Deeltjes-Assepoesters

Groepsfoto van het D0-experiment bij Fermilab (VS). De vrouwen op de foto gaan (relatief) drie keer zo weinig naar conferenties als de mannen. Foto Reidar Hahn Hahn, Reidar

Schokkend. Dat zijn, vindt de Amerikaanse natuurkundige Sherry Towers, de resultaten van haar onderzoek naar het reilen en zeilen bij het D0-experiment. Towers bekeek hoe het de 57 postdocs verging die tussen 1998 en 2006 meewerkten aan dit grote deeltjesfysica-experiment bij Fermilab in Illinois. Ze ontdekte dat de vrouwelijke postdocs harder werkten, vaker memo’s schreven en veertig procent meer bijdroegen aan het onderhoud van de grote D0-detector, maar dat ze toch minder kans hadden om naar een conferentie gestuurd te worden. De relatief ‘luie’ mannen mochten drie keer vaker op stap. (arXiv: 0804.2026v3, 19 april).

Voor wie begint te gapen: Ja, ook Sherry Towers weet dat dit geen nieuws is. Dat is juist wat ze schokkend vindt. “De deeltjesfysica heeft de afgelopen dertig jaar geen vooruitgang geboekt,” zegt ze op website van Nature.

Sommige mannen begrijpen wel waarom, blijkt uit de bijbehorende discussielijst. “Vrouwen werken harder en zijn prettige collega’s als het gaat om aanmoediging en ondersteuning geven”, schrijft een (mannelijke) fysicus. Maar ze hebben “geen originele ideeën” en “maken geen rigoureuze logische analyses.”

Bovendien is er, “ironisch genoeg”, een struikelblok bijgekomen, schrijft een andere (mannelijke) fysicus. Te weten, de angst om van ongewenste intimiteiten beschuldigd te worden. Die maakt het “extreem moeilijk om als senior fysicus een normale werkrelatie te onderhouden met iemand van de tegenovergestelde sekse.”

Veel vrouwen – en sommige mannen – op de lijst denken juist dat het verschil ontstaat doordat mannen andere mannen voortrekken. En dat idee heeft Towers zelf ook. De commissies die over deelname aan conferenties beslissen, zegt zij op de website, bestaan overwegend uit mannen. Dat maakt ze gevoelig voor vriendjespolitiek – geheel onbewust, voegt ze daar meteen aan toe.

Vrouwelijke post-docs missen meer dan zomaar wat leuke reisjes. In de deeltjesfysica staan boven een publicatie meestal honderden namen. Een presentatie op een congres is daardoor het belangrijkste middel om niet over het hoofd gezien te worden, schrijft Towers in haar artikel.

Uitgebreid was het onderzoek niet. Onder de 57 post-docs waren negen vrouwen. Towers zelf was daar een van: zij was tussen 2000 en 2005 aan het D0-experiment verbonden.

Daarna, in 2006 en 2007, is het allemaal veel beter gegaan, meldt de woordvoerder van het experiment. Hoewel maar 12 procent van de D0-fysici vrouw is, werd het laatste jaar 15 procent (!) van de voordrachten op conferenties door vrouwen gegeven, zo blijkt uit zijn statistieken.

De optimisten op de discussielijst verwachten dat de werkverhoudingen vanzelf nog beter worden, als die 12 procent tot 40 procent toeneemt. Want het is niet zozeer een kwestie van mannen tegen vrouwen, schrijft een mannelijke onderzoeker, maar van eenlingen tegenover een groep. “Ik heb gewerkt op een lab waar de bazen en ook mijn meeste collega’s vrouwen waren”, schrijft hij. “ En geloof me, ik hoorde toen ook niet bij de incrowd.”

Lees de discussie op: www.nature.com