Column

Fritzlen

Eigenlijk heb ik een enorme bewondering voor die Oostenrijkse psychopaat Josef Fritzl. Een gezin runnen in een ondergrondse bunker is toch een hele klus. Ik vond het bovengronds regelmatig al een hels karwei. Ik was soms zielsgelukkig als onze jengelende tandenwisselaars even de straat op gingen om te spelen. Fritzl kon nooit eens zeggen: „Ga jij maar even afkoelen in de tuin!” Maar hij kon gelukkig wel zelf weg. Dat dan weer wel.

Ik zie een nieuw werkwoord. Vaders die iets te intiem zijn met hun kroost krijgen te horen dat ze niet zo moeten fritzlen. Het Oostenrijkse kelderverhaal is te bizar voor ieders fantasie. In elk geval voor de mijne. In mijn hoofd kabbelen al een aantal dagen vele vragen. Hoe hou je zeven bevallingen stil? Kunnen die kinderen een boom tekenen? Zeiden ze papa tegen hun opa of opa tegen hun papa? En vroeg hij hen wel eens wat ze later wilden worden? Veel vragen zullen worden beantwoord tijdens de rechtszaak en laat ik maar eerlijk zijn: ik kan niet wachten. Al die bizarre details die dan uit die muffe bunker komen. Heerlijk toch? Wat ik wil weten? Of ze een kerstboom hadden en of er wel eens gezellig appeltaartje werd gebakken? Dat was het jammere van die Wolfgang Priklopil, de psychopaat die acht jaar voor Natascha Kampusch zorgde. Hij pakte een sneltrein naar de hemel en heeft ons een hoop rechtbankamusement ontnomen. Interessant detail overigens dat Fritzl dreigde zijn dochter bij eventueel verraad te vergassen. Romantische ziel die Josef, gek op tradities.

Zelf ben ik behoorlijk uit balans door de zaak. Heb namelijk een uitgebreide wijnkelder en ben daar regelmatig een aantal uren achter elkaar zoet met het orde op zaken stellen in de rekken. Vroeger was het altijd een beetje verboden gebied voor de kinderen omdat ik wilde dat ze met hun grijpgrage handjes van mijn dure Grand Cruutjes afbleven. De deur zat zelfs een aantal jaren goed op slot. Alleen ik had de sleutel. Ik heb een hoop uit te leggen aan mijn kroost.

Dit geval is nu bekend geworden, maar denkt u dat er niet veel meer van dit soort kelders in de wereld zijn? Afgelopen woensdag dacht ik: stel dat er nu op Koninginnedag zomaar opeens een door haar vader opgesloten kind uit een Amsterdamse grachtenkelder komt gekropen. ’s Middags zo om een uur of vier. Dan is de stad namelijk op zijn liederlijkst. En wat ziet dat kind? Wat is haar allereerste beeld van de zogenaamde buitenwereld? Een lallende, dronken, kotsende en tegen huizen pissende menigte.

Of het dit jaar erg was? Ach we zijn er aan gewend. De caféhouder bij mij aan de overkant heeft een gozer op zijn bek getimmerd omdat hij over de stoelen en de tafeltjes stond te zeiken en buren vonden een heuse mensendrol op het trappetje naar het souterrain. Bij een van de bruggen werd door de buurt vooral hard gelachen omdat daar minimaal negen mensen met hun dronken harses keihard tegen de bovenkant van de brug sloegen en zwaar bloedend werden afgevoerd. Het bloed was dun dus wilde wel vloeien.

Mijn voorstel is om ieder jaar Koninginnedag te vieren in een van bordkarton nagebouwd Amsterdam ergens in de polder. En daarin mag iedereen helemaal los. Na zes biertjes heeft niemand toch iets in de gaten. En die stad mogen ze dan helemaal onderkotsen, pissen en slopen. Daarnaast bouwen we een historisch dorpje waar ’s morgens een door Peijnenburg gesponsorde koninklijke familie zwaaiend en koekhappend doorheen trekt. Mooiste beeld dit jaar was vooral symbolisch. Mabeltje had heel triomfantelijk een trekpop van Trix in haar handen. Die pop werd afgepakt door een duidelijk geïrriteerde Friso. Later zei Balkenende hierover: „Volkomen terecht. Had hij het niet afgepakt dan had ik het persoonlijk gedaan.”

Youp van ’t Hek

PS.: Voor de goede orde: De heer Jan Peter Balkenende heeft dit uiteraard niet echt gezegd. Dit is een door mij verzonnen grapje. Ik geef toe dat deze uitspraak in het buitenland verwarring kan scheppen. Dus op voorhand mijn excuses.