Dodelijk slachtoffer in Irak? Eerst medeleven tonen

Voorlichters van het Pentagon leren tijdens hun opleiding dat ze maar beter eerlijk kunnen zijn tegen de pers. „Als je de waarheid niet kunt vertellen, heb je niet gewonnen.”

Sergeant Jim Thomson, voormalig woordvoerder in Irak, staat in de hoek van het klaslokaal al een tijdje ongedurig toe te kijken. Op de Defense Information School in Fort Meade, Maryland, volgt hij luchtmachtmajoor Michael Johnson, ex-woordvoerder van het terreurgevangenenkamp op Guantánamo Bay, die een klasje aankomende voorlichters doceert hoe te handelen in een crisissituatie.

Johnson vertelt over de vaste trucs. Na een zaak met dodelijke slachtoffers is het allereerst van belang medeleven te tonen. „Laat merken dat je voelt wat de nabestaanden doormaken.” En vervolgens gaat het om één ding. „Eerlijkheid”, zegt hij.

De principes die worden uitgedragen hangen tegen een zachtroze achtergrond aan de wand, ondertekend door oud-minister Donald Rumsfeld in 2001. „Informatie wordt volledig en zo snel mogelijk beschikbaar gemaakt”, staat in de eerste alinea.

Maar als hij de les een minuut of tien heeft aangehoord kan sergeant Thomson, die een groepje bezoekende verslaggevers vergezelt, zich niet meer inhouden. De docent kijkt zuinig toe als Thomson met een glimlach om de lippen zijn scepsis probeert te verbergen.

„Om het even te verhelderen”, zegt Thomson, zelf instructeur op deze school. Hij stapt nerveus naar voren. „Het moet niet zo gaan als met Pat Tillman. Ik geloof dat we in die zaak zijn aanbeland bij de zesde of zevende versie van de werkelijkheid.”

De kwestie rond Tillman is op de school uitgegroeid tot een casestudy van moedwillig onjuiste voorlichting. De oorzaak van de dood van de American football-ster werd door de krijgsmacht achtergehouden (zie inzet). Het is lang niet het enige voorbeeld. Jonge militaire leiders gaan gebukt onder de fouten uit Irak en Afghanistan, en willen deze maar al te graag met buitenlandse verslaggevers delen. Bovendien is het voortreffelijk lesmateriaal voor de 3.500 nieuwe voorlichters die hier jaarlijks worden opgeleid. „We gebruiken een massa van dit soort zaken.”

Voorbeelden? Martelingen in de Abu Ghraib-gevangenis: „Dom om de feiten achter te houden.” Het betalen voor positief nieuws in Iraakse media: „De leidinggevende die dat heeft geregeld begrijpt er niets van. Als mensen weten dat je betaalt voor positieve informatie, geloven ze je natuurlijk nooit meer.” Mission Accomplished, de tekst op het bord dat achter George Bush hing toen de president, donderdag precies vijf jaar geleden, de overwinning in Irak aankondigde: „Toen we daarna in de problemen kwamen, werden we natuurlijk niet meer geloofd.”

Het probleem, legt hij uit, is dat in de voorlichting te lang met oude wijsheden uit de krijgsleer is gewerkt. De les van Irak en Afghanistan is dat de waarheid niet langer het eerste slachtoffer van oorlog moet zijn. „Als je de waarheid niet kunt vertellen, heb je niet gewonnen. De feiten komen altijd naar buiten, en dan kom je in het soort problemen terecht zoals Bush met Mission Accomplished.”

Maar hoe geëngageerd jonge militaire leiders ook zijn om de recente geschiedenis achter zich te laten, het verleden is nog lang niet voorbij. Zo onthulde The New York Times vorige maand dat gepensioneerde generaals die op televisie optreden als militaire deskundigen, hun opvattingen geregeld afstemmen met het Pentagon.

In een enkel geval kregen zij zelfs medewerking van het ministerie bij het schrijven van een opiniestuk voor de The Washington Post. Bovendien werken veel van deze generaals b.d. als consultant voor bedrijven die baat hebben bij continuering van de oorlogen in Afghanistan en Irak. Gevolg van de onthulling was dat het Pentagon het programma opschortte waarmee het ministerie de contacten met de gepensioneerde generaals onderhield.

Onderdirecteur Ronald Watrous van de voorlichtersschool legt de schuld van die zaak voor een deel bij Amerikaanse media, die door het inkrimpen van hun redacties een groter beroep doen op deskundigheid van buiten. En als diezelfde mensen zakelijke belangen hebben, is het de verantwoordelijkheid van de media dat te melden.

Maar het is ook gebleken, zei Watrous, dat nieuwsorganisaties niet op de hoogte waren van de banden die de generaals b.d. met het Pentagon hebben. „Het is natuurlijk ook onze verantwoordelijkheid dat die relatie bekend wordt.”

Een betrekkelijk abstracte discussie vergeleken met de dagelijkse praktijk, die ’s middags rond een tentenkamp wordt nagespeeld. Een miezerig regentje daalt neer, en de aankomende voorlichters leren hoe dat eigenlijk voelt – een camera in je gezicht, en een verslaggever die maar blijft doorvragen.

Het rollenspel leert al gauw dat „de waarheid” ook voor de jonge lichting toch vooral een constructie blijft. De docenten spelen verslaggever, de aanstaande voorlichters nemen de rol van geïnterviewden op zich. Ze hebben de standaardteksten ingestudeerd die Irak-gangers tijdens interviews altijd uitspreken. Ze zijn trots dat ze hun land mogen dienen. Ze merken dat hun werk in Irak beslist zinvol is. Ze vinden het geen probleem dat hun missie in de VS wordt bekritiseerd; voor die vrijheid vechten ze in Irak. En ze willen graag de groeten doen aan hun familie.

Maar dat moeten ze wel op een bepáálde manier doen, blijkt tijdens de les. Leerling-voorlichter Michael Hulme, nu nog een matroos van de kustwacht, sluit zijn vraaggesprek af met een kort woord voor zijn ouders. „Hallo, mama en papa.”

Verkeerd, zegt docent Brian Hibbard, die ruim twintig jaar woordvoerder van de luchtmacht was. „Altijd afsluiten met een dwingende boodschap.”

„Uh?” Hulme begrijpt het even niet. „Aan wat voor boodschap denkt u?”

„Keep hammering home”, zegt een medeleerling.

„Precies”, vertelt de docent.

„Je zegt niet: hallo papa en mama. Je zegt: pa en ma, jullie kunnen tróts zijn op mijn werk hier.”