Enkele ongemakkelijke waarheden over energie

Het aardgas in Nederland is aan het opraken en dat is maar een van de problemen die spelen bij de groeiende, mondiale vraag naar energie. Het belang van het Energierapport 2008 dat de minister van Economische Zaken, Van der Hoeven (CDA), deze maand namens het kabinet wil presenteren, kan dan ook moeilijk worden onderschat. Daarin ontvouwt het kabinet zijn visie op een van de grotere vraagstukken van deze tijd: dreigende energieschaarste. Nederland zal daarbij zijn weg moeten vinden en bijvoorbeeld uit het dilemma moeten komen hoe het als soevereine staat zijn eigen belang kan behartigen en tegelijk oog houdt voor de noodzaak van een gezamenlijke, ten minste Europese aanpak.

Over energie bestaat een aantal ‘ongemakkelijke waarheden’ die het ministerie in ogenschouw heeft genomen ter voorbereiding van het energierapport. Ze zijn niet nieuw, maar zeker in hun samenhang een opsomming waard.

De toegang tot fossiele energie (olie, gas, kolen) wordt moeilijker; mondiaal stijgt de vraag, terwijl het aanbod is geconcentreerd in politiek instabiele regio’s.

· Het klimaatprobleem neemt eerder toe dan af; het gebruik van fossiele energie groeit zo snel dat de CO2 -doelstellingen niet worden gehaald.

· Energie wordt veel duurder als gevolg van schaarste, de kosten van CO2-emissies en de investeringen in duurzame energie. Bovendien zijn er in Nederland grote investeringen nodig voor de vervanging of uitbreiding van veel netten en leidingen.

· De kleinere aardgasvelden in Nederland zijn rond 2020 leeg, de productie in Groningen neemt ook af. En daarmee dalen de gasbaten voor de overheid. Er moet meer gas worden geïmporteerd.

De realiteit is ook dat Nederland nu voor 95 procent afhankelijk is van fossiele brandstoffen. Duurzame bronnen, zoals windenergie, en kernenergie spelen slechts een rol in de marge. Een andere brandstofmix verdient dus hoge prioriteit. Alleen bezuinigen op energieverbruik zal bij lange na niet genoeg zijn. Misschien bevat het plan Zeekracht dat de Stichting Natuur en Milieu vorige week uitbracht bruikbare elementen. Door slim gebruik te maken van de mogelijkheden die de Noordzee biedt, zouden alle Nederlandse huishoudens in 2020 van duurzame energie kunnen worden voorzien. Dat klinkt wat utopisch; voorlopig lijkt het omwille van energiezekerheid en -diversificatie eerder zaak dat het links-politieke taboe op kernenergie wordt doorbroken. Natuurlijk is er het probleem van het kernafval en de veiligheid, maar technologische ontwikkelingen op dit punt staan niet stil, zeker niet elders op de wereld. Het is aannemelijk dat kerncentrales in de 21ste eeuw een grotere energiebijdrage zullen leveren dan, pakweg, windmolens.

Ook uit geopolitieke overwegingen is minder afhankelijkheid van fossiele brandstoffen gewenst. De oliecrisis in de jaren ’70 toonde al aan dat Arabische staten bereid zijn hun energiemacht politiek in te zetten; recenter liet Rusland zien hoe het de gaskraan naar het buitenland naar believen kan dichtdraaien. Schaarste leidt tot macht, en dus tot machtsgebruik of -misbruik.

Het Russische staatsbedrijf Gazprom verdient (nu nog) zo’n tweederde van zijn inkomsten in de landen van de Europese Unie. Dat onder meer pleit ervoor dat de Unie daar haar eigen, gebundelde energiepolitiek tegenover zet. Helaas vertonen diverse lidstaten eerder de neiging het bilaterale contact met energie leverende staten te zoeken dan aan te sluiten bij gemeenschappelijk Europees beleid. Zo heeft een interdepartementale werkgroep bepleit dat Nederland specifiek de politieke en economische banden met Rusland, Saoedi-Arabië, Algerije en Kazachstan aanhaalt.

Nederland kan zeker een eigen rol spelen op de internationale energiemarkt. De infrastructuur biedt de mogelijkheid om bijvoorbeeld als ‘gasrotonde’ voor Noordwest-Europa te opereren. Maar laat vooropstaan dat energie een gemeenschappelijk vraagstuk is, dat gemeenschappelijke, Europese oplossingen vergt.