‘Een leukere man dankzij die gijzeling’

Haar vader zat in de trein die in 1975 werd gekaapt door Molukse jongeren. Nicolette Steggerda mengt fictie met werkelijkheid in haar film Wijster.

Wijster, het scenariodebuut van Nicolette Steggerda (48), is een tv-film geworden met veel lagen, zowel in persoonlijk als in historisch perspectief. Het verhaal is gebaseerd op haar eigen herinneringen en die van haar vader, de in 2005 overleden journalist en voormalig hoofdredacteur van het Nieuwsblad van het Noorden, Ger Vaders. Hij was in zijn leven min of meer door toeval getuige van twee crisissituaties in de naoorlogse geschiedenis van Nederland. Die tekenden ook zijn persoonlijk leven en dat van zijn gezin. Al drong dat pas jaren later echt door tot Steggerda. „Ik besefte pas wat voor invloed die kaping op ons leven heeft gehad toen ik getrouwd was en zelf kinderen had.’’

Vaders vocht mee tijdens de politionele acties in het voormalig Nederlands-Indië om de Indonesische onafhankelijkheidsstrijd te onderdrukken, eind jaren veertig van de vorige eeuw. En hij was een van de prominente gegijzelden tijdens de eerste treinkaping van Molukkers in het Drentse Wijster in 1975.

Daar stond hij oog in oog met de zonen van vaders met wie hij wellicht had gevochten in het Koninklijke Nederlands Indische Leger (KNIL). De Molukse KNIL-soldaten waren na de onafhankelijkheid van Indonesië ‘tijdelijk’ naar Nederland verscheept en droomden hier van het moment dat zij zouden vertrekken naar een vrije Republiek der Zuidmolukken. Een klein aantal van hun zonen koos bijna twee decennia later voor geweld om de idealen van hun vaders alsnog te verwezenlijken.

Tijdens ’s werelds eerste treinkaping bij Wijster dreigden Molukse gijzelnemers – militante jongens tussen de 17 en 23 jaar – om Vaders te executeren. Ook zat hij urenlang vastgebonden aan een toegangsdeur, als menselijk schild. Bij een eventuele aanval zou hij als eerste de dood vinden.

Hoe kon de man die zich zo bedreigd moet hebben gevoeld na afloop zo genuanceerd blijven oordelen over zijn gijzelnemers? „Ik denk dat het in zijn karakter besloten ligt’’, zegt Steggerda. „Toen hij in Indonesië moest vechten vond hij het verschrikkelijk wat de Nederlandse regering deed. Hij vond zichzelf een lafbek omdat hij niet durfde te deserteren. In de trein heeft hij besloten: dit keer zeg ik wat ik denk. Tegen de kapers heeft hij geroepen : ik vind jullie moordenaars. Maar na afloop kon hij ook tegen de buitenwereld zeggen dat hij hun beweegredenen kon begrijpen.”

Steggerda werkte jarenlang achter de schermen van het televisiebedrijf Endemol. Het bedrijf en zij groeiden uit elkaar. Ze voelde zich steeds ongelukkiger in „een harde zakelijke omgeving waarin het vooral om geld draaide.’’ Ze verliet het bedrijf en schreef zich als veertiger in voor de Scriptschool, een opleiding voor scenarioschrijven.

De aanzet voor Wijster schreef ze als eindexamenscript. Het uiteindelijke scenario – vele versies later – werd verfilmd door Paula van der Oest en is deze maand op tv te zien in een nieuwe reeks telefilms die volgende week begint. Het verhaal spitst zich toe op een zestienjarig meisje dat beseft hoe hard ze haar vader nodig heeft als hij dagenlang vastzit in een gekaapte trein. In die trein maakt haar vader, die journalist is, de balans op van zijn leven. In de jongste kaper ziet hij karaktertrekken terug van zijn eigen dochter, waardoor het verlangen naar een weerzien met haar groeit.

En dan zijn er de nog de andere passagiers die in het met kranten dichtgeplakte compartiment opeengepakt zitten. Ze worden in de film neergezet als bange en solidaire mensen, maar soms gedragen ze zich ook kleinzielig of juist heel geestig. Het psychologische proces schetst Steggerda subtiel, met oog voor het kleine gebaar of een veelzeggend zinnetje.

De journalist in de film is een samensmelting van haar vader en Hans Prins, een van de gegijzelden die bemiddelde tussen kapers en passagiers en probeerde te onderhandelen met de regering. Later werd hij een vriend van haar vader.

Het scenario is een mengeling van feiten en fictie. Zestien jaar was ze ook zelf toen Vaders, destijds hoofdredacteur van het Nieuwsblad van het Noorden, werd gegijzeld . „Hij heeft gezegd: ik ben niet dankbaar dat het is gebeurd, maar het is wel goed dat het me is overkomen’’, zegt Steggerda. ,,Hij was een hele ambitieuze, workaholicachtige man met weinig tijd voor zijn gezin. Alles draaide om hem en zijn werk. Na de kaping werd hij toegankelijker en milder. Ze lacht. „Eigenlijk is hij een leukere man geworden door die gijzeling. En dat zie je ook in de film gebeuren.’’

