) in zijn jaarrapport. 854 miljoen mensen lijden honger.’’

In één jaar, zegt hij in het Frans met Zwitsers-Duits accent, zijn de graanprijzen 130 procent gestegen, rijst 74 procent, soja 87 procent en mais 53 procent. Gemiddeld gingen prijzen – alweer volgens de FAO – van levensmiddelen 48 procent omhoog. Transportkosten moeten hier nog bij worden opgeteld. Nu olie 120 dollar per vat kost, loopt ook dat in de papieren.

De belangrijke oorzaken voor de huidige prijsexplosie zijn volgens Ziegler: het toenemend gebruik van landbouwproducten voor biobrandstoffen, speculatie door hedgefunds en de herstructurering die het IMF Derde Wereldlanden oplegt. Dit zijn structurele oorzaken, die zijn terug te voeren op „een oneerlijke wereldorde: rijke landen houden arme landen onder de duim’’. Dan zijn er conjuncturele redenen, zoals de opkomst van een enorme Chinese middenklasse die steeds meer eten importeert, en klimaatveranderingen die nu in Australië voor misoogsten zorgen.

In Zieglers nieuwste boek L’empire de la Honte en in zijn laatste jaarrapport als rapporteur voor de VN-mensenrechtenraad, dat van begin januari dateert, komen deze redenen uitvoerig aan bod. Ze gaan vergezeld van bloemrijke citaten van Neruda, Sartre en radicalen uit de Franse Revolutie „die al wisten dat voedselrellen elites van de troon kunnen stoten’’.

Al in oktober 2007 bepleitte Ziegler voor de Algemene Vergadering van de VN in New York een totaal moratorium op biobrandstoffen. „In de VS is vorig jaar eenderde van de maïsproductie als brandstof gebruikt. Voordat u mij weer beticht van anti-Amerikanisme: ik begrijp de regering-Bush wel. Biobrandstoffen zijn beter voor het milieu en maken de VS minder afhankelijk van olie uit de Golf. Maar het gevolg is dat mensen massaal door honger sterven. We moeten nú met biobrandstoffen stoppen. Het recht op leven gaat voor een volle tank.’’

De recente Europese richtlijn dat tien procent van alle brandstof in 2020 bio moet zijn, noemt Ziegler „een misdaad tegen de menselijkheid’’. Zoveel biobrandstoffen kan Europa zelf niet produceren, dus moeten Afrika en andere continenten ze leveren. „Afrika produceert nu al niet genoeg voedsel voor zijn eigen bevolking. Ik zag op tv dat de helft van alle Zweedse auto’s op biobrandstof rijdt. Leuk dat de Zweden klimaatbewust zijn. Ik houd van ethische stellingnames. Maar niet als je er mensen mee doodt.’’

Als tweede hoofdoorzaak voor de stijgende voedselprijzen noemt Ziegler speculatie. Door de malaise op financiële beurzen in New York, Londen of Zürich, zegt hij, steken investeerders hun geld ineens in landbouwproducten. Graanoogsten zijn soms al meerdere malen verkocht voor ze zijn binnengehaald. Door de schaarste zijn de opbrengsten riant. „Dit heeft de prijzen zeker dertig procent opgedreven. De Chicago Commodity Stock Exchange, die deze handel reguleert, staat speculanten toe om met maar vijf procent aan eigen kapitaal de oogst van een heel land op te kopen. De overige 95 procent mogen ze lenen. Zodoende zetten speculanten de markt naar hun hand zonder zelf veel risico te lopen. Als ze in Chicago die vijf procent opschroeven naar dertig procent, zoals op andere beurzen, is dat afgelopen.’’

De beurs in Chicago, vertelt Ziegler, wordt gecontroleerd door vijf of zes multinationals. Die noemt hij „kosmocraten’’: internationale holdings die het steeds meer voor het zeggen krijgen in de wereld maar op wie wetten – die nationaal zijn – steeds minder van toepassing zijn. Ze sluizen hun winsten offshore weg, schrijft hij in zijn boek, en ontlopen hun maatschappelijke verplichtingen. „Cargill controleert een kwart van alle graanoogsten ter wereld: 500 miljoen van de twee miljard ton. Dit bedrijf wil enkel winst maken. Het systeem dat dit mogelijk maakt, moet veranderen. Overal ter wereld gooit de agrobusiness boertjes van hun land om dingen te verbouwen waar zíj het best aan verdienen. Honger wordt niet door het noodlot veroorzaakt. Honger is man made. Als we willen, maken we er zo een eind aan.’’

Dat geldt ook voor de derde reden voor de hoge voedselprijzen, zegt de rapporteur: de schuldenlast van arme landen. Om aan deviezen te komen en hun schulden af te betalen, gooien deze landen hun landbouwproducten op de internationale markt. Daar krijgen ze er meer voor dan thuis. Maar worden rijke elites in Afrika of Latijns-Amerika hier ook niet beter van? „Welnee’’, zegt hij geërgerd. „Het Internationale Monetaire Fonds dwingt de Afrikanen hiertoe. Tegelijkertijd wordt er niet geïnvesteerd in irrigatie, bemesting of zaaigoed. Alles wordt geprivatiseerd. Zo moest Niger zijn veterinaire dienst privatiseren. De rijkdom van Niger is vee: twintig miljoen schapen en kamelen. Miljoenen mensen leven ervan. Maar nu vaccins, medicijnen en vitamines door commerciële handelaars worden geleverd, kunnen veel fokkers ze niet meer betalen. Dieren gaan dood. Mensen lijden honger. Die privatisering is een ramp.’’

Ander voorbeeld van de „moordende macht van het IMF’’: de hongersnood in Ethiopië een paar jaar geleden. „Aan de andere kant van het land waren de oogsten geweldig. Die waren voor de export bestemd. Een deel probeerden ze naar de hongerlijders te krijgen, maar het rotte weg in de opslag. Weet u waarom?’’ Zieglers gezicht loopt steeds roder aan. „Nou, waarom? Omdat er in Ethiopië geen goede weg was van de ene kant van het land naar de andere.’’