GEVLOCHTEN KNOFLOOK

Welke moderne vormgever werkt nog met rieten vlechtwerk? Het ontwerpduo Scholten & Baijings geeft nieuwe betekenis aan een traditioneel ambacht.

Fijnscheenwerk, het is nóg ingewikkelder dan het al lijkt. Neem de Garlic queen, de fragiele knoflookschaal van gevlochten wilgentenen die het ontwerpduo Stefan Scholten & Carole Baijings twee weken geleden presenteerde op de meubelbeurs in Milaan.

Fijnvlechter Esmé Hofman uit Wapse in Drenthe had voor dit ontwerp zeker zeventig wilgentenen nodig. Met een kloofhoutje spleet ze de lange loten van de wilgenboom in drieën. Om ze precies op de goede dikte en breedte te krijgen, moest Hofman de 2,5 meter lange strips zeker tien keer door een schaafbank halen. Pas daarna kon het vlechten beginnen.

Knoflookbol

Om van 500 meter schenen één knoflookschaal te vlechten, is Hofman anderhalve week in de weer. En daar gingen dan nog vele proeven aan vooraf, voordat ze wist hoe een knoflookbol natuurgetrouw in vlechtwerk is na te bootsen.

Waarom zich zoveel moeite getroosten in het tijdperk van rapid prototyping, de computertechniek waarmee snel prototypes kunnen worden gemaakt? Het is de schuld van Thomas Eyck, uitgever van karakteristieke en exclusieve hedendaagse vormgevingsproducten. Zijn bedrijf ging twee jaar geleden van start met glas en zilver van ontwerper Aldo Bakker, gevolgd vorig jaar door tinnen gebruiksvoorwerpen van Studio Job.

Eyck wil oude materialen en technieken in stand houden door opdrachten te geven aan hedendaagse ontwerpers. ‘Na het tin van Studio Job wilde ik iets met riet’, zegt Eyck. ‘Een tuttig materiaal waar buiten de kunstnijverheid niks meer mee gebeurt. Door al die lelijke, machinaal gevlochten mandjes die voor twee kwartjes bij Xenos in het schap liggen, is de perceptie van het materiaal helemaal verkeerd.’

Bij het ontwerpersduo Scholten & Baijings, van wie hij al een serie wollen plaids in zijn programma had, bestelde Eyck een collectie rieten gebruiksobjecten.Wat precies, dat liet hij aan de ontwerpers over. ‘Ik had maar één eis: de objecten moesten in mijn auto passen.’

Stefan Scholten en Carole Baijings gingen graag op het verzoek in. Bijzondere aandacht voor materiaalgebruik is een van de kenmerken van hun sobere, verfijnde ontwerpstijl. Bovendien, zegt Scholten, past het grid van vlechtwerk goed bij de rasters in sommige van hun andere producten, van hun collectie gestreepte plaids tot hun schalen van gevlochten keramiek.

Eyck wees hun de weg naar een mandenfabriek in Lisse. Maar daar misten de ontwerpers de verfijndheid die hun voor ogen stond. Die zagen ze wel op een instructiefilm in het Nationaal Vlechtmuseum Noordwolde. De jonge vrouw die op een video de finesses van fijnscheenwerk demonstreerde, bleek Esmé Hofman te zijn. ‘Haar vlechtwerk voelde niet bruin, zoals de bakkersmanden uit Lisse’, zegt Scholten.

De ontwerpers stelden Eyck voor om een serie tafelstukken te maken – conversation pieces voor bij een diner. Tegelijk overtuigden ze hun opdrachtgever dat het project aan kracht zou winnen als ze het riet met andere materialen combineerden.

Naast de gevlochten knoflookschaal resulteerden de plannen in een serie van drie schalen van kunststof met fluorescerend ingekleurd vlechtwerk, zes bontgekleurde rieten servetringen en een fruitschaal van papier-maché op een aangeregen vlechtwerkvoet. Als ode aan het vlechtambacht maakten ze ook nog een glazen karaf met een reliëf van vlechtwerk.

De tafelstukken knipogen naar hun eerdere ontwerpen, zegt Baijings. Zo corresponderen de kleuren van de servetringen met die van hun plaids. Uitgever Thomas Eyck is opgetogen over zijn nieuwe producten: ‘Wonderschoon.’ Maar het mooiste compliment komt van fijnvlechter Esmé Hofman: ‘Deze ontwerpen geven mijn ambacht nieuwe schwung.’

www.thomaseyck.com,www.esmehofman.nl, www.scholtenbaijings.com