Alle papieren in orde

De Haagse Schilderswijk is een aanlegsteiger voor Oost-Europeanen. Op bezoek in stinkende trappenhuizen. „We kunnen niet leven van 50 euro per week. Dat kan toch niet?”

Frederiek Weeda

Prachtwijk is niet het eerste woord dat in je opkomt als je de deur aan de Haagse Slicherstraat openduwt. Het trappenhuis stinkt naar pis. De brievenbussen zijn verroest en beklad met vage graffiti. De betonnen muren zijn vergeeld. Op de eerste verdieping is een soort patio waar verschillende voordeuren op uitkomen. Verboden te voetballen, staat er op een bordje.

Hier woont Editha Fazlieva met haar vijf zoons. Op de grens tussen de Stationsbuurt en de Schilderswijk. Vader woont bij een andere vrouw. De oudste twee jongens zijn geboren in Macedonië, de jongste drie hier. Net als Editha en haar ex hebben zij geen school afgemaakt en werken zij niet. Ze zijn nu niet thuis. Een gezinsportret hangt aan de muur. Editha spreekt aardig Nederlands, maar thuis is de voertaal Macedonisch.

Editha loopt langzaam en zucht vaak. Ze draagt gouden oorringen, een grijze jurk en sloffen. Ze is 35 jaar, al zou je haar 45 geven. Ze is depressief, vertelt ze. Wekelijks spreekt ze een psychiater en ze slikt medicijnen. Die helpen wel. ’s Nachts slaapt ze slecht en overdag wil ze ook niet in bed blijven liggen.

Het interieur is kaal. Van het behang is weinig over. In de woonkamer staan twee grote vitrinekasten vol blauwe vazen en spiegels. Aan de muur hangen zwart-wit foto’s van Editha’s ouders, in Skopje. Er is geen eettafel maar wel twee banken en een salontafel. Aan het plafond hangen lampen met glazen tierelantijntjes. Door de vergeelde vitragegordijnen zijn de schotelantennes aan de overkant te zien.

Editha Fazlieva vindt deze buurt eng. Vorige week liep er nog iemand met een pistool over het dak, met allerlei politiemannen achter hem aan. ’s Nachts is er lawaai, beneden wordt er gedeald.

Ze heeft altijd te weinig geld, zegt Editha, veel te weinig. Ze moet vijf jongens voeren, kleden en toch ook wat geven af en toe. De jongste is vijf. Ze kwam als asielzoeker en heeft een Nederlands paspoort dat recht geeft op een uitkering van ongeveer 950 euro netto per maand. Maar nadat de sociale dienst de huur, het gas, licht en water, de zorgverzekering en enkele vaste schuldlasten voor haar heeft betaald, krijgt ze 25,75 euro op haar rekening. Dan krijgt ze nog huurtoeslag, zorgtoeslag en ongeveer 120 euro kinderbijslag per maand (voor de twee jongsten). Ze heeft in theorie dus 84 euro per week te besteden aan eten, kleding, schoonmaakspullen, telefoonrekeningen enzovoorts. Maar meestal is het maandgeld binnen een week op. Haar oudste zoon heeft ook een uitkering van 200 euro. Vader draagt niets bij.

De Haagse Schilderswijk begint pal achter de Grote Markt en gaat naadloos over in de Stationsbuurt. Ze staan allebei in de top vijf van armste wijken van Nederland. Dat komt omdat er heel veel mensen wonen zoals de Fazlieva’s. Bijna 40 procent van de kinderen in de Stationsbuurt groeit op in een gezin dat leeft van een uitkering. Die wijken trekken nieuwkomers aan die niet kunnen kiezen om ergens anders te wonen. Geen enkele wijk in Den Haag heeft zo veel lage huren als hier: 90 procent is goedkope sociale huur.

Slechts 11 procent van de 33.000 inwoners van de Schilderswijk komt oorspronkelijk uit Nederland. Eerst arriveerden de Marokkanen, Turken, Surinamers, Joegoslaven en Polen. Het afgelopen jaar kwamen er Bulgaren en Roemenen bij.

Nu Bulgarije en Roemenië zijn toegetreden tot de Europese Unie, mogen Bulgaren en Roemenen, officieel in Nederland wonen. Ze wonen vooral in onderhuur (illegaal in een corporatiewoning) of bij huisjesmelkers – voor 200 euro per maand één kamer, met een gezin. Zo kunnen ze sparen voor een toekomst in eigen land, hoewel steeds meer Bulgaren en Roemenen hopen op een leven hier.