Dat is maar een deel van het verhaal: Vaders werd ook cynischer over de politiek, zijn vertrouwen in de autoriteiten dat al niet groot was door zijn oorlogservaringen tijdens de politionele acties in voormalig Nederlands-Indië, nam verder af. De passagiers in de trein voelden zich, zo toont de film, in de steek gelaten door de overheid die koos voor een harde lijn tijdens onderhandelingen met de kapers.

Toch reconstrueert Steggerda in haar script niet de rol van politici als Van Agt, destijds minister van Justitie of premier Den Uyl. De politiek speelt op de achtergrond mee in haar scenario. „Ik vond het mooier om het psychologische proces te laten zien dat zich in de trein heeft afgespeeld tussen de kapers en de passagiers’’, zegt ze. „Maar het politieke standpunt dat erin zit, is de mening van Ger.’’

Zowel Vaders als één van de kapers waren ervan overtuigd dat tenminste één van de doden voorkomen had kunnen worden als de overheid bereidwilliger was geweest om te praten. De kapers doodden drie gijzelaars in Wijster: twee passagiers en de machinist.

Tijdens een bezoek aan de filmset zag Steggarda hoe acteur Jaap Spijkers, die de rol van de journalist speelt, uit de trein stapt nadat de kapers hebben besloten zich over te geven. Zo is het ook gegaan in het echt. Vaders, gehuld in een wollen deken, kwam op zondagmorgen 14 december 1975 als eerste uit het gele treinstel, dat twaalf dagen in de vrieskou in een met witte rijp beslagen weiland had gestaan.

„Hij liep over de rails, in zijn eentje. Hij had artikelen klaar en die moesten naar de krant’’, zegt ze. ‘Gevallenen uit Gods hand’ heette de serie verhalen die de dagen erna werden gepubliceerd. „Hij kon zo mooi formuleren, duizend keer beter dan ik kan. Hij was zo bang in die trein. Ik denk dat hij ging schrijven om zijn angst te bezweren.’’

In de verhalenreeks in het Nieuwsblad van het Noorden en, veertien jaar later, in het autobiografische boek IJsbloemen en witte velden, schrijft Vaders indringend over het dodelijke geweld en de intimidatiemethoden van de kapers. Hij bekijkt de kaping vanuit verschillende perspectieven en toont ook begrip voor de motieven van de gijzelnemers. „Dat is hem zeer kwalijk genomen’’, zegt Steggerda. „Hij kreeg het stempel van psychiatrische patiënt, van slachtoffer van het Stockholmsyndroom (red: psychologisch verschijnsel waarbij de gegijzelde sympathie krijgt voor zijn gijzelnemer). Thuis kwamen er dreigtelefoontjes. We mochten geen brieven meer openmaken omdat er een bom in kon zitten.”

„Een van de ex-gegijzelden heeft zich later ingezet voor de Molukse gemeenschap. Sommigen hebben die jongens in de gevangenis ook bezocht. Het is onmiskenbaar: er ontstaat iets tijdens zo’n gijzeling. Dat kun je een syndroom noemen…’’, zegt ze.

„Ik denk dat de situatie in de trein zo was: wij met z’n allen tegen de buitenwereld. Er hing de dreiging van militair ingrijpen. Niemand voelde zich meer veilig en dat schiep een band. Ach, je bent dan zo tot elkaar veroordeeld…’’

Ze wilde de gijzelaars niet voor haar verhaal interviewen over hun ervaringen. „Het scenario heb ik geschreven zonder er met iemand over te praten. Eigenlijk niet eens met Ger. Als ik iedereen had gesproken dan had ik dit misschien niet gedurfd. Het was veilig om het verhaal te verzinnen achter mijn computer, maar nu breekt de periode aan dat ik ook verantwoording moet afleggen’’, zegt ze.

Vorig jaar bezocht Steggerda het toneelstuk Geblinddoekte verhalen dat tegen de achtergrond speelt van de treinkapingen. Job Cohen vertolkte in het theaterstuk van John Leerdam de rol van premier Den Uyl. Ze hoorde dat twee van de kapers in het publiek zaten. Dat was confronterend en ze ging hen uit de weg. Het verleden kwam te dichtbij, zegt ze. „Misschien wil ik ze wel ontmoeten nu het klaar is. Ik wilde balans houden in mijn scenario en in mijn hoofd. Ik wilde het verhaal van de gegijzelden recht doen.’’

De Molukse kapers worden gespeeld door Molukse acteurs. „Die jongens hebben toestemming aan hun ouders gevraagd of ze wel mee mochten spelen. Het ligt gevoelig binnen de Molukse gemeenschap of je die geschiedenis van de kapingen nu weer moet oprakelen.’’ Als de kaping bijna voorbij is heffen de gijzelnemers in de film een Moluks lied aan. Hun droom om de idealen van hun ouders te verwezenlijken is dan voorbij.

„Toen die jongens gingen zingen, stroomden de tranen over hun gezicht. De regisseur moest huilen, de cameraman moest huilen. Die jongens voelden op dat moment dat ze deel waren van de geschiedenis. Zij hadden de zonen van de kapers kunnen zijn zoals Ger in Indonesië misschien zij aan zij had kunnen vechten met de vaders van de kapers.’’

De nieuwe serie telefilms beginnen volgende week. De VARA zendt Wijster uit op do. 29 mei, 20.30 uur, Ned 3