Als ‘Cruijff’ verdwijnt blijft de sport bestaan

Dat de NK dressuur dit jaar bol staan van de spanning, bewijst hoe goed de sport ervoor staat. Maar dat was lang anders. „Mart Smeets vond het een klootjessport. En hij was niet de enige.”

De Nederlandse kampioenschappen dressuur staan normaliter niet bol van de spanning. Als alle topcombinaties starten, doen zich zelden grote verrassingen voor. Veel paardensportliefhebbers verheugden zich desondanks op de 62ste editie van het concours hippique in Eindhoven. Want doordat Anky van Grunsven, Imke Schellekens-Bartels en Laurens van Lieren hun toppaarden in de aanloop naar de Olympische Spelen rust gunnen, maken zes dressuurrijders kans op een podiumplaats. Niemand kijkt vreemd op als Adelinde Cornelissen vanavond tot nieuwe kampioen wordt gekroond.

Negen dressuurrijders vechten sinds vorig jaar om drie olympische tickets – de reserve niet meegerekend. En naarmate de maanden verstrijken, worden de percentageverschillen tussen topamazone Anky van Grunsven en de overige acht kandidaten steeds kleiner. Zo bewezen Cornelissen en Stéphanie Peters op de laatste editie van Indoor Brabant dat de tweevoudig olympisch kampioene zonder toppaard Salinero te verslaan is. In Den Bosch sleepte Cornelissen de eerste prijs bij de Grand Prix in de wacht en won Peters de Grand Prix Special. Twee keer moest Van Grunsven zich met een derde plaats tevreden stellen.

Wie niet beter wist zou denken dat er altijd een surplus aan Nederlandse dressuurrijders is geweest. Maar Nico Verwer (66), die in Eindhoven de sportieve organisatie voor zijn rekening neemt, weet wel beter. „In de jaren zeventig kwam het geregeld voor dat concoursen werden afgelast wegens een gebrek aan combinaties. De NK waren in die tijd een onderonsje; je mocht blij zijn als je tien inschrijvingen voor de Grand Prix had. Nu zijn rubrieken met 25 deelnemers geen zeldzaamheid meer.”

Anders dan de negen dressuurrijders die nu vechten om een plaats in het nationale team, kregen hun voorgangers in de jaren zeventig nauwelijks professionele begeleiding. „We moesten alles zelf doen”, vertelt Louky van Olphen (74), die samen met Marjolijn Greeve en Jo Rutten Nederland vertegenwoordigde bij de Olympische Spelen van 1976 in Montreal. Vooral de wijze waarop de ruiters en amazones destijds werden geselecteerd, vindt Van Olphen kenmerkend. „Rijders uit heel Nederland werden uitgenodigd voor een selectiewedstrijd in Ermelo. De meest vreemde types kwamen opdraven; het niveau verschilde sterk.” De acht besten mochten trainingen in een hippisch centrum in Gelderland volgen. „Eerst om de drie weken, later iedere week.”

In Montreal kwam het team van Van Olphen niet verder dan een zevende plaats. En ook in Moskou (1980), Los Angeles (1984) en Seoul (1988) viel Nederland buiten de prijzen. „Maar we zaten er in Los Angeles met een vierde plaats wel dichtbij”, zegt voormalig dressuurdiva Annemarie Sanders (50), die in de jaren tachtig de basis legde voor de latere successen van Van Grunsven. Sanders geeft toe dat ze wel eens jaloers is op de begeleiding die jonge hedendaagse rijders krijgen. En ook de aandacht die de young riders van media en sponsors krijgen, doet haar pijn. „Mart Smeets kwam ons in Los Angeles echt niet met een bezoek vereren. Hij vond dressuur maar een klootjessport. En daarin stond hij niet alleen.”

Eind jaren tachtig kwam de kentering. De Nederlandse Hippische Sportbond (NHS) kreeg meer oog voor de scholing van het jurycorps en zorgde voor een betere begeleiding van de rijders. En met Henk van Bergen werd in 1989 voor het eerst een officiële teamcoach aangesteld. De investeringen misten hun uitwerking niet. Eindigde Nederland op de WK van 1990 nog op een achtste plaats, een jaar later werd brons veroverd bij de EK. En bij de Olympische Spelen van 1992 in Barcelona beklom het team van Van Bergen de op één na hoogste tree – een prestatie die de carrière van de 24-jarige uitblinkster Van Grunsven in een stroomversnelling zou brengen.

In een interview met De Telegraaf sprak Van Grunsven onlangs de verwachting uit dat zij nog voor de Spelen van 2012 in Londen een punt zet achter haar carrière. „Over niet al te lange tijd gaan de kinderen naar school en kan ik ze niet meer overal mee naartoe nemen”, verklaarde de amazone die in China voor de zesde maal haar land vertegenwoordigt.

Wacht de Nederlandse dressuur een terugslag met het afscheid van de amazone uit Erp? Over die vraag verschillen de meningen. „Als Anky stopt, mis je een kartrekker”, vindt toernooiorganisator Verwer. „Dan worden lagere teamscores minder makkelijk gecompenseerd.” En ook oud-collega Sanders verwacht dat „de Johan Cruijff van de dressuur” een grote leegte achterlaat. „Aan haar niveau kan niemand tippen.”

Maar net als Cruijff blijft Van Grunsven actief in de sport die haar groot maakte, voorspelt Tineke Bartels (57), bondscoach van het dressuurteam Junioren (tot 18 jaar) en Young Riders (tot 21 jaar). „Anky mag dan een fenomeen zijn, het voortbestaan van de sport is niet van haar afhankelijk. Er zullen nieuwe talenten opstaan. Er zullen nieuwe medailles worden veroverd. Zie het als de boomgaard die van zijn sterkste boom wordt beroofd: ook die overleeft wel.”

Volg de NK dressuur via www.ch-eindhoven.nl