Mensen die het beter krijgen in de Schilderswijk vertrekken zodra ze kunnen. Veel Turken, Marokkanen en Surinamers zijn al vertrokken. Zodra Oost-Europeanen kans zien, zullen ze ook gaan. Zoals Hatice en Yüksel Ahmed en hun kinderen van elf en zeven, uit Bulgarije. Ze huren nu nog een woning in de Schilderswijk maar ze hopen op een huis in een ander deel van de stad. Ze tellen de dagen af.

Yüksel verhuurt zich sinds een jaar als ijzervlechter aan aannemers. Na jaren illegaal werk kon hij in september helemaal legaal beginnen – „met alle papieren in orde”. Probleem is wel dat hij drie verschillende opdrachtgevers moet hebben om te voldoen aan de criteria van een ‘zelfstandige’; Bulgaren mogen nu nog alleen voor één baas werken als die een werkvergunning voor ze heeft. En nu huurt zijn vaste opdrachtgever hem niet meer in: na zes maanden ziet de arbeidsinspectie een ingehuurde zelfstandige als ‘personeel’. Yüksel zit dus al weer vier weken zonder inkomsten. Bij de Voedselbank haalt hij wekelijks een tas met eten.

Twee jaar geleden, als illegale ijzervlechter, was Yüksel bijna dood geweest. Acht dagen lag hij in coma na een ongeluk met een heftruck. Geen nood: zijn Turkse baas regelde wat verzekeringspapieren van een andere werknemer en daarop werden de vele botbreuken van Yüksel behandeld. Maandenlang kon hij niet werken, dus Hatice moest dag in dag uit schoonmaken bij anderen. Zij is in Bulgarije opgeleid als verpleegkundige en als administratief medewerker.

Ook hier ruikt het trappenhuis vies, alle ramen zitten potdicht. In de zomer, als het warm is, stinken de rijen schoenen buiten de voordeuren nog erger, zegt Yüksel. De peuter van hiernaast plast geregeld op de trap en niemand maakt het schoon. Dat laatste komt omdat weinig bewoners in de Schilderswijk zich verantwoordelijk voelen voor wat er zich buiten hun voordeur afspeelt, zegt Wim Gestel, directeur van corporatie Haagwonen, die 70 procent van de Schilderswijk bezit. Haagwonen kan het toch laten schoonmaken? „Dat mogen wij alleen als per trappenhuis zeventig procent van de huurders met servicekosten instemt. Als mensen te weinig verdienen, zeggen ze gewoon nee. En we mogen schoonmaak niet verrekenen in de huur. We zeggen weleens: als u ervan baalt, maak het dan zelf schoon. Maar dat gebeurt niet.” Op straat liggen ijskasten, wc-potten en oude bankstellen.

Voor hun kinderen voelen de buurtbewoners zich buitenshuis ook niet verantwoordelijk, zegt Yüksel. „Die denken dat je ze alleen een zak chips hoeft mee te geven en wat geld. Maar dat is niet genoeg. Je moet spelletjes met ze doen, boeken lezen. Ze lopen dus over straat en zoeken ruzie met onze zoon.” Die blijft dus maar binnen, tenzij zijn ouders meegaan. Yüksel en zijn gezin willen heel graag participeren in de Nederlandse burgermaatschappij: ze zijn lid van de fanclub van Ado Den Haag en vrijwilligers voor het Rode Kruis.

De Schilderswijk lijdt onder de wet van de remmende voorsprong. In de jaren tachtig werden onder de vlag van ‘stadsvernieuwing’ vrijwel alle huizen gesloopt en herbouwd. Bouwen voor de buurt, heette dat. Probleem: de buurt bestond uit arbeiders en dus bleef 90 procent van de huizen in de sociale huursector. De Nederlanders vertrokken naar betere buurten en de wijk bleef armen aanzuigen, uit andere landen. Sociale huur blokken vervangen door koop – wat sinds tien jaar gebeurt om achterbuurten uit het slop te trekken – kan hier niet omdat de huizen te jong zijn om te slopen; de sloopnorm voor nieuwbouw is 40 jaar. Wim Gestel, van corporatie Haagwonen: „We zitten nog twintig jaar aan die woningen vast. Anders is het kapitaalvernietiging. En als we al konden slopen, kunnen we deze huurders niet spreiden over de stad omdat er te weinig lage huren zijn in andere delen van de stad. De mensen hier hebben gewoon een te laag inkomen en dat blijft zo.”

Editha Fazlieva gaat niet veel de deur uit. Ze maakt het huis schoon, kookt, strijkt, rookt en praat met haar kinderen. De kinderen haalt ze niet uit school, die lopen zelf. De oudste drie hebben geen werk en zitten niet meer op school. Ze zijn heel lief voor hun moeder. Ze dragen haar tassen als ze begin van de maand boodschappen doet bij de Aldi. Verder helpen de grotere jongens met opruimen.

