De trage duinen op Mars

Unheimlich is Mars. Over een koud landschap vol inslagkraters blaast een droge dunne wind van kooldioxide met wat stikstof en argon en te weinig zuurstof voor normaal leven. Daarboven een roze hemel met een zwakke zon.

Maar op sommige plaatsen zijn daar plotseling zandribbels en zandduinen die veel goedmaken, ribbels en duinen zoals ze aan de Noordzeekust voorkomen. Ribbels uit zand dat in korrelgrootte en dichtheid weinig van aards zand verschilt. Van tijd tot tijd staat daarover een heuse zandstorm en regelmatige ontwikkelen zich mooie stofhozen (Google: Nasa – The Devils of Mars). Toch hebben satellieten die om Mars cirkelen in de tien jaar dat ze de duinen in detail fotografeerden nooit noemenswaardige veranderingen in het duinlandschap waargenomen. In de Proceedings of the National Academy of Sciences (early edition online 29 april) geven Murilo P. Almeida en collega’s daarvoor een verklaring met het beste zandtransportmodel dat nu beschikbaar is. Ze ontdekten dat Marszandkorrels formidabele sprongen kunnen maken en dat er, dankzij de geringe zwaartekracht, maar weinig wind voor nodig is. Tegelijk stelden ze vast dat de duinen toch 7.000 jaar nodig hebben om één meter op te schuiven (KK).