Amsterdams museum Ons’ Lieve Heer op Solder pakt slijtage aan

Ons’ Lieve Heer op Solder kreeg acht ton van de BankGiro Loterij en toen viel ook het subsidieadvies van de Kunstraad positief uit. Wat wil het museum met dat geld? „De trap slijt.”

Op de Oudezijds Voorburgwal in Amsterdam drommen dikke dronken Engelsen en blowende Italianen samen op straat. Achter de ramen lonken prostituees. Maar op huisnummer 40 is niets van het heidense rumoer te merken. Hier bevindt zich museum Ons’ Lieve Heer op Solder, een grachtenpand met originele stijlkamers uit de zeventiende en negentiende eeuw en een katholieke schuilkerk stammend van vlak na de Reformatie. Vanaf dat moment mochten de katholieken in de stad niet langer openlijk hun geloof belijden, omdat het protestantisme het officiële geloof in de hoofdstad werd.

In februari zegde de BankGiro Loterij het museum acht ton subsidie toe. Volgens Femke Rotteveel van de BankGiro Loterij is dat bedrag ‘redelijk vrij’ te besteden en is dat ook bedoeld als vliegwiel voor het verwerven van nieuwe fondsen. Half april volgde toen ook nog het advies van de Amsterdamse Kunstraad aan de gemeente Amsterdam om de subsidie van ruim drie ton voor het museum met bijna tweeënhalve ton te verhogen. Alle middelen zijn welkom, zegt directrice Judikje Kiers, want het historische pand is aan slijtage onderhevig.

De schuilkerk is volgens Kiers „de eigenlijke schat” van het museum. „Het pand zelf is het belangrijkste onderdeel van het museum”, aldus Kiers. „Alles wat nagelvast zit, stamt uit de zeventiende eeuw en daar lopen elk jaar tienduizenden mensen doorheen, soms met natte jassen en schoenen. Dat vreet aan zo’n oud gebouw.”

Het museum wil dus restaureren. Maar bij het verwerven van fondsen hiervoor, uit zowel particuliere als publieke hoek, is het noodzakelijk om concrete schade aan te tonen. Dat is lastig bij zo’n geleidelijk slijtageproces. „Neem de houten trappen, die ook al drieënhalve eeuw oud zijn. Je weet dat die slijten, maar kunt moeilijk laten zien hoe snel dat gaat en hoe erg dat is”, legt Kiers uit.

Hulp kwam er uit Canada. Bij het Natural History Museum daar ontwikkelde een risicoanalist een model dat slijtage van museumstukken en de hieraan gelieerde waardevermindering precies in kaart kan brengen. Hij analyseerde in Amsterdam voor het eerst een ‘vast’ object (Kiers: „wij zijn de proeftuin van experimenteel onderzoek”), omdat in het historische pand van Ons’ Lieve Heer nu eenmaal de waarde schuilt. Uit de cijfers bleek dat restauratie inderdaad noodzakelijk was. Daar gaat het museum nu een deel van de door de BankGiro Loterij toegezegde fondsen voor gebruiken.

Daarnaast wil Ons’ Lieve Heer op Solder ook graag de museumruimte uitbreiden. Twaalf jaar geleden kocht het toenmalige bestuur van het museum het buurpand op nummer 38 aan, in eerste instantie om er de kantoorruimtes van het museum in te vestigen. Nu is duidelijk dat het beter kan dienen voor een ander doel, zegt Kiers. „In de toekomst worden bezoekers door het oude gedeelte geleid, waarna in het nieuwe pand de historische context wordt geschetst aan de hand van documentatie en losse objecten die we zo veel mogelijk van het oude naar het nieuwe deel willen verplaatsen. We moeten de oude ruimte zo min mogelijk belasten.”

Het subsidieadvies van de Kunstraad aan de gemeente is aan preciezere normen gebonden. Ons’ Lieve Heer op Solder heeft al jaren het doel om een verbinding tot stand te brengen tussen de schuilkerk en de actualiteit, als het gaat om het gedogen van ‘dissidente’ religies in de hoofdstad. „Het katholicisme was in de zeventiende eeuw eigenlijk uit den boze, maar de vooral protestantse gemeenschap en de overheid knepen een oogje toe mits er niet te opvallend werd beleden”, zegt Kiers. „Dus was er een zij-ingang voor de kerkgangers en mochten er geen glas-in-loodramen in de kerk, zodat men van buiten niet kon zien wat er binnen plaatsvond. Met die toestanden is het natuurlijk niet moeilijk een relatie te maken met de actualiteit, als er bijvoorbeeld bezwaren zijn tegen de bouw van een moskee.” Werd de koppeling van die geschiedenis van het museumpand aan de actualiteit volgens Kiers bij een eerder Kunstraadadvies nog als ‘modieus’ bestempeld, nu is die insteek blijkbaar wél relevant.

Denkt Kiers dat het vertrouwen dat de Kunstraad uitspreekt in zijn advies ook voortkomt uit de wens van het gemeentebestuur om de Wallen op te schonen? „Laten we het er op houden dat alles op dit moment bij elkaar komt. Wij hebben in ieder geval laten zien dat restauratie en uitbreiding nodig zijn en dat we als platform kunnen dienen voor maatschappelijk debat. Of wij beter zouden passen in een opgeschoonde buurt weet ik niet. Ik denk wel dat we hier een stuk leuker zitten dan op de Veluwe.”