Brazilië kan opgaande lijn vast houden

De opwaardering van de Braziliaanse staatsschuld door Standard & Poor’s naar ‘investment grade’ (de hoogst haalbare status) zou de hoge reële rente van het land omlaag moeten brengen. Omdat de economie van Brazilië grotendeels openstaat voor buitenlandse beleggers, zou dat vervolgens tot een heilzame cyclus van snellere groei moeten leiden. Om dat voor elkaar te krijgen, moet Brazilië de corruptie verminderen en de volgende inzinking van de grondstoffenprijzen overleven.

Het aloude plaatselijke grapje luidt dat Brazilië ‘het land van de toekomst is – en dat ook altijd zal blijven.’ Daaruit spreekt teleurstelling over eerdere perioden van hoge groei, waarin Brazilië de overgang leek te maken naar een geavanceerde economie. Betalingsbalansproblemen en buitensporige schulden veroorzaakten echter liquiditeitsstoornissen, waarna corruptie en bevolkingsdruk zorgden voor economische achteruitgang.

Deze keer zou het wel eens anders kunnen gaan. De groei is nu trager geweest en zou dus duurzamer kunnen zijn. De inflatie is omlaag gedrongen naar enkelvoudige cijfers. De buitenlandse schulden zijn grotendeels omgezet in binnenlandse valuta-obligaties. En het belangrijkste is waarschijnlijk dat de bevolkingsgroei, die in de jaren zeventig op een niveau van 2,2 procent een onmogelijke wissel trok op de infrastructuur en het onderwijs, nu beneden de 1 procent staat.

Omdat internationale beleggers vrij zijn om Braziliaanse obligaties en aandelen te kopen, moet de verbeterde kredietstatus de Braziliaanse reële rente in de loop der tijd op een lager peil kunnen brengen dan de huidige 7 tot 7,8 procent. Als beleggers in ‘investment grade’-obligaties binnenstromen, zal de lagere rente de kapitaalvorming en snellere groei bevorderen.

Brazilië heeft zijn huidige gunstige uitgangspositie voor een groot deel te danken aan de hoge grondstoffenprijzen. Een langdurige prijsdaling zou Brazilië weer in betalingsbalansproblemen kunnen brengen. Maar de openheid van Brazilië voor buitenlandse beleggingen zou dit probleem moeten verlichten. Oliemaatschappij Petrobras is bijvoorbeeld bereid joint ventures aan te gaan met grote olieconcerns. Als gevolg daarvan heeft het bedrijf toegang tot de beste technologie en doet het belangrijke olie- en gasvondsten die de betalingsbalanspositie van Brazilië zullen schragen.

Hoewel de corruptie problematisch blijft, is het politieke risico vandaag de dag veel minder groot en zijn de betalingsbalans- en schuldenposities van het land enorm verbeterd. Brazilië verdient zijn verbeterde kredietstatus en moet daarvan ook kunnen profiteren.

Martin Hutchinson