‘Goede popsong kan je leven veranderen’

Muziekkenner Leo Blokhuis stelde De Nacht van de Nederpop mede samen. „Mensen willen nieuwe muziek ontdekken, ook al is die muziek dertig jaar oud.”

Drie en een half uur duurt De Nacht van de Nederpop. „Als je zo veel tijd hebt om kriskras door de Nederlandse popmuziek te gaan”, zegt medesamensteller en -presentator Leo Blokhuis, „dan moet de kijker op z’n minst een jonge Jerney Kaagman met Earth & Fire zien. Ook mag Golden Earring, of liever The Golden Earrings, niet ontbreken.”

De Nacht van de Nederpop toont vannacht een keur aan bekende Nederlandse popmuzikanten uit de afgelopen vijftig jaar. Toch wilde Leo Blokhuis er geen ‘grootste hits-show’ van maken. „Ik wilde beslist ook materiaal opzoeken van obscuurdere singer/songwriters uit de jaren zeventig. Mensen als Leon de Graaff en Don Rosenbaum hebben prachtige muziek gemaakt. En toen we op Richard Neal stuitten, wist ik dat we iets bijzonders hadden gevonden.”

Leo Blokhuis (Wezep, 1961) is een gerenommeerd muziekliefhebber. Hij werkt mee aan tv-programma’s als Top 2000 a go-go en De wereld draait door en presenteert op KX Radio zijn eigen muziekprogramma. Ook publiceerde hij onder andere het Klein Cultureel Woordenboek en het Plaatjesboek. In januari dit jaar won Blokhuis de Pop Media Prijs.

Samen met Matthijs van Nieuwkerk en Fenno Werkman zal hij vannacht beelden en anekdotes ophalen uit vijftig jaar Nederlandse popgeschiedenis. Het liefst had hij, als televisiemaker, een overzichtsdocumentaire gemaakt over hoe de Nederlandse popmuziek zich in vijftig jaar heeft ontwikkeld. Maar dat was financieel niet haalbaar. De Nacht van de Nederpop kon wel worden gerealiseerd. Daarin gaat het drietal meer anekdotisch te werk dan in een overzichtsdocumentaire had gekund.

„We zijn drie mannen die bij wijze van spreken op een zolderkamer plaatjes zitten te draaien, in dit geval met beeld erbij. Het hoeft niet chronologisch of volledig te zijn. Het moet een programma zijn om lekker naar te kijken en een programma waarin alles voorbij komt. Dus ook Mouth & McNeal, als we daar zin in hebben. We willen mensen verleiden om te laat naar bed te gaan, omdat ze zich telkens afvragen wat er nu weer komt.”

Natuurlijk, weet Blokhuis, horen de Haagse rockers Anouk en Kane daar ook bij. „Alleen, daar verras je de kijker niet mee. Ik ben er heilig van overtuigd dat mensen niet alleen naar De Nacht van de Nederpop kijken om in hun smaak te worden bevestigd. Ze willen wel degelijk nieuwe muziek ontdekken, ook al is die muziek dertig jaar oud.”

Over eerdere Nachten luidde de kritiek dat deze te oubollig waren en dat Blokhuis en de zijnen te veel oude muziek draaiden. „Mijn verdediging is dat we op Nederland 3 heel veel aandacht besteden aan Pinkpop en Lowlands, met alleen maar muziek van nu.”

Nee, dan vindt hij het leuker om de groep April Shower te laten zien, met een piepjonge Heddy Lester, lang voordat ze Nederland vertegenwoordigde op het Eurovisie Songfestival met het liedje De Mallemolen. Ook onderschatte artiesten komen aan bod. De Arubaanse zanger Euson die, volgens Blokhuis, de Nederlandse Donny Hathaway had kunnen zijn als hij niet van die zoete liedjes was gaan zingen. „Zijn soulband Stax was ongelofelijk goed, met leden van The Lords en met Chris Hinze. Die hebben ooit één singletje gemaakt, maar er moet nog een live-album zijn. Dat wil ik heel graag nog eens horen.”

De kritiek op deze Nacht kan gaan over de periode. Want wie bepaalt dat Nederpop precies vijftig jaar geleden begon, in 1958? „Populaire muziek in Nederland stamt natuurlijk van lang vóór 1958. Maar de rock ’n’ roll is hier begonnen met The Tielman Brothers. Ik kende hun plaatje Rock little baby of mine in een latere versie, die veel meer rockt dan het origineel. Er zal heus wel een Nederlander zijn geweest die in 1957 Bill Haley’s Rock around the clock coverde op een podium, maar dit was de eerste oorspronkelijke compositie die werd opgenomen en uitgebracht. The Tielman Brothers wilden eigenlijk liever country & western spelen, maar hun drummer weigerde zo’n slap ritme met brushes te slaan. Hij mepte flink op zijn trommels en zo werd het rock ’n’ roll, eigenlijk precies zoals het bij Elvis is gegaan.”

Een goede popsong, zegt hij, is een mooi liedje dat iemands leven kan veranderen. „Het is mijn grootste uitdaging om dat soort liedjes te vinden.” En, zoals gezegd, hij wil verrassen. Dat geldt ook voor de grote namen. Dus als hij een nummer van Golden Earring uitzendt, dan kiest hij niet automatisch voor Radar Love maar voor iets onbekenders als I’ve just lost somebody. „En toen ik die beelden van Richard Neal tegen kwam, heb ik op mijn bureau gestaan om te roepen dat we deze hoe dan ook moesten uitzenden.”

Die onbekende nummers zijn ook het leuke van zijn radioprogramma op KX (spreek uit: kicks), vindt hij. „Dat ik een schop tegen mijn cd-kast kan geven en dat er dan allerlei onvoorspelbare albumtracks uit rollen.” En als het gaat om beelden: liefst zo live mogelijk. „In de jaren zestig werd er nog heel veel live gespeeld door popmuzikanten op tv. Dat zijn we in de loop der jaren een beetje kwijt geraakt.”