Een poetsactie van 10 miljoen euro

Tijdens de Spelen in Peking wordt een kwart meer dopingcontroles uitgevoerd dan vier jaar geleden in Athene. Want China probeert iets te doen aan zijn bedenkelijke reputatie.

Directeur Du Lihong van het antidopingcentrum in Peking kijkt vanuit zijn kantoor uit op het Vogelnest, het imposante Olympische Stadion. Hij is tevreden en trots, omdat de zaken gesmeerd lopen. Het speciaal voor de Olympische Spelen ingerichte antidopingcentrum werd vorig jaar november geopend en vanaf juli worden er ruim 4.500 dopingtesten uitgevoerd, 25 procent meer dan bij de Spelen in Athene.

Het nieuwe centrum telt drie verdiepingen en beslaat meer dan 5.500 vierkante meter. De bouwkosten bedroegen acht miljoen euro. Daarnaast is voor nog eens twee miljoen euro aan apparatuur aangeschaft. De vloer is gelegd van antistatisch materiaal om de testen niet te laten afwijken.

Tijdens de Olympische Spelen richt het organisatiecomité Bocog zeker 41 dopingstations op locatie in. Ruim duizend hoogopgeleide vrijwilligers begeleiden de dopingcontroleurs bij de uitvoering van testen. Vanuit de verschillende accommodaties worden de monsters met politie-escorte naar het centrum van Du Lihong gebracht.

De testen worden uitgevoerd onder toezicht van de medische commissie van het Internationaal Olympisch Comité (IOC). Naast de Chinese werknemers zijn tijdens de Spelen dertig dopingexperts van het wereldantidopingbureau (WADA) in Peking gestationeerd.

IOC-voorzitter Jacques Rogge kondigde onlangs aan dat tijdens de Spelen een beleid van zero tolerance wordt gevoerd. Een harde lijn in een land dat op dopinggebied een bedenkelijke reputatie heeft opgebouwd. Maar Du Lihong beweert dat China dopingbestrijding serieus ter hand heeft genomen. Hij beseft de gevoeligheid. „We kunnen ons als gastheer van de Spelen geen negatief imago veroorloven. Om die reden zijn onze uitgangspunten: strikt testen en streng straffen.”

Daarom zijn twaalf staatscommissies ingesteld met als taak de verkoop van drugs via internet terug te dringen en de controle op verkoop van medicinale kruiden in apotheken en kruidenwinkels te verscherpen. Ter verbetering van zijn imago meldde China dat in 2007 een recordaantal van 10.238 dopingcontroles is uitgevoerd. Slechts vijftien daarvan zouden tot een positief resultaat hebben geleid. Dat is het laagste cijfer sinds China in 1990 de dopingtesten invoerde.

Volgens Herman Ram, directeur van de Dopingautoriteit Nederland, is er geen reden de betrouwbaarheid van de Chinese testen in twijfel te trekken, omdat volgens de standaardnormen van WADA wordt gewerkt. Hij kan moeilijk beoordelen of het aantal van tienduizend dopingtesten hoog is. „In Nederland worden er jaarlijks zo’n tweeduizend uitgevoerd. Daar tegen afgezet lijkt het weinig. Maar het is altijd nog meer dan de achtduizend in de Verenigde Staten.”

Scepsis over de betrouwbaarheid van China als partner in de dopingbestrijding is niet vreemd. Het land heeft een bedenkelijk verleden, vooral in atletiek, zwemmen en gewichtheffen. China gold ook lange tijd als doorgeefluik via internet. Die reputatie werd in 2006 nog eens bevestigd met de vondst van tientallen dozen met epo en steroïden in de koelkast van een schoolhoofd in Liaoning. Getuigen verklaarden dat kinderen vanaf tien jaar injecties met prestatiebevorderende middelen toegediend kregen. In Liaoning werd in 2002 al een dopingnetwerk van coaches en sporters ontdekt. Bovendien is de beruchte atletiekcoach Ma Junren afkomstig uit die provincie. Onder leiding van Ma verbeterden Chinese lopers bij de WK in Stuttgart (1992) onder verdachte omstandigheden wereldrecords. Ma’s pupil Sun Yiejie, die bij de Spelen in Athene brons op de 10.000 meter won, werd positief bevonden en twee jaar geschorst.

Bij de WK in Rome in 1994 wonnen Chinese atleten twaalf van de zeventien gouden medailles. In datzelfde jaar werden bij negen Chinese zwemmers, na afloop van de Aziatische Spelen, door vliegende dopingbrigades op het vliegveld van Hiroshima verboden middelen gevonden. Kort daarop werden nog eens veertig Chinese sporters betrapt op dopegebruik.

Na toewijzing van de Olympische Spelen aan Peking hebben het IOC en WADA de druk op China verhoogd. Het land heeft de wereldantidopingcode ondertekend, een antidopingwet ingevoerd en het aantal controles danig opgevoerd. Dick Pound waarschuwde China al toen hij voorzitter van WADA was. „De wereld zal China niet beoordelen op basis van het feit dat de bussen op tijd rijden. Als talrijke Chinese sporters, van wie niemand gehoord heeft, in Peking goud winnen, zijn ze bij voorbaat verdacht.”

Maar Du Lihong denkt dat het zover niet komt. „Alle leden van provinciale en nationale teams worden getest. Daarnaast komen meer dan vijfhonderd Chinese sporters vanwege hun internationale prestaties in aanmerking voor out of competition controles.”

Bovendien is volgens Du Lihong de tijd voorbij dat er ‘schaduwteams’ bestonden om de vliegende controles te omzeilen. Er zouden stand-ins worden gebruikt, omdat buitenlandse controleurs de ene Chinees toch niet van de ander kunnen onderscheiden. Sinds WADA Chinese controleurs het werk laat doen, lijkt dat te zijn opgelost. Maar hoe betrouwbaar zijn die controleurs? Volgens Herman Ram van de Nederlandse Dopingautoriteit moet dat goed zitten. „Omdat de Chinezen volgens de WADA-normen moeten werken. En die werkwijze laat weinig ruimte voor afwijkingen.”

Maar die nog onbekende Chinese sporter, hoe zit het daarmee? Worden die ook gecontroleerd? Ram: „We kunnen niet anders dan China blind vertrouwen als wordt gezegd dat die tot de tienduizend geteste sporters behoren.”