Ze gaat wekelijks naar de Voedselbank in de Lukaskerk die wordt bestierd door vrijwilligers. Ook vanochtend pakt ze een grote boodschappen tas van de Voedselbank uit. Er zit brood in, sap, groenten, een zak chips, frituurballetjes, leverworst en een paar pakjes yoghurt.

Antonio en zijn broer David (10) komen net naar huis gelopen van school voor het middageten. Ze krijgen een tosti. Ze zitten niet op de ‘overblijf’ want dat kost geld. Ze hebben zwart haar dat tot hun schouders hangt en bovenop kort is geknipt. Het zijn plaatjes van kinderen. Antonio wordt over vier weken zes en is druk bezig met de vraag hoeveel nachtjes slapen dat nog is.

Slapen doet Antonio met David in een eenpersoonsbed. Geen lakens, alleen een oude matras en een dekbed zonder overtrek. Wel hebben ze een televisie die het doet in tegenstelling tot het grotere model dat in de woonkamer staat. De klerenkast valt uit elkaar. Verder liggen er een stofzuiger en wat kleren. Broer Michael (16) ligt ziek in bed in een andere kamer.

David zit nu op een voetbalclub. Jeugdzorg betaalt de vereniging, Hilly Merx van de Lukaskerk heeft zijn voetbalkleren gekocht. Hilly helpt Editha al drie jaar. Ze heeft een nieuwe ijskast, wasmachine en fornuis voor haar geregeld via de sociale dienst. Ze heeft haar geld geleend voor een nieuw paspoort en geld gegeven voor een reis vorig jaar naar haar ernstig zieke ouders in Macedonië. Ze probeert haar keer op keer te overtuigen dat ze verstandiger met geld moet omgaan en dat ze moet eisen dat haar oudste zoons gaan werken. „Tegen niemand ben ik zo streng als tegen Editha.”

Want zo zielig is Editha Fazlieva nou ook weer niet, vindt Hilly. Eigenlijk vindt ze dat de ogen van Editha te vaak in de smeekstand staan. Zo overleeft Editha, een andere manier kent ze niet. „Ze neemt geen verantwoordelijkheid voor haar leven. Ik geef de hoop eigenlijk op. Je kunt steeds weer iets aan haar geven; dan weer een nieuwe matras, dan weer een wasmachine. Maar het is zinloos. Geld dat ze heeft, geeft ze verkeerd uit. Ze wil een televisie voor de kinderen, maar ze spoort de oudste jongens niet aan om werk te zoeken. Ze maakt telkens nieuwe schulden.”

De sociale dienst wilde haar schuld voor de televisie bijvoorbeeld kwijtschelden, vertelt Hilly, omdat men televisie beschouwt als een mensenrecht, voor een gezin met kinderen. „Maar toen bleek dat Editha eigenlijk ook een gratis internetaansluiting wilde en dat ging ook de sociale dienst te ver.”

Editha heeft hoge schulden, zo hoog dat ze zelf niet meer weet hoeveel en bij wie. Tienduizend euro, schat ze. Volgende week komt de deurwaarder weer langs – dat weet ze wel. Waarvoor? Ze haalt haar schouders op.

Hilly kan er woedend om worden. „Editha zat in een schuldsaneringsproject maar is er onlangs zelf uitgestapt. Ze heeft bij de rechter ontbinding van de overeenkomst gevraagd. En dan komt ze bij mij met de rekening van de griffie.” In zo’n project probeert men de schuldeisers tevreden te stellen en wordt de schuldenaar feitelijk onder curatele gesteld. Die moet leven van een laag maandbedrag, maar leeft wel met de wetenschap dat de rentes, invorderings- en incassokosten op termijn allemaal zijn afgelost. Een schone lei.

Een schone lei? Waar dan? Editha zag ’m niet. „We kunnen niet leven van 50 euro per week. Dat kan toch niet? En mijn schulden werden niet afgelost, die bleven maar.” Ze vindt Hilly heel lief, zegt Editha, al weet ze hoe kritisch Hilly over haar is. „Ze helpt mij altijd weer.”

En dan die volwassen zoons die bij haar in huis wonen en niets bijdragen – ook daar wordt Hilly boos om. Maar ook daar haalt Editha haar schouders over op. „Ik zeg altijd: ga werk zoeken en ze zeggen ‘ja mama’, maar het gebeurt niet. Het gebeurt gewoon niet. Wat kan ik daar dan aan doen?”